Geen afscheid van de weldoener

Vijftig jaar geleden, het lijkt nu onvoorstelbaar, gold het Statuut van het Koninkrijk internationaal als een toonbeeld van moderne dekolonisatie. Het einddoel, autonomie van de zes Antilleneilanden, lijkt nu verder weg dan ooit. Een halve eeuw wordt binnen het koninkrijk een rituele dans van afstoten en aanhalen opgevoerd, zonder dat het ooit tot een passionele tango is gekomen.

Het is feest, woensdagavond in de Ridderzaal. Maar de meeste Nederlanders zullen niets merken van de festiviteiten. De NOS zendt de partij voor genodigden niet rechtsreeks uit. Zaterdag om vier uur 's middags op Nederland 2 vindt de nationale zender vroeg genoeg voor een weergave van de Statuutsparty.

De Wereldomroep stuurt met enige vertraging wel beelden naar de Nederlandse Antillen en Aruba. Daar hebben de woorden uit het statuut 'Steunend op eigen kracht, doch met de wil elkander bij te staan' meer betekenis. Die woorden staan niet alleen gebeiteld op het Koninkrijksmonument op Curaçao. Ook in het geheugen van iedere Antilliaan en Arubaan staan ze gegrift.

De Wereldomroep heeft, om het jubileum luister bij te zetten, een opinieonderzoek aan beide zijden van de oceaan laten doen. De enquête van The Choice uit Amsterdam laat zien dat meer dan de helft van de Nederlanders vindt dat de Antillen en Aruba onafhankelijk moeten worden. IMD Consulting op Curaçao stuitte op een compleet ander beeld. Daar wil nog geen kwart van de inwoners helemaal los van Nederland.

Op de vraag wat dat Statuut nu eigenlijk is, blijkt in Europese en Caribische rijksdeel ook een hemelsbreed verschil te zitten. Nog niet de helft van de Nederlanders heeft van het Statuut gehoord, tegen ruim zeventig procent van de Antillianen en Arubanen. 'Gehoord hebben van' is wat anders dan weten wat het inhoudt, zegt de Wereldomroep. Tien procent van de Antillianen weet te vertellen dat het statuut de 'Grondwet' van de Nederland en de zes eilanden regelt. In Nederland kunnen nog minder mensen (8 procent) uitleggen dat op papier alle rijksdelen gelijk zijn en elkaar beloven te helpen, zoals op het momument in Willemstad staat.

Dat de Antilliaanse eilanden in de vijftig jaar van het statuut zouden uitgroeien tot blokken aan het been van Nederland, viel toen niet te voorspellen. Aruba, Curaçao, Bonaire, Sint Maarten, Sint-Eustatius en Saba waren welvarend. Het inkomen van de Antilliaan was vijftig procent hoger dan in Nederland. Er ging geen cent naar de eilanden. Vanuit Den Haag werden slechts experts uitgezonden voor specifieke hulp.

Zoals iedere zaterdagmorgen beschouwt Boelie van Leeuwen, de schrijver van Geniale Anarchie, de politiek en het leven op de voormalige koloniën. De hoogbejaarde voormalige topambtenaar doet dat op het terras van Avila Beach Hotel. Een van zijn scherpe beschouwingen heeft John Jansen van Galen opgetekend in zijn pas verschenen boek De toekomst van het koninkrijk: ,,Hoe je het wendt of keert: de autonomie is de bestaansre-deVerdieping den van het statuut. Maar wij hebben daarmee op de Antillen van het begin af aan de houding aangenomen van the mouse that roared. En Nederland heeft om mysterieuze redenen, in plaats van de verhoudingen keihard neer te zetten, dat spelletje meegespeeld. Alsof wij echt op voet van gelijkheid verkeren.” Van Leeuwen zei het tegen Trouw vorig jaar nog zo:

,,We zijn net goochelaars: zonder dat men het door heeft, met de ene hand autonomie afwijzen en de andere hand ophouden om geld te ontvangen.” Iedereen weet dat er iets niet klopt, maar niemand krijgt er een vinger achter.

Het statuut is van meet af aan bedoeld als grondwettelijk fundament voor de onafhankelijkheid van de eilanden en Suriname. Een jaar voor Suriname op eigen benen kwam, werd in 1974 voor het eerst in Nederland een opinie-onderzoek gedaan naar de wenselijkheid de eilanden onafhankelijk te maken: 76 procent leek dat een goed idee. In 1979 kwam de tweede peiling. Toen was het enthousiasme al wat kleiner: 67 procent was voor.

Waarom zijn de Antillen dan toch niet autonoom? In 1975 gaf Suriname het goede voorbeeld en trad dat land uit het koninkrijk. Het klimaat in de wereld was er naar dat de koloniën hun eigen weg zouden gaan, al of niet na een gewapende opstand. Nederland wilde het 'netjes' doen. Zeker niet zoals het was gegaan in het voormalige Nederlands Indië. Fons van der Stee, minister van Antilliaanse zaken in het kabinet-Van Agt, zei het drie jaar na de onafhankelijkheid van Suriname in de Tweede Kamer zo: ,,Het tijdstip van onafhankelijkheid moet primair bepaald worden vanuit de Antillen zelf, waarbij uiteraard sprake moet zijn van onze bemoedigende en stimulerende invloed om er snel toe te komen.” De minister bezwoer dat van een overhaast afscheid geen sprake kon zijn. Van der Stee: ,,Dat zou tot ongelukken kunnen leiden, daarom zeg ik dat het tijdstip van onafhankelijkheid ergens tussen nu en Sint Juttimis zal liggen.”

Vanaf de ondertekening van het statuut houdt ieder Nederlands kabinet vol dat het uit is op autonomie van de voormalige wingewesten. Maar eenmaal binnenskamers, in de minister-raad, doemen er steeds hindernissen op die het onverantwoord maken de eilanden los te laten. Dan wordt verwezen naar de teleurstellende start van de vrije republiek Suriname. De militaire coup van Desi Bouterse in 1980 laat zien dat het helemaal mis kan lopen met de vrijheid. Met pijn in het hart zag men vanuit het voormalige moederland dat je in zo'n geval geen hand meer kunt uitsteken naar de bevolking overzee.

Of er is een andere dramatische gebeurtenis in de wereld, waarbij nog eens wordt benadrukt wat het lot van ministaatjes als de Antillen kan zijn. Zo schudde de bezetting van de Britse Falklands door Argentinë ook Willemstad en Den Haag wakker. In 1982 wisten de Engelsen na een korte en hevige invasie-oorlog de eilanden voor de kust van Argentinië van dat land terug te veroveren. Het is niet vreemd dat de Antillen zich spiegelen aan de kwetsbaarheid van de Falklands. Zeker de Benedenwinden Curaçao, Aruba en Bonaire voelen periodiek de gretige ogen vanuit Venezuela, dat je bij helder weer vanaf de eilanden kunt zien liggen. Net als destijds in Argentinië kan een grillig (militair) regiem de ontevredenheid van de bevolking proberen af te leiden door een oorlog te beginnen met buur (ei)landen.

Professor Gert Oostindie en dr. Inge Klinkers vermelden in hun standaard-werk Knellende Koninkrijksbanden een enquête die ten tijde van de Falklandoorlog in Nederland werd gehouden. Een vraag was: Moet Nederland militair ingrijpen, zoals de Britten bij de Falklandsdeden hebben gedaan, als onze eilanden worden aangevallen?

,,Onderhandelen zonder militaire maatregelen”, vond 77 procent. Slechts zeven procent zou gewapenderhand de Antillen willen terugbrengen in het Koninkrijk. Een uitslag die op de eilanden wel te denken gegeven zal hebben.

Zodra de vraag naar autonomie de kop opsteekt, blijken de kopstukken bevangen door koudwatervrees. In 1993 werd zelfs een politieke partij opgericht die moest voorkomen dat de zelfstandigheid door werd gezet: De PAR - Partido Antia Restrukturá, Partij Vóór Herstelde Antillen. De PAR, met haar leider Miguel Pourier voorop, won vanuit het niets de verkiezingen. Bijna driekwart van de Antillianen koos bij een referendum voor het behoud van het staatsverband, zoals dat was vastgelgd in het statuut.

Een van de redenen die wordt gegeven voor het afwijzen van autonomie is de band met het koninklijk huis. De Oranjes zijn ongekend populair op de eilanden. Dit ondanks het feit dat het merendeel van de bewoners niet eens zo lang op de eilanden woont. Er zijn veel immigranten op Curaçao en Aruba, aangetrokken door de olieraffinaderijen en later het toerisme. Op Sint Maarten is meer dan de helft, mogelijk meer, afkomstig van andere Caribische eilanden. De nieuwkomers zien Nederland doorgaans helemaal niet als een neokoloniale macht. Eerder wordt de bemoeienis als positief ervaren. Eilanden in de buurt hebben niet zo'n weldoener die garant staat voor degelijk onderwijs, wegen, rechtsstaat. John Jansen van Galen voegt daar in De Toekomst van het koninkrijk nog een andere reden aan toe. De eilanden zijn klein en kwetsbaar en hechten daarom aan de bescherming van een groter land.

Als er één eiland is dat op het punt heeft gestaan zelfstandig te worden, is het Aruba wel. Met als voorman Betico Croes wisten de Arubanen een status aparte te verwerven. In 1986 werd de aparte positie een feit. De Arubanen wilden onder het juk van het in hun ogen 'spenderende' Curaçao uit. Afgesproken werd dat Aruba na tien jaar onafhankelijk zou worden. Maar de Toekomstconferentie in 1993, waar afgesproken zou worden dat Curaçao en Sint Maarten ook een status aparte zouden krijgen, mislukte jammerlijk. Aruba telde zijn zegeningen. In het tumult werd Aruba beloofd niet meer onafhankelijk te hóéven worden.

Boelie van Leeuwen zag destijds hoe de minister van Antilliaanse en Arubaanse zaken, Ernst Hirsch Ballin, opereerde: als ,,een eskimo die de Hollandse horlepiep danste.” Ooit zei de schrijver in klein gezelschap dat deze onderhandelingen waren verlopen zoals ze altijd verlopen. Zodra de Hollanders de schaakstukken op tafel zetten, komen de Antillianen met de stukken van hun favoriete spel, dominostenen, op het bord. Zo kom je nooit tot een spel.

Waren de besprekingen tien jaar geleden echt zoals altijd? Aan de onderhandelingstafel knikten de Antilliaanse delegaties 'ja' als premier Ruud Lubbers aan het woord is. Ze wekten de indruk het eens te zijn met zijn in het Nederlands uitgesproken teksten. Eenmaal onder ons, pratend in het Papiaments, klonk het als vanouds 'absolutamente no!' en 'ariba mi morto kurpa, over mijn lijk!' Een misverstand is geboren. Het was knikken ten teken van: ik begrijp het. Dat had niet uitgelegd moeten worden als: mee eens.

Het - afgewezen, voor zijn ogen verscheurde - synthesedocument waarmee Lubbers in 1993 op de proppen kwam, lijkt veel op het rapport dat de Commissie-Jesurun, genoemd naar voorzitter Papy Jesurun, vorige maand lanceerde. In Nu kan het...nu moet het! wordt de centrale regering van de Antillen opgeheven. De drie grote eilanden Curaçao, Aruba en Sint Maarten gaan verder met een aparte status. De kleintjes worden Koninkrijkseiland, zodat ze rechtstreeks vallen onder Den Haag. De fragmentatiebom van de commissie is door alle partijen omarmd als een geweldige bevrijding voor alle landen binnen het koninkrijk.

Zo eensgezind zijn de ondertekenaars van het statuut nog niet vaak geweest. De Amsterdamse emeritushoogleraar migratierecht Ulli Jessurun D'Oliveira heeft nog een suggestie die na vijftig jaar eens serieus bekeken moet worden. Het is volgens hem een mooi moment voor Nederland om gebruik te maken van het recht op zelfbeschikking en zichzelf los te maken van het Koninkrijk.

De hoogbejaarde Boelie van Leeuwen zal ook dit scheidingsgerucht vanaf het terras in Curaçao afdoen met de oer-Hollandse uitdrukking dat de soep 'zeker op de Antillen niet zo heet gegeten als ie opgediend wordt'. Mocht er weer door Haagse politici tegen de rijksgenoten overzee worden geroepen dat 'het nu echt vijf voor twaalf is', dan blijft er wat hem betreft nog tijd genoeg. Dan zegt Van Leeuwen met glimoogjes van onder zijn strooien hoed: ,,Als Nederland zegt dat het daar vijf voor twaalf is, is het bij ons pas vijf voor zes.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden