Geen eer te behalen voor oppositie door afspraken coalitie

DEN HAAG - Het gaat om het 'hart' van het regeerakkoord, de kern waarom het bij de kabinetsformatie in 1994 draaide: het deze week door de Kamer behandelde wetsvoorstel om de WAO-premies per bedrijf te laten variëren, afhankelijk van het aantal WAO'ers, en om werkgevers de mogelijkheid te bieden het risico van arbeidsongeschiktheid van hun werknemers tijdelijk zelf te dragen of bij een particuliere verzekeraar onder te brengen.

Wie het debat over dit wetsvoorstel in de Tweede Kamer heeft gevolgd, kan niet het idee hebben gekregen dat het om zo'n belangrijk wetsontwerp gaat. De spetters vlogen er niet van af. PvdA, VVD en D66 hadden hun zaakjes onderling wel zodanig geregeld, dat het voor de oppositiepartijen machteloos stormlopen was.

De afgelopen twee jaren is het oorspronkelijke idee uit het regeerakkoord danig afgezwakt. Destijds was de gedachte om hoogte en duur van de uitkeringen onaangetast te laten. Daarmee werd de PvdA bediend. In ruil kwamen de sociaal-democraten de VVD tegemoet door in te stemmen met de mogelijkheid dat werkgevers helemaal uit de publieke, collectief gefinancierde verzekering zouden kunnen stappen: de mogelijkheid van opting out, waardoor meer marktwerking zou ontstaan.

Doel van de wet is om werkgevers door premiedifferentiatie te stimuleren arbeidsongeschiktheid van hun werknemers te voorkomen. Bovendien moet de wet voor de werkgevers een stimulans zijn om gedeeltelijk arbeidsongeschikten in dienst te houden of te nemen.

Te hoog gegrepen Al gauw bleek dat het idee van opting out te hoog was gegrepen. Volgens de toenmalige staatssecretaris Linschoten was het verzekeringstechnisch veel te moeilijk. Ter linkerzijde was het voornaamste tegenargument dat vermoedelijk alleen bedrijven of bedrijfstakken met relatief weinig arbeidsongeschikten uit het publieke bestel zouden treden, omdat ze op de particuliere markt goedkoper terecht zouden kunnen. Resultaat: de collectieve WAO houdt alleen de 'slechte risicio's' met als gevolg een torenhoge WAO-premie.

In het uiteindelijke wetsontwerp, zoals het deze en volgende week in de Tweede Kamer wordt behandeld, is het opting out dan ook sterk afgezwakt. De collectieve WAO blijft overeind. Wel kunnen werkgevers gedurende vijf jaar het risico van arbeidsongeschiktheid van hun werknemers zelf dragen of particulier verzekeren. Na die periode vloeien die arbeidsongeschikten terug in de collectieve verzekering. Hoogte en duur van de uitkeringen blijft gelijk.

Een verandering ten opzichte van eerdere plannen is ook dat de WAO-premie niet per bedrijfstak, maar per bedrijf gaat variëren. Het wordt nu zo, dat alle bedrijven een basis-premie gaan betalen. Daar bovenop komt per bedrijf een variabele premie, afhankelijk van het aantal arbeidsongeschikten. Aan de premies is wel een maximum gesteld. Voor grote bedrijven (groter dan vijftien werknemers) mag de premie maximaal vier maal de gemiddelde premie bedragen, voor kleine bedrijven maximaal drie maal het gemiddelde. In tegenstelling tot nu komt de premie geheel voor rekening van de werkgevers.

De volksverzekering AAW wordt afgeschaft en 'opgenomen' in de WAO. Om te voorkomen dat zelfstandigen, vroeggehandicapten en studenten die tijdens hun studie arbeidsongeschikt raken helemaal buiten de boot vallen, komen er voor deze categorieën aparte arbeidsongeschiktheidsverzekeringen: de Wet arbeidsongeschiktheid jonggehandicapten (Wajong, ook bedoeld voor de studenten) en de Wet arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (WAZ).

De meeste kritiek van de oppositie richtte zich deze week op de mogelijkheid van tijdelijk uittreden voor werkgevers. De oppositie wees op de ervaringen met de ziektewet, die per 1 maart is afgeschaft. Sindsdien zijn werkgevers verplicht zieke werknemers minimaal zeventig procent van hun loon door te betalen. Het risico van ziekte ligt dus bij de werkgevers. Uit voorlopig onderzoek is gebleken dat zij daardoor bij sollicitaties strenger gaan selecteren. Dit gevaar wordt nog groter met de nieuwe financieringswijze van de WAO. Fractieleider Rosenmöller van GroenLinks sprak van dreigende 'apartheid' op de arbeidsmarkt.

Het verweer van de regeringspartijen is dat de D66-initiatiefwet, die de Tweede Kamer deze weken ook behandelt, medische keuringen bij aanstellingen aan banden legt. Bovendien, aldus staatssecretaris De Grave van sociale zaken en werkgelegenheid, moeten de zaken ook niet overdreven worden voorgesteld. Van de bedrijven meldt 85 procent dat 'aan de poort' sinds de afschaffing van de ziektewet niet strenger wordt geselecteerd.

Niettemin pleitten CDA en RPF ervoor om alleen de premiedifferentiatie te laten doorgaan, maar af te zien van de mogelijkheid van eigen risico. Fractieleider Rosenmöller van GroenLinks vond dat na invoering van de premiedifferentiatie in elk geval twee jaar zou moeten worden gewacht met de invoering van het eigen risico.

Een belangrijk deel van het debat draaide om de positie van de kleine bedrijven. Niet alleen de oppositie, ook de regeringsfracties hebben hierover grote zorgen. Het midden- en kleinbedrijf heeft zelf berekend dat de financiële nadelen voor de kleine bedrijven vier tot vijf keer zo groot zijn, vergeleken met het gehate bonus-malus-systeem dat inmiddels is afgeschaft. Volgens dat systeem kregen werkgevers een bonus als ze een arbeidsongeschikte in dienst namen, en een boete als ze een werknemer naar de WAO afstootten. Door het wetsvoorstel dreigt een klein bedrijf dat één werknemer afstoot naar de WAO onmiddellijk gedurende vijf jaar met de maximum-premie te worden geconfronteerd.

De oppositie stelde voor om de opslag op de premie bij uitstoot van een werknemer naar de WAO te beperken tot drie of twee jaar en niet tot vijf jaar, zoals de regering voorstelt. Ook werd het idee geopperd om de maximumpremie te verlagen. Uiteindelijk bleek De Grave onder voorbehoud te porren voor het voorstel van de regeringsfracties om de pijn voor de kleine bedrijven te verzachten door ze een premiekorting in het vooruitzicht te stellen, als ze arbeidsongeschikten in dienst nemen of houden. In dat geval kunnen bedrijven een korting op de basis-WAO-premie incasseren voor maximaal vijftien werknemers.

De Grave is nog niet helemaal over de streep. Volgens hem kan het voorstel van de coalitiepartijen 'bij succes' honderden miljoenen guldens kosten. Dat zou weer kunnen leiden tot een premiestijging voor de andere bedrijven. Dat is nu net niet de bedoeling. De werkgeversorganisatie van het midden- en kleinbedrijf MKB was gisteren snel klaar met het voorstel van de regeringspartijen: “Een klein doekje voor het bloeden uit een hele grote wond.”

Al met al heeft De Grave - pas enkele maanden in functie na het vertrek van zijn voorganger Linschoten - het debat met glans doorstaan. Het is het eerste grote wetsvoorstel dat hij in de periode die hem als staatssecretaris nog rest, tegenover de Kamer te verdedigen heeft. Op het programma staan nog de organisatiewet over de sociale zekerheid en het nauw met de WAO-wet samenhangende wetsvoorstel over de reïntegratie van gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Resteren verder de debatten over de toekomst van de sociale zekerheid, debatten die de oppositie - met Rosenmöller voorop - graag had gevoerd voor de nieuwe WAO-wet in behandeling was genomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden