Geen geheim is meer veilig

interview | Transparant zijn, dat willen we allemaal. Maar volgens politiek filosoof Paul Frissen leidt het 'hoera-woord' tot ongebreidelde snuffelzucht tussen burger en overheid.

Na een gesprek van meer dan een uur is het donker geworden aan het Lange Voorhout in Den Haag. De in driedelig pak geklede Paul Frissen gaat de journalist voor naar de ondergrondse parkeergarage van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, waarvan hij decaan is. In de parkeergarage staat één spectaculaire, rode sportwagen. Die is van Paul Frissen.

Eerder die middag heeft de politiek filosoof en hoogleraar bestuurskunde uitgelegd dat de egalitaire en protestante mentaliteit van Nederland hem vaak verwondert. Hij mist daarin de aandacht voor de aspecten van het leven waarmee hij zelf is opgegroeid: het mysterie, het redeloze en eigenlijk ook het roekeloze. "Het katholicisme is natuurlijk één groot mysterie. Dat Latijn, die rituelen, al die heiligen, daarin ligt het besef dat de wereld ten diepste ongekend is. Dat heeft me altijd geboeid: die bewust gewilde verborgenheid. Natuurlijk, als kind van de moderne tijd en als wetenschapper, wil ook ik de waarheid boven tafel krijgen, maar ik besef dat die mentaliteit strijdig is met het respect voor het geheim, met dat wat niet opgelost en doorgrond kán worden."

Niet dat met dat conflict niet te leven viel, integendeel; naast zijn twee banen wist Frissen ook nog vier politiek-filosofische boeken te publiceren, het nieuwste wordt vandaag gepresenteerd. Maar juist in die boeken kan Frissen polemiseren met de tijdgeest. En als er één nieuwe trend is die Frissen graag van commentaar voorziet, is het wel het toverwoord 'transparantie', dat de laatste jaren een enorme opmars heeft beleefd.

In uw nieuwe boek noemt u transparantie een 'hoera-woord'.

"Ja, het is echt zo'n term die alleen maar positieve associaties oproept - zeker in de wereld van politiek en openbaar bestuur. Op zich is dat logisch: iedereen vindt dat de macht transparant moet zijn, want alleen zo kan ze worden gecontroleerd. Maar dat geloof heeft zich inmiddels wel naar andere terreinen uitgebreid. Bestuurders moeten verantwoording afleggen. En ook de markt moet transparant zijn, omdat de burger dan een eerlijker positie heeft: die kan prijzen vergelijken. Zo niet: dan grijpt de overheid in."

Dat is toch goed?

"Op zich is het verlangen naar transparantie volkomen redelijk. Natuurlijk willen we de wereld steeds beter kennen, daar kun je eigenlijk geen bezwaar tegen hebben. Maar in de moderniteit radicaliseert dat verlangen. Dan ontspoort de behoefte de wereld steeds verder te onttoveren, te ontdoen van magie en duisternis, ze ontspoort in de verwachting dat een steeds doorzichtiger wereld ook steeds redelijker en rechtvaardiger wordt. Maar die gedachte heeft totalitaire kantjes, dat zag je al bij de bouw van de Bijlmermeer in Amsterdam."

Bij de Bijlmermeer?

"Ja, die hele flatwijk werd opgezet als iets volkomen overzichtelijks, ontworpen vanuit een vogelperspectief, een geheel dat je als het ware van bovenaf in de gaten kon houden - ongetwijfeld met de beste intenties. Maar de behoefte alles te ontbloten, te onthullen, in kaart te brengen, is onleefbaar, die leidt ertoe dat we een intieme wereld kwijtraken. Dave Eggers beschrijft dat natuurlijk prachtig in zijn roman 'The Circle'. Daarin wordt hoofdpersoon Mae schijnbaar met de beste bedoelingen aangezet haar hele privéleven te 'delen'- ze moet volledig 'transparant' worden. Geheimen zijn verboden, geheimen zijn een vorm van egoïsme, privacy is diefstal."

Die roman van Eggers gaat vooral over de macht van bedrijven als Google, Facebook en Apple, die het monopolie op alle informatie proberen te krijgen: Google weet alles van ons. U verwijt de Nederlandse overheid ook een onrechtmatige behoefte tot meekijken op plekken waar ze niets te zoeken heeft. Noemt u eens een voorbeeld?

"Heeft u kinderen? Als ze al wat ouder zijn, weet u dat het consultatiebureau vroeger een vriendelijke, adviserende instantie was. Inmiddels noemen ze het een consternatiebureau. Ouders moeten eindeloos veel vragenlijsten invullen, wat dan wordt vertaald in risicoanalyses. Er komen wijkteams langs. Dat is tamelijk ingrijpend. Alleen in wijken waar veel advocaten wonen, zie je nog dat mensen zich verzetten. Alle andere burgers onderwerpen zich braaf aan die mateloze snuffelzucht - want wie weigert, zal wel iets te verbergen hebben. Intussen worden de burger allemaal ideeën over het goede leven opgedrongen. Je mag bijvoorbeeld niet dik zijn."

Wie niet normaal is, moet in de gaten worden gehouden.

"Dat is wat ik bedoel met de intolerantie voor het afwijkende. Hannah Ahrendt zegt het zo goed: de staat mag verbieden, maar niet gebieden. Maar dat doet de Nederlandse staat wél. Toen de gemeente Amsterdam zich bemoeide met het bijzonder onderwijs heeft zij de grondwet overtreden! Als je daartegen protesteert, zeggen ze: Ja, maar het helpt. Stel je eens voor dat de PVV in de regering komt en dat die ook zo ver achter de voordeur mag kijken. Dan wordt iedereen bang. Maar de mate van overheidsbemoeienis mag toch niet afhankelijk zijn van de partij die toevallig aan de macht is?"

Maar andersom dan? Als de burger de grote instellingen en de macht op de vingers kijkt, dan voorkomt ze toch dat die macht te ver uitbreidt? De staat moet dus wel transparant zijn.

"Gedeeltelijk. Ik ben het volkomen met u eens dat macht gevaarlijk is, machthebbers móet je wantrouwen. Maar als we geen geheime dienst hadden, of geen diplomatie of informanten - als de overheid bepaalde informatie niet bewust weghield van de burger, dan zouden ze die burger helemaal niet kúnnen beschermen. Dat is de paradox van de macht: om onze vrijheid, ons recht op geheimen te verdedigen, moet de staat datzelfde recht soms overtreden - bijvoorbeeld als burgers dreigen met geweld, als ze de rechtsorde willen ondermijnen. In die zin is de macht altijd hypocriet - dat is trouwens ook iets wat zuiderlingen meestal beter begrijpen. Daarmee wil ik ongebreidelde snuffelzucht van de staat volstrekt niet goedpraten. Integendeel. Waar de bevoegdheden van de staat groeien, van de AIVD bijvoorbeeld, moet de controle daarop, de checks-and-balances, juist meegroeien."

Dat de geheime dienst geheimen moet hebben, dat accepteren Nederlanders denk ik wel - zeker als er terreur dreigt. Maar burgers hebben toch wel het recht de salarissen van topambtenaren in te zien, of de prestaties van scholen en ziekenhuizen te vergelijken?

"Dat is ook zo'n misverstand over transparantie: dat cijfers voor zich spreken. Neem de sterftegevallen in een ziekenhuis: die kan een leek op geen enkele manier goed inschatten. Bij een geavanceerd ziekenhuis kan de mortaliteit heel hoog liggen, maar dat komt misschien doordat ze daar zeer gecompliceerde operaties verrichten, terwijl een ziekenhuis dat 'beter scoort' misschien alleen maar standaardingrepen uitvoert. Transparantie werkt dus alleen in een perspectief van duiding: je moet weten wat in die cijfers wordt uitgedrukt. Je ziet het ook in de journalistiek: na een onthulling hoopt iedereen op het aftreden van de verantwoordelijke. Terwijl één onthulling lang niet alles zegt over het functioneren van, bijvoorbeeld, een minister. Puur om de buitenwacht in het gelijk te stellen, zie je dan een moraliserend reinigingsritueel in werking treden - die man of vrouw was volkomen fout. Maar we moeten de buitenwacht niet altijd gelijk geven. Die kan de situatie zelden goed inschatten."

U denkt dat de roep om transparantie niet meer te beteugelen is?

"De staat dringt het leven van de burger steeds vaker binnen. Er bestaat een onbeheerste drang het onzichtbare zichtbaar te maken. Neem de Nederlandse gewoonte om illegalen te tellen. Dat is toch een heel raar verlangen? Illegalen zijn per definitie niet te tellen.

"En nu wil Sociale Zaken weer dat alle 'onzichtbare jongeren' in kaart gebracht worden: jongeren die geen werk hebben, geen opleiding en geen uitkering. Die jongeren zijn onzichtbaar, maar ze weten met een merkwaardige precisie hoeveel het er zijn: 65.910! Haha! Ik zou zeggen, laat de gevaarlijke types over aan de politie en laat de anderen met rust. Dat zijn bijvoorbeeld meisjes van 23 die nog bij hun moeder wonen, in liefdevolle afwachting van de prins op het witte paard, of jongens van 24 die de hele dag op hun kamer zitten te gamen. Maar dat moet dus állemaal zichtbaar worden gemaakt - en daarmee beheerst. Nederlanders kunnen er heel slecht tegen als iets buiten de orde valt, alles moet naar binnen worden gehaald."

U zegt eigenlijk: laten we die felle lampen nou eens uitzetten en aanvaarden dat het donkere, andere, onbekende mag bestaan. Is dat niet ook een esthetisch verlangen: naar het geheim, het spannende, het erotische en ongrijpbare?

"Uiteraard! Ik heb een esthetische politieke theorie. Het verschil is interessant, niet de gelijkheid. En politiek gáát over de onoplosbaarheid van het verschil. Bij de presentatie van mijn vorige boek, 'De fatale staat', hield Piet Hein Donner een prachtige rede, waarin hij de strekking van dat boek in twee woorden samenvatte 'Shit happens'. De obsessie met transparantie houdt daar geen rekening mee - dat vind ik zorgwekkend."

Paul Frissen: Het geheim van de laatste staat. Kritiek van de transparantie. Boom; 272 blz. euro 23,50

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden