Geen herenakkoord, maar harde afspraken

amsterdam – - De competitie in de hockeyhoofdklasse bij de mannen begint zondag met een afspraak om competitievervalsing in te dammen. Werd het herenakkoord van drie jaar geleden om het aantal buitenlanders per team te beperken nog met voeten getreden, nu heeft de hockeybond toch afspraken met de clubs weten te maken die het plotseling inzetten van buitenlandse spelers die ook nog op de spelerslijst blijken te staan, tijdens de competitie niet meer mogelijk maken.

Vorig seizoen kwam het in degradatienood verkerende Pinoké (Amstelveen) ineens op de proppen met enkele Chinese internationals die ook nog op de ingediende spelerslijst bleken te staan, al waren ze daarvóór niet eens in Nederland. Dat werd toch wel gezien als een vorm van competitievervalsing, al werd er formeel geen regel overtreden.

Om dergelijke praktijken in te dammen trad de hockeybond in overleg met de HHCV, de belangenvereniging van hockeyclubs in de hoofdklasse. Daar is uitgekomen dat de clubs in de hoofdklasse voortaan nog maar 20 in plaats van 22 namen op de spelerslijst mogen zetten en dat die spelers niet ook elders in de wereld in een competitie als speler ingeschreven mogen staan. Bovendien moet een speler minstens 14 van de 22 competitiewedstrijden in het veld hebben gestaan om te mogen meespelen in de play-offs of promotie/degradatiewedstrijden. Een uitzondering is alleen mogelijk als een speler langer dan zes weken geblesseerd is geweest en een doktersverklaring kan overleggen.

„We gaan ervan uit dat de clubs nu niet allerlei namen op hun lijst zetten van spelers die ze toch niet gebruiken. Dus van spelers uit bijvoorbeeld China of Australië die soms zelf niet eens wisten dat ze op de lijst stonden en ineens konden worden ingevlogen om maar een paar wedstrijden mee te doen”, verklaart Marijke Fleuren, adjunct-directeur van de hockeybond en verantwoordelijk voor competitiezaken.

Daarnaast hoopt de hockeybond dat de afspraken ook tot gevolg hebben dat de clubs voortaan wat bewuster omgaan met het eigen talent. Dat talent zal immers op termijn de sterkte van het Nederlands elftal in het internationale krachtenveld bepalen. Maar dat lijkt ijdele hoop zolang het niet lukt afspraken te maken over een maximum aan het aantal buitenlandse spelers per club.

Dat blijkt uit de huidige onrust bij Tilburg. Nadat de Brabantse formatie zich via promotie/degradatiewedstrijden in de hoofdklasse had kunnen handhaven, vertrok een aantal buitenlanders en dachten eigen spelers een kans te krijgen. Maar de club trok een vijftal Australiërs aan, niet eens van het A-garnituur. Een aantal spelers zag dat als een gebrek aan vertrouwen en vertrok naar andere (overgangsklasse)clubs. Coach Kai de Jager ziet dat anders: „Veel spelers willen niet investeren, niet leven voor topsport. Dus zijn wij wel gedwongen weer buitenlanders te halen.”

Maar de strijd in het doel is illustratief voor de wijze waarop de spelers tegen de zaak aankijken. Japie Quispel, zes jaar lang tweede keeper, en de van Eindhoven overgekomen Stijn Thoonen zouden gaan uitmaken wie er onder de lat zou komen. Maar ineens stond ook de Australische doelman George Bazely (34 interlands) op het trainingsveld. Quispel trok zijn conclusie en vertrok en coach De Jager bevestigde dat ook Thoonen zich beraadt op zijn toekomst bij Tilburg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden