Geef ons heden onze dagelijkse muziek

The Beatles zijn populairder dan Jezus, constateerde John Lennon vijftig jaar geleden in een interview. Dat heeft hij geweten. Een halve eeuw later is het shockeffect een stuk minder als popsterren spelen met het geloof.

Gekuifde heupwiegers, die niet de Heer maar hun liefjes bezongen, plaagden de wereld al zo'n tien jaar. Snaken luisterend naar namen als Elvis Presley en Little Richard en al hun navolgers maakten duivelse muziek. Maar nog niet eerder liepen de gemoederen onder de gelovigen in de Verenigde Staten zo hoog op als in 1966. Nu diende de antichrist zich echt aan. Zijn naam: John Winston Lennon.

Op 4 maart van dat jaar verscheen in de Britse Evening Standard een artikel van journaliste Maureen Cleave onder de kop: 'How does a Beatle live? John Lennon lives like this'. Het was een portret van 's werelds beroemdste 25-jarige van dat moment. Cleave beschreef hem. Lennon kwam zelf ook aan het woord, onder meer over het geloof. "Het christendom zal verdwijnen", voorspelde hij. "Het zal verdwijnen en krimpen. Daar bestaat geen discussie over. Wij zijn nu populairder dan Jezus. Ik weet niet wat het eerst zal verdwijnen, rock-'n-roll of het christendom. Jezus was prima hoor, maar zijn discipelen waren dom en gewoontjes. Omdat zij er een puinhoop van hebben gemaakt, zie ik het niet meer zitten."

In Groot-Brittannië wekte het nauwelijks beroering. De koppenmakers van de Evening Standard deden ook niets met deze passage. Wat beklijfde in het thuisland van The Beatles was het door Cleave opgeroepen beeld van een verveelde popmiljonair levend in een van speeltjes en hebbedingetjes uitpuilend herenhuis. Ze noemde Lennon "arrogant als een adelaar" en "onvoorspelbaar, lui, ongeorganiseerd, kinderachtig, vaag, charmant en ad rem".

De ophef ontstond pas toen het Amerikaanse tienertijdschrift Datebook vier maanden later een deel van het interview opwarmde voor zijn lezers. Uitgerekend het deel dat over Jezus en het christendom ging. Het lokte op de dag van verschijning woedende reacties op. Radiostations, met name in het zuiden van de VS, besloten The Beatles niet langer te draaien. Kerken dreigden jongeren die nog naar de groep zouden luisteren of hun concerten zouden bezoeken met excommunicatie. Her en der werden plaatverbrandingen georganiseerd. De Ku Klux Klan kondigde 'een verrassing' aan als The Beatles het zouden wagen om drie weken later voor een tournee naar Amerika te komen.

De band ging toch. Manager Brian Epstein had vooraf al geprobeerd om sussende woorden te spreken en liet een persverklaring uitgaan die duidelijk moest maken dat Lennons uitspraken uit hun verband waren gerukt: "Lennon heeft een grote interesse in religie en zat op dat moment te praten met Maureen Cleave, een goede vriendin van The Beatles en tevens een vertegenwoordiger van de Londense Evening Standard. Wat hij zei en bedoelde was dat hij zich erover verbaasde dat de anglicaanse kerk en daardoor Christus leden onder een gebrek aan belangstelling. Het was geenszins zijn bedoeling te pochen. Hij probeerde duidelijk te maken dat het effect van The Beatles op de jongere generatie directer leek."

Demonstranten

Lennon deed het eenmaal in de VS nog eens dunnetjes over. Hij stond in een hotel in Chicago de verzamelde pers te woord. Tegen het geloof had hij niets. "Ik kraak het niet af en stel evenmin dat het christendom slecht is. Ik stel alleen dat het lijkt te krimpen en zijn context verliest." Een praktiserende gelovige was hij niet meer, maar: "Ik geloof dat Christus was wie hij was." Achteraf betreurde hij vooral dat hij erover was begonnen: "Het spijt me dat ik mijn mond heb opengedaan."

Deze verkapte excuses hielpen nauwelijks. Los van de gebruikelijke Beatlemania werden de bandleden bij hun optredens in Amerikaanse steden nu ook geconfronteerd met boze demonstranten. Soms lieten ze hun protestborden met teksten als 'Beatles go home' en 'Jesus died for you too, John Lennon' voor zichzelf spreken. Op andere momenten probeerden ze met gebalde vuisten en van haat vervulde ogen dicht bij de popgroep te komen.

Om mensen met snode plannen op het verkeerde been te zetten, werden voorafgaand aan een optreden in Memphis lege limousines vooruit gestuurd, terwijl The Beatles zelf weggedoken onder de ramen in een bus naar het stadion reden. Tijdens een concert in dezelfde stad ging een voetzoeker af. Het klonk als het schot uit een revolver. Paul, George en Ringo en de mensen van de crew keken onmiddellijk naar Lennon, in de overtuiging dat die nu geraakt door een kogel in elkaar zou zakken.

De concerten in Amerika waren de laatste live-optredens van de band. De dreigende sfeer rond de tournee speelde mee bij de beslissing om daarmee te stoppen, maar de groep was vooral de gekte moe. Ze konden zichzelf niet of nauwelijks horen. Voortaan concentreerden ze zich op hun studiowerk.

"Ik denk dat The Beatles een soort religie waren", zei Lennon later terugblikkend op de jaren met de band. In een pessimistisch stemmende tijd gaven pop en popconcerten volgens hem de jeugd hoop. "Daar kwam de jeugd bij elkaar om een nieuwe kerk te vormen en te zeggen: 'Wij geloven in God, wij geloven in hoop en waarheid en hier zijn we, met twintigduizend of tweehonderdduizend man, en we zijn allemaal in vrede bij elkaar.'"

Lennon bleef het geloof uitdagen. Als soloartiest vroeg hij zich in 1971 in 'Imagine' af hoe de wereld eruit zou zien zonder religie. Mark Chapman, de man die Lennon in 1980 doodschoot, haalde in zijn vaak nogal onsamenhangende verklaringen voor zijn daad ook de uitspraken van zijn slachtoffer uit 1966 aan.

Lennons vergelijking van vijftig jaar geleden is kinderspel bij wat de popsterren na hem zich permitteerden. De Brit Noel Gallagher spiegelde zich graag aan The Beatles en zei in 1997 dat zijn band Oasis groter was dan God. Het opperwezen zou trouwens ook een fervente Oasis-fan zijn, wist de voorman van de toen razend populaire groep te vertellen.

De grootste popsterren van de jaren tachtig jaagden vrijwel voortdurend gelovigen in de gordijnen. In het oeuvre en de optredens van Prince liepen God en geslachtsdaad vaak naadloos in elkaar over. Madonna tooide zich volgens sommigen met een blasfemische artiestennaam en hield het daar niet bij. Ze noemde haar dochter Lourdes en haar greatest-hits-album 'The Immaculate Collection'. Ze speelde en speelt voortdurend met katholieke symboliek. De videoclip van 'Like a prayer', waarin ze in een niemendalletje voor brandende kruizen danst en een zwarte heilige tot leven kust, wekte zelfs de woede van het Vaticaan.

Shockproof

Lady Gaga treedt volop in de voetsporen van Madonna. Zij heeft ook een Italiaanse, katholieke achtergrond. Gaga bekritiseert standpunten van sommige christenen over seksuele voorkeuren ('Born this way') en gebruikt religieuze symbolen. In het lied 'Judas' en de bijbehorende clip ging het over de liefde van Maria Magdalena voor de verrader van Christus. In de video bij 'Alejandro' droeg ze een weinig aan de fantasie overlatend latex habijt met rode kruizen en slikte ze een rozenkrans in.

Rapper Kanye West stond in 2006 als Jezus met een doornenkroon voorop het Amerikaanse tijdschrift Rolling Stone. De tekst eronder luidde: 'The passion of Kanye West'. In 2013 bracht hij een album uit dat 'Yeezus' heette. Een van de nummers droeg de titel 'I am a god'. Andere artiesten zouden het misschien nog met enige ironie brengen. Niet West. Die ís een god in het diepst van zijn gedachten. Gespeend van elke bescheidenheid vergeleek hij zich immers ook al met grootheden als Leonardo da Vinci, William Shakespeare en Walt Disney.

Ook veel dancefestijnen flirten bewust en onbewust met het religieuze. De dj gaat voor vanachter de draaitafel. De gelovigen verzamelen zich rond dit alternatieve altaar. "God is a DJ", zong Faithless bijna twintig jaar geleden al.

Popmuziek blijft gemengde reacties oproepen. Eens in de zoveel tijd lopen de gemoederen weer hoog op. De bezorgde ouders van het Parents Music Resource Center, met Al Gores vrouw Tipper voorop, pleitten met succes voor waarschuwingsstickers met de tekst: 'Parental advisory: explicit content'. Voor een deel van de muziekconsumenten geldt dat overigens als een aanbeveling. Bepaalde christelijke kringen proberen zich helemaal af te sluiten van 'verwerpelijke waar' in de reguliere muziekwereld. Zo'n beetje elk genre, zelfs rap en metal, heeft inmiddels zijn eigen veilige gospelvariant.

Het grote publiek schrikt echter niet meer zo snel. Mensen zijn shockproof geraakt. Muzikale rebellen zijn een beetje folklore geworden. Pop verbindt inmiddels de generaties in plaats van dat ze verdeelt.

Waarom het gezin van Mies Bouwman politiebewaking kreeg

"Als ik had gezegd: 'Televisie is populairder dan Jezus', had waarschijnlijk niemand dat erg gevonden", zei John Lennon tijdens zijn persconferentie in een hotel in Chicago aan het begin van de Amerikaanse tournee van The Beatles. Of dat zo was, blijft de vraag. In Nederland waagde het satirische Vara-programma 'Zo is het toevallig ook nog eens een keer' het twee jaar voor de uitspraken van Lennon in de Evening Standard om de nationale tv-verslaving te vergelijken met religie. "Elke avond verzamelen de gelovigen zich rond het tabernakel en ontsteken het Heilig Beeld", zei Peter Lohr op gedragen toon. En: "Geef ons heden ons dagelijks programma. Wees met ons, o Beeld, want we weten niet wat we zonder u zouden moeten doen." De media spraken er schande van. "De Vara bleek haar verantwoordelijkheid niet te kennen", oordeelde Trouw. Premier Marijnen (KVP) kondigde aan dat onderzocht zou worden of er maatregelen konden worden genomen. Zo ver kwam het niet.

Bij de Vara kwamen ondertussen 4200 boze brieven binnen. Veel woede richtte zich op 'Zo is het'-medewerkster Mies Bouwman. Haar gezin kreeg politiebewaking. Een aflevering later stopte Bouwman bij het programma.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden