Opinie

Geef ons een half jaar zwangerschapsverlof

Langer zwangerschapsverlof kan latere kosten, bijvoorbeeld door ongezondere baby's en moeders, voorkomen.Beeld afp

Langer betaald verlof bij zwangerschap is beter voor moeder, kind en samenleving. Dat stellen juristen Monika Ambrus en Brigit Toebes.

De meeste Nederlandse moeders gaan na zestien weken betaald zwangerschapsverlof weer aan het werk. Ze nemen een pomp mee naar het werk of stoppen met borstvoeding en brengen hun baby naar de crèche of gastouder. Veel moeders valt het niettemin zwaar om een drie à vier maanden oude baby bij een verzorger achter te laten, melk te pompen tijdens het werk en door te gaan met nachtvoedingen, terwijl ze overdag moeten werken.

Terwijl vrouwen in Nederland recht hebben op zestien weken betaald zwangerschapsverlof, is dit verlof in 25 lidstaten van de EU ten minste achttien weken. De Nederlandse wetgeving is niettemin in overeenstemming met een EU-richtlijn die het minimum op veertien weken stelt. Een voorstel van de Europese Commissie van 2008 rekt dit minimum op naar achttien weken en zoekt daarmee overeenstemming met een aanbeveling van de Internationale Arbeidsorganisatie.

Werk en privé
Het voorstel van het Europees Parlement van 2010 gaat nog een stapje verder, en wil het verlof oprekken tot twintig weken. Genoemde EU-voorstellen beogen de werkneemster te helpen om te herstellen van de gevolgen van bevalling en de terugkeer naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken, om zo bij te dragen aan een betere combinatie van werk, privéleven en gezin. Achterliggende gedachte is een grotere gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Maar behalve het belang van de moeder, zijn er andere belangen die meegewogen zouden moeten worden. Kinderen, vrouwen en de maatschappij zijn de drie belangrijkste.

Hoewel in het EU-voorstel niet apart genoemd, heeft het kind volgens het Kinderrechtenverdrag een zelfstandig belang, dat zwaarder dient te wegen naarmate een beslissing het kind meer raakt. De duur van het zwangerschapsverlof is ongetwijfeld een dergelijk besluit, aangezien een van de belangrijkste behoeftes en daarmee belangen van het kind goede voeding is.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert samen met Unicef exclusieve borstvoeding tot zes maanden oud, en liever nog tot twee jaar of langer met passende aanvullende voeding. Dit vermindert kindersterfte en zorgt voor een sneller herstel bij ziekte. Alleen al op basis van het belang van goede voeding voor het kind komen wij uit op een minimale periode van zes maanden zwangerschapsverlof, en idealiter een jaar omdat het kind gedurende die periode geleidelijk meer vaste voeding gaat eten.

Nederlandse cultuur
Wat het belang van moeders betreft, benadrukt het EU-voorstel dat langer thuisblijven moeders in staat zou stellen om een stabiele relatie met hun kind op te bouwen en om volledig te herstellen van de bevalling. Een studie (Ecorys) uit 2007 geeft aan dat 'betaald verlof wordt geassocieerd met meer borstvoeding'. Onderzoek toont tevens aan dat het geven van borstvoeding het risico op borstkanker vermindert.

De Nederlandse cultuur om snel weer aan de slag te gaan, staat in schril contrast met deze bevindingen en met de benadering in Scandinavische landen, waar het volledig geaccepteerd is dat (ook hoogopgeleide) vrouwen na de geboorte van een kind een jaar thuisblijven.

Arbeidsparticipatie
Nederlandse vrouwen werken ook vaker parttime en besluiten vaker om te stoppen met werken bij de geboorte van een kind. Het is mogelijk dat een langer verlof moeders motiveert terug te keren naar het werk. Een langer zwangerschapsverlof kan aldus de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt bevorderen.

Ten slotte het belang van de samenleving: uiteraard vormen de feitelijke (of zichtbare) kosten van het verlof de belangrijkste reden om het zwangerschapsverlof kort te houden. Echter, de kosten van een ongezonde baby en moeder zijn moeilijk te berekenen, en dus evenmin de mogelijke gezondheidsschade en de financiële gevolgen van een lagere arbeidsparticipatie door vrouwen als gevolg hiervan. Het is goed mogelijk dat de investeringen in het eerste levensjaar zich later uitbetalen.

Monika Ambrus en Brigit Toebes: respectievelijk universitair docent en Rosalind Franklin Fellow bij de afdeling internationaal recht van de faculteit rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden