Geef toe, Nederland had afgezaagd liedje (podium)

Was bij het songfestival sprake van vriendjespolitiek? Wellicht. Het liedje kan ook echt de beste zijn geweest.

Laura Spierdijk en universitair docent econometrie van de Rijksuniversiteit Groningen

Het Eurovisie Songfestival. Volgens sommigen een leuk en spannend evenement en volgens anderen juist een afschuwelijk camp fenomeen dat het beste zo snel mogelijk van de televisie kan verdwijnen. De voor- en tegenstanders van het songfestival lijken het echter over een ding eens: veel deelnemende landen, met name Oost-Europese en Baltische staten, bezigen vriendjespolitiek door de hoogste punten aan buurlanden toe te kennen.

Ook dit jaar zijn dergelijke beschuldigingen weer niet van de lucht. De feiten lijken voor zich te spreken. Afgelopen donderdag werd de Nederlandse inzending reeds in de halve finale van het songfestival uitgeschakeld. De tien landen die door mochten naar de finale (op een totaal van 28) waren alle Oost-Europees. In de finale van afgelopen zaterdag won de Servische inzending, mede dankzij de hoge puntentoekenningen van diverse buurlanden. Betekent dit dat vriendjespolitiek op het songfestival overheerst?

Om deze vraag te beantwoorden moeten we ons afvragen wat vriendjespolitiek inhoudt. Het is normaal menselijk gedrag om een voorkeur te hebben voor liedjes in een verwante taal en afkomstig uit een cultuur die dicht bij de eigen ligt. Onze oren vinden vaak mooi wat we al kennen en waar we van jongs af aan mee vertrouwd zijn. Daarnaast kunnen in veel landen op televisie standaard een aantal TV-zenders van buurlanden worden ontvangen. Stemmen op liedjes van buurlanden hoeft niet direct vriendjespolitiek te zijn, maar kan ook een voorkeur zijn voor iets vertrouwds en bekends.

Echter, in het geval van Eurovisie zit hier wel een oneerlijk aspect in. Immers, landen met veel buren (zoals in Oost-Europa) zijn absoluut in het voordeel. Een land als Nederland, met maar twee buren in een aan zee grenzende hoek van Europa, kan niet rijkelijk bedeeld worden door buurstemmen.

Een andere kwestie is het stemgedrag van immigranten. Landen zoals Nederland, met een relatief grote groep inwoners met een Turkse achtergrond, kennen vrijwel elk jaar de meeste punten aan de Turkse inzending toe. Sinds vorig jaar Armenië mee doet aan het songfestival, worden door Nederland ook hoge punten aan dit land toegekend. Ook in België, Frankrijk, Denemarken en Oostenrijk, landen met een grote (van oorsprong) Turkse of Armeense populatie, zien we dit ’patriottistische’ stemgedrag. Toen het songfestival in 2003 door Turkije werd gewonnen, reden buren van Turkse afkomst wel een uur toeterend rondjes in mijn straat. Dit lijkt unfair, want je mag immers niet op je eigen land stemmen maar via immigranten gebeurt dat toch.

Even bekroop mij afgelopen zaterdag dan ook het gevoel dat we terug moeten naar de vakjury. Uit eigen statistisch onderzoek dat ik vorig jaar met een collega van de Universiteit Twente heb uitgevoerd, bleek dat de ouderwetse vakjury – die tot 1996 de punten toekende – veel objectiever stemde dan het publiek. Er werd toen veel minder op buurlanden gestemd en ook was er nauwelijks sprake van patriottistisch stemgedrag. Echter, in de huidige tijd waarin alles gedemocratiseerd is, lijkt een vakjury niet meer te passen. Bovendien wordt er dik verdiend aan de inkomsten van de televoting, met 55 eurocent per sms. Een combinatie van een vakjury en televoting zou de uitslagen verrassender kunnen maken.

Was de uitslag van afgelopen zaterdag nu ’oneerlijk’? Naar mijn idee waren de inzendingen van de Oost-Europese landen, Rusland en Turkije op muzikaal gebied vele malen trendgevoeliger, innovatiever en enthousiaster dan de soms archaïsch aandoende liedjes van de West-Europese landen. Daarnaast leken ze soms ook nog in staat om traditie te verpakken in een modern geluid. Winnaar werd Marija Serifovic met een lied zonder opsmuk, een mooie gevoelige tekst, waarin vaag iets doorklinkt van melancholie. Niet gezongen in het commercieel aantrekkelijke Engels, maar gewoon in het Servisch. Door een zangeres die niet halfnaakt was maar gewone kleding aan had. Met een lied dat uiteindelijk niet alleen hoge punten van buurlanden kreeg, maar ook door veel andere landen (waaronder Nederland en Zweden) rijkelijk met punten bedeeld werd. Net zo verrassend was vorig jaar de Finse winnaar Lordi.

Het lijkt me te gemakkelijk om te zeggen dat de West-Europese landen slachtoffer zijn van het kliekjesgedrag van Oost-Europese landen en het patriottistische stemgedrag van immigranten, of dat de uitslag eigenlijk vooraf vastligt. Het winnende lied van dit jaar laat zien dat er blijkbaar toch gewoon voor een mooi liedje is gekozen. Een vakjury zou de puntentoekenningen iets verrassender kunnen maken, maar dat zal Nederland, dat de afgelopen jaren louter afgezaagde en fantasieloze Eurovisieliedjes heeft ingezonden, niet opeens tot winnaar maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden