Geen boodschap aan het lot van de Nuba

In de tang | De Nuba in Soedan voeren vanuit de bergen een welhaast onmogelijke strijd tegen de dictatoriale regering van hun land. Ondertussen doet Europa zaken met het Soedanese regime.

Vijf minuten nadat magiër Maghul Saïd Katju Sabun zijn gebed voor vrede heeft afgesloten, vliegt er een bommenwerper over de Nuba-bergen in Soedan. Vrouwen en kinderen duiken zelfgegraven gaten in aan de rand van hun dorp Kauda-Noord. Ze weten precies wat ze moeten doen. Een jarenlange oorlog en talloze bombardementen zijn een harde leerschool. Kinderen eerst, moeders hurken voor hen, de mannen schuilen onder de bomen. Een dwingend gezoem als van een groot uitgevallen mug komt eerst dichterbij en sterft dan weer weg. Iedereen tuurt ingespannen tegen de blikkerende zon in, op zoek naar het witte stipje dat de laatste vijf jaar met grote regelmaat bommen uit het laad- en losluik laat vallen, zonder goed te mikken of al te veel rekening te houden met burgers. De tientallen ogen aan de rand van het dorp vinden de bommenwerper moeiteloos, net als hun oren precies kunnen inschatten of het vliegtuig gewoon overvliegt of het luik openzet om de dodelijke lading uit te braken.

Even daarvoor keken en luisterden de dorpsbewoners net zo ingespannen naar de kujur, zoals een magiër, aan wie ze bovennatuurlijke krachten toekennen, heet in Nuba. Maghul Saïd Katju Sabun weet niet hoe oud hij is, maar hij heeft vele oorlogen meegemaakt. De meeste tijd brengt hij door, turend naar vellen papier waarop slingerende patronen van gelige inkt staan getekend. Alleen hij kan ze lezen en vertellen wat de goden hem zeggen.

Deze morgen stopt de kujur eerst water met een laag kruiden en aarde in een kalebas en die verwarmt hij op een vuurtje. Aan zijn hand heeft hij nog slechts een stompje duim, zijn vingers zijn verdwenen door de lepra. Mensen dopen hun vingers in de kalebas en nemen een flinke hap van de prut. In de kring zit nog een viertal leprozen. Dan is de ceremonie voorbij. De kujur hoopt op vrede.

Onafhankelijk

Toen de oorlog tussen troepen van het oppositionele Soedanese Bevrijdingsleger-Noord (SPLA-N) en de regering in Khartoem vijf jaar geleden oplaaide, was het conflict weer even in het nieuws. Zuid-Soedan was net onafhankelijk geworden van het noorden, na tientallen bloedige oorlogsjaren. In die strijd sloten de Nuba zich aan bij het rebellenleger van de SPLA, dat streed voor Zuid-Soedanese onafhankelijkheid. Samen vochten ze voor hun bestaansrecht, voor behoud van hun culturele gebruiken en gelijke behandeling van etnische Afrikanen. Een strijd die ze al eeuwen voeren.

Na de internationaal gesteunde vredesovereenkomst tussen Noord- en Zuid-Soedan bleven de Nuba met een halfbakken afspraak achter: zij mochten zich uitspreken over hun toekomst. Maar zover kwam het niet. De Soedanese regering eiste dat de Nuba hun wapens inleverden. Dat kwam neer op een nieuwe poging om het gebied etnisch te zuiveren, te islamiseren en te arabiseren, vonden de Nuba. Ze weigerden en sinds juni 2011 is het weer oorlog in de provincies Zuid-Kordofan, waarin de Nuba-bergen liggen, en Blauwe Nijl. Dus plakten de rebellen de N van Noord achter hun naam en streden ze als SPLA-N verder.

Militair, politiek of humanitair, ze krijgen nauwelijks internationale steun. Sterker, de internationale gemeenschap haalt de banden aan met het dictatoriale regime in Khartoem, ook al staat dat onder leiding van president Omar al-Bashir, tegen wie een internationaal arrestatiebevel is uitgevaardigd. Het Internationaal Strafhof in Den Haag wil hem berechten voor genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Er leven tussen de een en anderhalf miljoen Nuba in de Nuba-bergen. De vruchtbare grond en het goud uit Nuba zou de Soedanese regering maar wat graag in handen krijgen. Daartoe worden Arabische milities ingezet die het leger ondersteunen en cirkelen bijna dagelijks bommenwerpers boven het gebied.

De oudste zoon van de kujur staat op een rots om het vliegtuig beter te kunnen spotten. Ze hoeven nog niet bang te zijn, het toestel maakt een verkenningsronde en komt niet over Kauda-Noord. Maar vijf minuten later keert hij terug, en dit keer wel recht op het dorp af. "Hij heeft een bom gegooid", constateert een van de mannen droog. Seconden later klinkt de eerste doffe knal, en nog een en nog een. Niet veel later nog drie. De bommen vallen aan de andere kant van de heuvelrug, waar rook opkringelt.

Daar, aan die andere kant, missen de bommen Nibala Hassan maar net. Toen ze het vliegtuig hoorde, wist ze nog net de heuvel over te rennen om een in greppel te schuilen. "Ik voelde de grond schudden. Ik dacht dat ik dood zou gaan."

Nog geen half uur nadat de bommen vielen, heeft Hassan, een vrouw van in de veertig, haar werk alweer opgepakt. Met een schoffel maakt ze de harde aarde rul om granen en groente te planten. Het regenseizoen staat voor de deur, tijd om te zaaien. Om de grond vruchtbaar te maken, brandt ze de begroeiing af. Nibala Hassan vermoedt dat de bommenwerper de rook zag en bommen gooide om burgers af te schrikken. Die strategie maakt dat boeren al jaren minder planten en dat ruim de helft van de mensen te weinig voedsel heeft, meldt een lokale groep waarnemers.

Hospitaal

Ook de stad Tabanya, op vier uur rijden van Kauda-Noord, is vaak doelwit van bommenwerpers. Een van de belangrijkste rebellenleiders heeft er zijn woonhuis. De tienjarige Chichia schuilt in een hospitaal, gebouwd tegen de rotswand, in de hoop dat piloten het over het hoofd zien. Binnen is er ruimte voor drie britsen, gemaakt van munitiekisten. Elektriciteit is er niet. Dokter Amin haalt voorzichtig het verband van Chichia's arm, of wat daarvan over is, bij het licht van de deuropening. Zijn collega Daniël heeft de arm geamputeerd tot vlak onder de schouder. In het hospitaal is gebrek aan alles; het meisje kreeg alleen een plaatselijke verdoving. Daniël noch Amin zijn gediplomeerd arts - daarvan zijn er maar twee in het Nuba-gebergte - maar amputaties zijn voor hen een routine-ingreep.

Enkele dagen daarvoor hadden Chichia en meer dan honderd mensen uit het dorp zich verzameld onder de reusachtige baobab om samen naar de begrafenis te gaan van een stamlid. Chichia's moeder Majdilia Jarras had de hele ochtend haar beste gerechten staan koken, vertelt ze. Een begrafenis is een soort feest in Nuba. Om drie uur 's middags hoorden ze de bommenwerper. Die moet een zware bom hebben afgeworpen: takken van een boom met de dikte van een volwassen man liggen versnipperd als luciferhoutjes op de grond. Niet de explosie van de bom zelf - een vat gevuld met stukken metaal - maar de scherven die alle kanten op vliegen, maken de meeste slachtoffers. Een scherf hakte de rechterarm van Chichia aan stukken en maakte een snee in haar linkerarm.

Het meisje kijkt niet weg als het verband van haar arm af gaat - er is alleen nog een stompje over. Amin schraapt voorzichtig met een schaartje aan de open wond die maar niet wil helen. Chichia vertrekt geen spier als hij met een watje met alcohol de wond ontsmet. Vanaf nu zal ze alles met haar linkerarm moeten doen. Ze oefent al met eten.

Beesten hoeden, op het land werken, hout en water halen, op haar broertjes en zusjes passen, het wordt moeilijk voor Chichia om haar steentje bij te dragen aan het huishouden, zegt haar moeder. Dat verwachten de Nuba wel van een meisje. Om haar de kans te geven nog iets van haar leven te maken, overweegt ze Chichia naar school te sturen. Al weet ze niet wat dat kost. En - nóg een probleem - er zijn nauwelijks scholen. Onderwijs voor de Nuba staat niet hoog op de agenda van de regering. Een belangrijke reden waarom de stam zich achtergesteld voelt ten opzichte van het meer ontwikkelde noorden van het land.

Chichia's toekomst is ook gered als ze later een man trouwt die dicht bij haar ouderlijk huis woont. Haar moeder: "Als we een man voor haar vinden, moeten familieleden Chichia kunnen helpen in het huishouden."

Zeven fronten

De strijd in de Nubabergen ziet er somber uit voor de oppositietroepen. Op ten minste zeven fronten valt het Soedanese leger aan. De troepen bewegen richting Kauda, de officieuze hoofdstad van wat de SPLA-N 'bevrijd gebied' noemt, omdat de opstandelingen er de baas zijn. Nu lijkt de oorlog soms ver weg. Iedere dag is er markt waar vrouwen de weinige goederen die voorradig zijn verkopen: linzen, rijst, bonen, wat kruiden, mango's en een enkele tomaat. Groente is er nauwelijks. Bij de koffietentjes klonteren militairen samen om stoom af te blazen na een bezoek aan het front. Een enkeling heeft de hand kunnen leggen op een geïmporteerd biertje of lokaal gebrouwen borrel. Maar de dreiging van bommen is er altijd.

In de frontlinie staat geen enkele woning nog overeind, ook schoolgebouwen zijn platgewalst. De grond is bezaaid met patroonhulzen, en er liggen stinkende, halfvergane karkassen. Koeien sjokken tussen de steenhopen die ooit huizen waren. Hun hoeders volgen voorzichtig, beducht voor mijnen die Soedanese troepen mogelijk hebben achtergelaten voor ze de controle verloren aan de SPLA-N. De inwoners zijn gevlucht naar de toppen van de heuvels of naar dorpen verderop.

De Soedanese regering houdt internationale hulp voor hen tegen. Zouden hulporganisaties hun teams vanuit Khartoem laten vliegen, zegt de regering, dan laten ze die wél toe. Maar de rebellen willen liever hulp uit een van de buurlanden en dat staat de regering niet toe.

De 44-jarige Tia Tutu Tutu Kafi snapt de wens van de rebellen wel. Deze vredestichter van de belangrijkste lokale hulporganisatie NRRDO in Kauda probeert conflicten tussen gemeenschappen te beslechten. "Bij hulp via Khartoem zou de regering spionnen meesturen", denkt hij. "Als het de politiek echt gaat om hulp aan de burgerbevolking, dan maakt het toch niet uit waar die vandaan komt?"

Steun voor Khartoem

De strijd tussen oppositie en regering wordt steeds ongelijker. Sinds begin dit jaar ontvangt de Soedanese regering 4,5 miljard euro aan militaire steun van Saudi-Arabië. En de Europese Unie haalt de banden aan met het regime dat het eerder jarenlang in het verdomhoekje plaatste. Om te voorkomen dat er vluchtelingen uit de Hoorn van Afrika naar Europa komen, sloot de EU een overeenkomst met de Soedanese regering over de opvang van vluchtelingen uit de regio.

Secretaris-generaal Yasir Arman van de politieke tak van de SPLA-N heeft er geen goed woord voor over. "Europa zegt het Internationale Strafhof in Den Haag te steunen, maar doet nu zaken met het regime. Hetzelfde regime dat ervoor zorgde dat miljoenen mensen moesten vluchten." Volgens Arman zijn de Soedanese machthebbers onderdeel van het probleem en niet van de oplossing. "Dat kunnen ze alleen zijn, als ze ophouden hun eigen bevolking te bombarderen."

De EU gaat zelfs nog een stap verder. Brussel lijkt de kant te kiezen van Khartoem in het voorzichtige overleg met de opstandelingen over een oplossing. De EU voert de druk op de oppositietroepen op en wil dat zij een overeenkomst tekenen die vooral de regering goed uitkomt, zegt Arman, die overigens onder onder die druk lijkt te bezwijken. De verwachting is dat de oppositiepartijen na maanden onderhandelen deze week toch een akkoord tekenen om vredesoverleg met de Soedanese regering te starten waarbij Khartoem de agendapunten bepaalt.

'Simpele rechten'

Niemand in de Nuba-bergen snapt waarom president Al-Bashir nog niet is opgepakt, zegt Tia Tutu, of waarom internationale steun uitblijft. "Vroeger kwamen er geen verhalen uit Nuba, nu wel. Ik weet dat politici foto's en verhalen hebben gezien. Wereldleiders weten wat hier gaande is en wat de regering in Nuba doet, maar ze doen niets! Waarom niet? Het is geen misdaad dat we om onze rechten vragen. Het zijn simpele rechten. Als de internationale gemeenschap ons niet wil helpen, doen we het zelf, dan strijden we tot de allerlaatste man."

De Soedanese regering heeft in juni een staakt-het-vuren afgekondigd dat vier maanden moet duren. Ze krijgt lof van de EU en de Afrikaanse Unie, vanwege haar bereidwilligheid om vrede te sluiten. De VS noemt het 'een belangrijke stap richting vrede'. Maar het Soedanese regime heeft al vaker een staakt-het-vuren uitgeroepen in de regentijd, die in juni begint en vier maanden duurt. Wegen in de Nuba-bergen zijn dan onbegaanbaar, vechten heeft geen zin. Voor de wapenstilstand die de SPLA-N twee maanden eerder uitriep, toen er nog wél werd gevochten, was er géén internationale steun. En de regering in Khartoem wees het eenvoudigweg af en bombardeerde door.

Voor dit verhaal reisden Klaas van Dijken en Adriane Ohanesian mee met de SPLA-N. Die heeft op geen enkele manier zeggenschap gehad over de inhoud van dit artikel.

In dorpen aan het front in Kerkaraia in Zuid-Kordofan geven steenhopen aan waar ooit woonhuizen van de Nuba stonden.

undefined

EU heeft Soedan nodig voor opvang vluchtelingen

Het Internationaal Strafhof in Den Haag wil de Soedanese president Omar al-Bashir berechten wegens genocide, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, en de Verenigde Staten hebben Soedan sancties opgelegd omdat het terroristische netwerken zou steunen. Maar de Europese Unie besloot onlangs de banden met Soedan aan te halen. Veel vluchtelingen uit de Hoorn van Afrika die naar Europa reizen, komen via Soedan. De EU wil dat ze in de regio worden opgevangen, staat in een persbericht van februari dit jaar. Brussel trekt daar 100 tot 150 miljoen euro voor uit. Hoe dat geld precies wordt verdeeld, wil de EU niet kwijt.

Eind maart krijgt het Duitse blad Der Spiegel EU-documenten in handen, waaruit blijkt dat Duitsland namens de EU met dictators uit de Hoorn van Afrika wil onderhandelen over die opvang van vluchtelingen in de regio. De EU assisteert Soedan bij het trainen van grensbewakers en de bouw van twee vluchtelingenkampen. Europa levert ook surveillance-apparatuur om vluchtelingen te registreren. Volgens Der Spiegel heeft een generaal uit het Soedanese leger al gezegd de hightechapparatuur ook in te zetten om de eigen burgers in de gaten te houden.

undefined

Vele jaren strijd tegen arabisering

In de negentiende eeuw ondernamen Arabieren en Europeanen rooftochten in het huidige Soedan om etnische Afrikanen gevangen te nemen en als slaaf te verkopen. Om te ontkomen aan de slavenhandelaren vluchtten de Afrikanen de Nuba-bergen in.

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw deden Arabische strijders vanuit de Soedanese hoofdstad Khartoem een nieuwe poging om de Nuba van hun grondgebied te verjagen en heel het land te arabiseren en te islamiseren. Alleen al begin jaren negentig zijn tienduizenden Nuba vermoord of in concentratiekampen gestopt.

Veel Nuba sloten zich aan bij het Soedanese bevrijdingsleger SPLA, een rebellengroep van etnisch Afrikanen die vanuit Zuid-Soedan tegen de regering vocht. Na de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan in 2011 zetten de Nuba de strijd voort onder de naam SPLA-Noord. De politieke tak, de SPLM-Noord lobbyt vooral bij buitenlandse regeringen. De SPLM-N zegt een nationale beweging te zijn, en niet alleen de Nuba-belangen te beschermen, maar de groep controleert een gebied niet veel groter dan de provincie Utrecht.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden