Review

Geen engelen na de dood

Alma Post: 'Dag Siem, dag Tom! afscheid van papa', ill. Philip Hopman, Altamira, 56 p, 21,90, v.a. 4 jaar; Hans Stolp: 'De stilte van opa', ill. Erik Uitenbogaard, La Riviere & Voorhoeve, 46 p, 19,90, v.a. 9 jaar; Judith Viorst: 'Dat is heel wat voor een kat, vind je niet?', vert. Josephine Vonk, Gottmer, 15 " v.a. 4 jaar.

De twee kinderen zijn voortdurend op een heel natuurlijke manier in gesprek met de 'stem van mamma'. Soms stelt mamma's stem domme vragen of komt ze ongelegen. Hanna zegt op zo'n moment: 'Je moet me maar liever niet storen,/ want ik heb het heel druk/ met de was en de rest./ Ik heb vlierbes geplukt/ en er thee van gezet./ Wil je soms ook een kopje?'

De dood komt de laatste jaren regelmatig in kinderboeken voor. In 'Een paard langs de zee' van Anne Takens (1989) is Dieter op zoek naar het paard van de foto waarop hij als driejarige met zijn nu overleden vader te zien is. In 'Maanzaad' van Lydia Rood (1990) krijgt een meisje voor haar twaalfde verjaardag via haar vader een lange brief van haar moeder, die stierf toen zijzelf een peuter van een jaar was.

En in 'Gwinnie', het opmerkelijke debuut van Klaas van Assen (1991) leert Gwinnie te leven met de dood van haar vrolijke moeder.

NewAgeinvloeden

Ook vroeger was de dood geen onbekende in kinderboeken. Maar toen waren weeskinderen per definitie zielig en werd er over doden niet gesproken, hoogstens gefluisterd. In de kinderboeken van nu zijn kinderen die een ouder verloren hebben niet zielig, al kunnen ze het er wel erg moeilijk mee hebben; de dood wordt tegenwoordig niet meer weggestopt, maar verwerkt.

Wat ook opvalt is dat er in veel huidige kinderboeken impliciet of expliciet vanuit gegaan wordt, dat de gestorvene op de een of andere manier voortleeft. Niet in een hemel, met God op een gouden troon omringd door zingende engelen, maar in vaak heel oorspronkelijke beelden, waarin New-Age-invloeden te herkennen zijn. Zo gaat Sofie uit 'Kleine Sofie en Lange Wapper' van Els Pelgrom (1984) op een 'eindeloze reis' door 'groene heuvels en blauwe luchten' als ze sterft. In 'Als je van een wolk valt' van Hans Hagen (1989) heeft de 12-jarige Felix steeds het verwarrende gevoel dat hij David is, de jeugdvriend van zijn moeder, die twintig jaar geleden met zijn zeilboot verdronk; zonder het woord te noemen geeft Hagen een beeld van wat reincarnatie zou kunnen zijn. En in het klassieke prentenboekje 'Dat is heel wat voor een kat, vind je niet?' van Judith Viorst (1971), dat deze dagen terecht herdrukt is, leeft een gestorven poesje voort in de bloemen die boven zijn graf bloeien, en ook in 'Kikker en het vogeltje' van Max Velthuijs (1991) zijn dood en leven met elkaar verbonden op een manier die van diepe wijsheid getuigt.

Kinderboeken moeten goed aflopen, zeker als ze over de dood gaan, hoeveel fantasie daar ook voor nodig is. Kinderen nemen fantasieen over leven na de dood serieuzer dan volwassenen, maar dat betekent niet dat een auteur kinderen iets kan meedelen waar hij of zij zelf niet in gelooft.

In het recente 'Dag Siem, dag Tom! afscheid van papa' gaat Alma Post daar heel eerlijk mee om. Ze beschrijft wat de ziekte en dood van haar man betekende voor haar twee zoons van 5 en 3 jaar oud, vanuit het perspectief van de oudste, die het bewust heeft meegemaakt. De zinnen zijn kort en helder, de sfeer is nuchter, zonder sentimentaliteit, en juist die soberheid roept emoties op: het 'stomme papa' uit woede over papa's ziekte, de moeite waarmee papa in de auto naar het ziekenhuis stapt, vanwaaruit hij zwaait als 'een koning in een gouden koets' en na papa's dood het ruziemaken over wie er aan tafel op papa's lege stoel mag zitten. Voor de oudste, Siem, is niet het moment van papa's doodgaan het ergste, maar dat papa nu niet meer kan zien dat zijn losse tand eruit is. Mama troost hem, maar op een manier waar ze zelf achter kan staan: 'Misschien ziet papa het toch', zegt ze, 'wie weet'. Ook elders blijft ze dicht bij haar eigen beleving, zoals in het gesprekje op de begraafplaats als ze bloemen gaan planten bij het graf: "'Zou papa ons nu zien?' vraagt Siem./ 'Papa, zie je ons?' zegt Tom./ 'We weten het niet', zegt mama. 'Sommige mensen denken van wel'./'Wat denk jij?', vraagt Siem./'Ik weet het niet', zegt mama, 'Ik hoop het." '

Ikon-pastor Hans Stolp weet wel zeker dat mensen bij hun dood naar een volgend leven overgaan en kan daar overtuigend over schrijven; voor volwassenen verscheen daarover vorig jaar 'Nu de engelen zijn teruggekeerd', helaas met nogal wat domineesgalm. Voor kinderen schreef hij eerder 'De gouden vogel' - dagboek van een stervende jongen' (1987), een fantasievol en troostrijk verslag van de 'overgang' van een 13-jarige jongen met kanker naar 'het nest van de gouden vogel'.

'De stilte van opa' is zijn tweede kinderverhaal, ditmaal over het sterven van een grootvader. Opa vertelt aan zijn achterkleinzoon Thomas wat hij daarbij beleeft en dat hij een vriend heeft, Andreas, 'in licht gehuld' en met een stralend gezicht. Sereen is de beschrijving van opa's ontmoeting - in een droom - met God, die gekleed is in een blauwe mantel en grijs haar heeft tot op zijn schouders.

Steil bergpad

In tegenstelling tot 'De gouden vogel', dat fijnzinnige, oorspronkelijke fantasiebeelden heeft, is 'De stilte van opa' niet met literaire maatstaven te meten. Wie dat wel doet, ziet dat de beelden of gevoelens van opa traditioneel zijn, zoals het beeld van zijn gang op een steil rotsachtig bergpad naar een gouden poort en de omschrijving 'alsof een diepe vreugde mij aanraakte'. Hoewel iedereen nu eenmaal de taal van zijn generatie spreekt, zijn zulke beelden nu vanuit literair oogpunt gezien clichematig.

Maar dat ook de verteller een dergelijk taalgebruik heeft - 'Nog steeds was er iets als een wonderlijk licht in zijn ogen' - klopt dan niet, want die verteller is het kind Thomas. Het is vreemd, dat Hans Stolp, die met 'De gouden vogel' bewees een gevoelig onderwerp op een intense en vaak poetische manier te kunnen verwoorden, nu in literaire onmacht valt. Of zijn de beelden van een kind dat sterft authentieker dan die van een stervende grootvader? Een onoirbare vraag, want op zo'n moment gaat het om de mens en niet om de originaliteit van wat hij of zij dan ervaart. Maar het blijft een kunst om zo'n wezenlijk moment zo uit te drukken, dat het mensen raakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden