'Geef mijn huis terug'

Gisteren zijn de Grieks- en Turks-Cypriotische leiders begonnen aan directe onderhandelingen over hereniging. Verloren eigendommen van verjaagden is een van de ingewikkeldste kwesties. Honderden Cyprioten voeren daarover uitzichtloze gerechtelijke procedures.

’Failliet? Nee, dat valt wel mee”, glimlacht Meletios Apostolides zuur. „Veel mensen die mij graag zien winnen, staan me bij.” Apostolides (58), een bedeesde Grieks-Cypriotische architect, is sinds 2004 in een juridisch gevecht gewikkeld. De inzet lijkt simpel: hij wil zijn grond in het Turkse noorden van het eiland terug. Maar het proces heeft een politieke en economische lading die zijn particuliere belang geheel overschaduwt. De voorlopig laatste etappe van dat gevecht kostte Apostolides zo’n 750.000 euro, zijnde de proceskosten van zijn – Britse – opponenten.

Het begon in 2004. Apostolides, die in de hoofdstad Nicosia woont, bezocht het dorp waar hij opgroeide en zijn vrouw leerde kennen, Lapithos. Dat dorp ontvluchtten ze in 1974, toen de oorlog uitbrak, en het Turkse leger het noordelijke deel van Cyprus bezette.

Op de grond waar zijn ouderlijk huis stond, en de citrusbomen waarvan zijn ouders leefden, trof nu een kapitale villa aan. In de tuin stond de Britse Linda Oram. „Ik vroeg: ’Is dit uw huis?’ Toen ze ’ja’ antwoordde, zei ik ’Maar dit is mijn grond’. Daarop zei zij iets als ’Oh, maar dat was lang geleden hè?’ Ik had geen zin in gekissebis, en vertrok.”

Enkele malen keerden hij, zijn vrouw en zijn moeder terug naar hun geboortestreek. Dat waren treurige visites. „De boomgaard is gekapt. ’Waar zijn mijn bomen?’, huilde mijn moeder. Het dorpskerkhof,waar de hele familie van mijn vrouw begraven ligt, is grondig verwoest door de Turken.”

Apostolides stapte in 2004 naar een (Grieks)-Cypriotische rechtbank. „Misschien had ik het kunnen verkroppen als de grond van mijn ouders bewoond was door Turks-Cyprioten, die in 1974 uit het zuiden verjaagd zijn.” Maar de Britse mevrouw en meneer Oram, die hem zelfs een keer fijntjes lieten weten dat hij niet zo moest hangen aan zijn bezit, dat het in Groot-Brittannië heel gewoon is om van woning te wisselen, moesten weg. „Ze zijn oud en wijs genoeg om te weten dat hun aankoop niet deugt.”

De Cypriotische rechter stelde hem in het gelijk: de Orams moesten hun villa afbreken en Apostolides’ terrein ontruimen. Maar het Turks-Cypriotische deel erkent de Grieks-Cypriotische instellingen niet, dus het vonnis was niet afdwingbaar.

Alhoewel? In 2004 trad Cyprus toe tot de Europese Unie. Op papier behoort sindsdien ook het door Turkije bezette deel tot de EU, aangezien de (Grieks-) Cypriotische regering de enige internationaal erkende regering over heel Cyprus is. En volgens de Europese wetten zijn gerechtelijke uitspraken in een EU-land ook afdwingbaar in andere EU-landen.

Dus stapte Apostolides naar het Britse Hooggerechtshof, naar verluidt gesteund door honderden Grieks-Cyprioten in een vergelijkbare positie. De Orams zouden op hun beurt gesteund worden door Turks-Cypriotische projectontwikkelaars en de ongeveer zesduizend Britten met bezittingen in Noord-Cyprus. Zij werden bijgestaan door Cherie Booth, advocate, en vrouw van de toenmalige premier Tony Blair.

In 2006 beschikte de Britse rechter dat de Orams hun villa kunnen houden: het EU-recht is niet van toepassing in Noord-Cyprus, in afwachting van een regeling tussen Noord en Zuid, bepaalde de rechter. Apostolides moest de proceskosten betalen.

Apostolides ging in beroep. Mocht hij ook dat verliezen, dan gaat hij naar het Europese Gerechtshof. Honderden Grieks-Cyprioten wegen hun kansen om eenzelfde route te volgen.

Ook een handjevol Turks-Cyprioten is procedures begonnen, voor bezittingen die ze verloren in het zuiden. Een van hen is Mehmet Ali Birsen (71) ambulant groentehandelaar in het Turks-Cypriotische deel van Nicosia.

Birsen weet nog hoe de strijd in 1974 zijn dorp Trementousha, in het oosten, opdeelde in een Grieks en een Turks deel. „We hadden onderling helemaal geen problemen. Maar de militie deelde wapens uit, en die moesten we richten op de overkant, waar de Grieken woonden. ’s Nachts, toen we niets meer te roken hadden, heb ik mijn zoon naar de andere kant gestuurd. Die heeft van de Grieken sigaretten gekocht.”

Drie dagen duurden de gevechten. Zijn broer, zijn vader en een oom lieten het leven. Het bestand, en de deling van Cyprus, pakte beroerd uit voor Birsen. Zijn grond, met drie huizen, een bron en olijfbomen, lag aan de ’foute’ kant.

In het zuiden bleven de Grieks-Cypriotische autoriteiten steeds hameren op het ’recht op terugkeer’ en teruggave van de verloren eigendommen. De Turks-Cypriotische autoriteiten waren pragmatischer. De Turks-Cypriotische slachtoffers van de deling kregen compensatie – op papier. „Ik ben ik weet niet hoe vaak met mijn papieren naar het ministerie voor compensatie geweest. Ik kreeg 996.000 punten, goed voor twee flats in de stad. Maar ik ben lid van de verkeerde partij. Ze lachten me daar uit. ’Kom volgende week maar weer eens terug’, zeiden ze steeds. Uiteindelijk heb ik het opgegeven.”

Heeft hij overwogen daarover een proces te beginnen? Het duurt lang, voordat Birsen die vraag begrijpt. Dan barst hij in een schaterlach uit. „Niemand op dit deel van het eiland kan op die manier zijn recht halen.”

Op Birsens land ligt een Grieks-Cypriotisch legerkamp. In 2003 is hij langs geweest. Vanachter het prikkeldraad met ’verboden toegang’ kon hij zien dat de huizen op zijn land er nog staan. In 2004 werd hij telefonisch benaderd door de Turks-Cypriotische mensenrechtenorganisatie TCHRO, die een proefproces begon.

De TCHRO verwijt de Grieks-Cypriotische regering dat deze alle aanspraken door verjaagde Turks-Cyprioten afhankelijk maakt van een alomvattende politieke regeling. Nu Noord en Zuid weer over heriniging onderhandelen, kan zo’n regeling er misschien spoedig komen. Maar het kan ook nog tot Sint Juttemis duren.

Samen met een handvol andere zaken loopt Birsens zaak nu voor het Europese Hof van de Mensenrechten in Straatsburg. Dat werkt buitengewoon traag, en kan geen bindende uitspraken doen. Birsen heeft er al heel lang niets meer van gehoord. In de afloop heeft hij weinig fiducie. „Ik denk dat onze zaak de onderhandelingen schaadt. En dat we er daarom nooit meer wat van horen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden