Geen 'geheimen', wel Nederlandse snorkel op Duitse U-boot

ROTTERDAM, ANHOLT - Zelfs al worden de bijna mythologische verwachtingen over 'schatten' of 'geheimen' in het wrak van de U-534 nooit bewaarheid, gisteren kon in elk geval de aanwezigheid van een nu tastbaar geworden Nederlandse uitvinding worden vastgesteld: de schnorkel oftewel snuiver.

Op de met zeewier bedekte commandotoren van het maandag in het Kattegat bij het eiland Anholt door de Rotterdamse berger Smit Tak boven water gehaalde onderzeeer, is naast de periscoop nog een buis te zien.

In deze (intrekbare) buis moeten zich twee dunnere pijpen hebben bevonden waardoor lucht werd aangezogen en gassen afgevoerd voor de dieselmotor. Dankzij deze inrichting, die de Nederlanders snuiver noemden, konden Nederlandse onderzeeers al voor de tweede wereldoorlog, en Duitse U-boten in de laatste twee oorlogsjaren langer onder water blijven dan voor mogelijk werd gehouden. Met de na 1943 aangebrachte Schnorchels (in het Duits is de spelling tweemaal met ch, terwijl in het Nederlands en het Engels een Schnorkel met k wordt gespeld) leken de U-boten van Hitler-Duitsland even het initiatief te hernemen op de geallieerde radar en het geallieerde luchtoverwicht.

De met zo'n schnorkel uitgeruste, maar op 5 mei 1945 (de datum van de Duitse capitulatie) door een Brits vliegtuig tot zinken gebrachte U 534, zou gisteravond of vandaag worden onderzocht door explosievendeskundigen van de Nederlandse Koninklijke Marine en de Deense marine. Pas als zo'n 15 nog aanwezige torpedo's en eventueel ammunitie van het luchtafweergeschut, onschadelijk zijn gemaakt kan de romp van binnen worden bekeken. “Maar eerst moet het schip op een ponton naar een droogdok in het Deense Hirtshals worden gesleept. Daar beginnen ongeveer deskundigen tegen het einde van de week hun onderzoek naar de inhoud van de romp. Maar het zal wel maanden duren voordat zij tot conclusies komen”, zei gisteren een woordvoerder van Karsten Ree.

De Deense krantenmagnaat Karsten Ree, die Smit Tak opdracht gaf tot berging van de U 534, heeft steeds hoog opgegeven van wat in 'geheime ruimten' van de onderzeeer zou kunnen zitten. Omdat het schip nog op 3 mei 1945, twee dagen voor de capitulatie van nazi-Duitsland, de betrekkelijke veiligheid van een U-bootbunker in Kiel verliet, koestert Ree opgeklopt lijkende verwachtingen over mogelijk aan boord gestapte top-nazi's die wilden ontsnappen, of over in 'geheime ruimten' opgeborgen edelmetalen bestemd voor de Duitse bondgenoot Japan. De feiten: er zijn geen documenten waaruit zoiets zou kunnen blijken, er waren in die laatste oorlogsdagen meer U-boten die uitvoeren naar bij voorbeeld het nog door Duitsland bezette Noorwegen. Ook herinneren de nog 52 in leven zijnde bemanningsleden (van wie er acht de berging bijwoonden) zich niets van een bijzondere lading. Wellicht had commandant Nollau weet van een geheime missie, maar hij pleegde in 1968 zelfmoord.

Over de schnorkel kan de woordvoerder van Karsten Ree niet veel meer vertellen, dan dat deze aanwezig is op de wat beschadigde toren van de nu geborgen U 534. Dat deze ademhalingsbuis voor onderzeeboten in de jaren dertig werd uitgevonden door een Nederlandse marineofficier, de luitenant-ter-zee der eerste klasse J. J. Wichers, interesseert de Denen natuurlijk geen lor. Vreemder is dat ook de Nederlanders destijds aanvankelijk lauw reageerden op het al in 1933 door Wichers ingediende plan voor een installatie met onderzeeboten 'dieselend onder water te varen'. De onderzeeboten van die tijd, en ook de Duitse U-boten, konden alleen maar op elektrische motoren, op batterijen, onder water varen. En omdat de batterijen voortdurend boven water, met de dieselmotor, werden opgeladen, opereerden de onderzeeers de meeste tijd boven water.

De schnorkel maakte, ondanks enkele nadelen, pas echte onderzeeboten van wat tot dan toe 'duikboten' waren geweest. Maar, zoals dat gaat, de uitvinding van Wichers was pas na veel emmeren - en zonder hem er bij te betrekken - einde jaren dertig aangebracht op de Nederlandse onderzeeboten O-19, O-20, O-21, O-22, O-23 en O-24.

In de meidagen van 1940 vielen drie in aanbouw zijnde Nederlandse onderzeeboten, de O-25, de O-26 en de O-27, met de werktekeningen, in handen van de Duitse bezetter. Wie ervoor verantwoordelijk was dat de Duitse Kriegsmarine schepen en tekeningen gaaf (dus met de schnorkel) aantrof, zonder dat er aan vernietigen of opblazen was gedacht, vertelt de koopvaardij- en marinehistoricus K. W. L. Bezemer niet. Wel schrijft hij in zijn 'Verdreven doch niet verslagen' dat de Duitsers, die met hun U-boten vrijwel altijd 's nachts boven water varend hadden aangevallen, en die in 1943 door het geallieerde luchtoverwicht uit de Atlantische Oceaan werden verdreven, zich dankzij de schnorkel herstelden. De U-boten konden met deze installatie voortaan ook onder water op de diesel varen, en de batterijen van de elektromotoren opladen zonder boven water te gaan.

De Britse officiele marinehistoricus Roskill schrijft dat 'de schnorkel door het effect van de vliegtuigradar te reduceren een zware klap toebracht aan de geallieerde anti-U-boot-tactiek'. Aan de uitvinder, de Nederlandse marineofficier Wichers, die er part noch deel aan had dat de Duitsers er met de Nederlandse vinding vandoor gingen, werd pas na forse publieke botsingen in 1950, drieduizend gulden toegekend. En zijn naam werd in de The Times genoemd: een “belated recognition of talent and services”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden