'Geen heimwee naar de kleine zaaltjes'

CD POP

The Black Keys El Camino

Warner

Stuurs kijkt Patrick Carney om zich heen. Hij zit in Bar Americain in Amsterdam. Overal dik velours en glamourfoto's van beroemdheden. De locatie bevalt hem niet.

"Wat een rare bar", zegt hij, als antwoord op een van de vragen over zijn muziek, die hem ook al niet bevallen. Er ontstaat iets van een gesprek, over bars. Maar zodra dat gesprek subtiel weer richting de muziek geleid wordt, dan zet hij het ineens op een gapen, met wijd open mond. "Sorry, vroeg je iets?", informeert hij, nadat het vervolgens even stil is gebleven.

Nee, hun populariteit hebben de Black Keys niet te danken aan hun gelikte imago, of aan hun handigheid in het bespelen van de media. Hun populariteit is heel geleidelijk, onder de radar, gegroeid.

"Een paar jaar geleden stonden we nog in zalen voor 400 man. Ieder jaar komen daar een paar honderd man bij", bevestigt Carney. Het moment dat hij besefte dat ze echt heel groot geworden waren? "Dit jaar."

Sinds dit jaar zijn ze zalen als Paradiso en de Melkweg ontgroeid. Afgelopen maart traden ze in de Heineken Music Hall op, op 1 februari volgt het Klokgebouw in Eindhoven. En deze zomer zou de band zomaar eens de gedroomde hoofdact op Lowlands kunnen zijn: alternatief, heftig rockend, maar toch met massa-aanhang.

En dat voor een duo dat rauwe, gierende bluesrock maakt. Muziek waarin vaak nauwelijks een liedje te herkennen is, maar die vooral bestaat uit eindeloze variaties op een gitaargroove. Muziek die je eerder in een kleine kroeg verwacht.

Tien jaar geleden begonnen de twee Amerikaanse tieners Patrick Carney (drums) en Dan Auerbach, (gitaar), samen te spelen. Veel meer was er niet te doen in hun woonplaats Akron. Carney: "We hebben nog een tijdje geprobeerd om er een derde bandlid bij te zoeken, maar dat werkte niet". Het was de tijd dat duo's populair waren, in het kielzog van de megasuccessen van The White Stripes. Maar waar dat tweetal in één keer een hype werd, die vervolgens langzaam uitdoofde, bouwden The Black Keys optreden na optreden aan hun reputatie.

Want zo uitgezakt als Carney er bij zit, zo elektrisch geladen zijn de optredens van het tweetal. Hoe dat werkt? Probeer op drie verschillende manieren iets te weten te komen over het geheim van hun dynamiek, en je krijgt drie keer hetzelfde antwoord. "We gaan gewoon spelen, en als iets werkt, dan werkt het." Punt.

Een paar jaar geleden leek het overigens niet meer te werken. Op het album 'Magic Potion', in 2006, leek de band een beetje in herhalingen te vallen: de bluesrifjes hadden we allemaal wel eens eerder gehoord, en het ongeproduceerde garagegeluid, dat rond de eeuwwisseling nog zo spannend en nieuw had geklonken, dat was inmiddels ook een beetje een cliché geworden.

Op 'Attack & Release' (2008) vond de band zichzelf echter opnieuw uit. De samenwerking met hiphopproducer Danger Mouse zorgde voor een veel dieper, ruimtelijker geluid, zonder dat het gladgestreken was geworden. De contouren van heuse liedjes werden zichtbaar. Vanaf dat moment begon de fanschare snel te groeien, en met het album 'Brothers', dat vorig jaar een Grammy won, stootten de Black Keys definitief door naar de Champions League van de popmuziek.

Een positie die ze wel bevalt. Nee, hij heeft geen heimwee naar de kleine zaaltjes, vertelt Carney. Daar zaten relatief meer hardcore muziekliefhebbers. Die zijn vaak ook wat stijver. En moeilijk is het niet, om met zijn tweeën zo'n grote zaal te vullen met geluid. Daar wil hij nog best acht woorden aan wijden: "Hoe meer je speelt, hoe beter je wordt."

Het nieuwe album dan, 'El Camino', dat deze week in de winkels ligt. Hoe verschilt dat van zijn voorganger? "Bij 'Brothers' luisterden we veel naar de Isaac Brothers en rookten we wiet. Nu luisterden we veel naar The Cramps en dronken we koffie."

Veel meer wil hij er niet over kwijt. Maar misschien is de muziek van The Black Keys wel bedoeld om naar te luisteren, niet om al te lang over door te praten. En moet Patrick Carney gewoon drummen, in plaats van interviews geven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden