Geen God zonder gebod

Mijn column van 31 mei over de doe-het-zelfgod van de remonstranten leverde veel ingezonden brieven op. Zorgvuldige en fatsoenlijke reacties van mensen die het met mij eens (de minderheid) of oneens waren. Eén ding hadden die brieven gemeen; bijna niemand gebruikte bij het argumenteren een bijbeltekst. En dat terwijl het in mijn column toch over de God van de Bijbel ging, die men alleen uit de Bijbel kan kennen.

Nu kan men dit van remonstranten verwachten; de nadruk is daar steeds meer komen te liggen op een persoonlijk geloof. Men redeneert vanuit het eigen wensdenken over God. Dat bleek vooral uit de reacties op de door mij aangehaalde bijbelteksten tegen homo's; die zouden door mij uit hun context zijn gerukt en bovendien: God is Liefde. Nog los van het feit dat God best Liefde kan zijn en tóch tegen homo's, de door mij aangehaalde bijbelteksten zijn kristalhelder. En nee, ze gaan ook niet over tempelprostitutie; daar gaan andere teksten over.

Remonstranten zijn niet de enige christenen die zo met deze teksten omgaan; het lijkt wel of ze zich voor de Bijbel generen. Met zo'n homofobe God willen ze niet geassocieerd worden. Dat is hun goed recht, maar hun geloof heeft dan niets meer met de God van de Bijbel te maken, dus zouden ze het bijbelse begrip 'God' niet voor hun geloof moeten gebruiken. Laten ze, ieder voor zich, maar een nieuwe naam voor hun godheid bedenken. 'Remo' klinkt wel stoer.

Ik heb de indruk dat niet alleen 'God' maar ook 'geloof' aan begripsverwarring onderhevig is. Wat is God? Wat is geloof? Bij mijn weten zijn God en geloof altijd gekoppeld aan een gemeenschap. Een persoonlijk geloof lijkt me meer een mening, een persoonlijke god een fetisj. Het is niet voor niets dat de remonstranten met zo weinig zijn; het is moeilijk om met een persoonlijke god een gemeenschap te vormen, laat staan een gemeenschappelijke moraal.

De God van de Bijbel is gekoppeld aan een gemeenschap: Hij is de God van Israël. Ha-Shem Elokenoe - 'De Naam, onze God'. Zijn functie is het uitvaardigen van ge- en verboden waardoor het leven in gemeenschap mogelijk is. Keiharde, niet-onderhandelbare regels die het leven regeren. Het woord voor 'gelovige' in het joodse taalgebruik is dati. Dit woord is afkomstig van het oud-Perzische data, dat 'wet' betekent. Dat dit woord via de bijbelboeken Ezra en vooral Esther het Hebreeuws is binnengekomen is 'diep, zeer diep', zou mijn oude leermeester, reb Friedrich uit Antwerpen, gezegd kunnen hebben. Het kan wijzen op het belang van de Wet, de Thora, om het volk in stand te houden in een niet-joodse wereld. Een gelovige is iemand die de wet uitvoert.

De Bijbel kent ook het Hebreeuwse woord emoena voor 'geloof' in de zin van 'vertrouwen'. Vertrouwen waarin? In de God uit de overgeleverde teksten. Overgeleverd door wie? Door de gemeenschap. God, geloof en gemeenschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en kunnen niet los van elkaar bestaan. Het Joodse volk zou niet meer bestaan zonder het onderhouden van Gods ge- en verboden. Misschien rekende God daarom Abrahams geloof tot gerechtigheid (Genesis 15:6).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden