Geef het nieuwe Nederland de tijd

"Ik begrijp die studentes die een hoofddoek dragen heel goed. Zo gelovig zijn ze niet. Ze doen dat inreactie op de PVV van Geert Wilders." (ROGER DOHMEN)

Mensen hebben behoefte aan zekerheid en wantrouwen instituties. In dat klimaat kan Wilders gedijen. Tegelijkertijd ziet de socioloog Anton Zijderveld veel zoekers, die gevoelig zijn voor de morele boodschap van het CDA. Dat biedt de partij nieuwe kansen.

Was Anton Zijderveld een jonge Marokkaans-Nederlandse studente, dan ging hij nog vandaag een hoofddoek dragen. „Ik heb niets met de islam, maar ik zou het puur als tegenbeweging doen”, verklaart de Rotterdamse emeritus-hoogleraar sociologie. „Op de universiteit zie ik heel veel hele goeie studentes met een hoofddoek. Dat snap ik goed. Zo gelovig zijn ze niet, het is een reactie op Wilders.”

Zijderveld had niet verwacht dat Wilders 24 zetels zou halen. Vijftien, zestien, meer zouden er volgens hem niet inzitten. Dat zoveel mensen hun stem aan Wilders hebben gegeven, vindt hij vreselijk. „Ik schrik ervan dat ruim een miljoen mensen een in de kern onfrisse politiek willen volgen. Onfris, ja. Het gedachtengoed van de PVV is er één van mensen uitsluiten, van groepen mensen labels opplakken en ze dan discrimineren. En dat op een foute veronderstelling, dat Nederland islamiseert. Terwijl de imams erover klagen dat jongeren steeds minder naar de moskee gaan.”

Zijderveld is 72 en volop in beweging. Vorig jaar schreef hij een boekje over populisme, getiteld ’Populisme als drijfzand.’ Binnenkort verschijnen heruitgaves van zijn publicaties over humor, en over clichés. Hij bemoeit zich met de ontwikkeling van de as Rotterdam-Antwerpen en vroeg juist deze week nog aandacht voor het belang van cultuur bij die economische samenwerking.

De socioloog was 22 jaar lid van het CDA en stond aan de wieg van het christen-democratische gedachtengoed over de relatie tussen staat, markt en burgers. Tussen de staat en de burgers en de markt en de burgers plaatst Zijderveld het maatschappelijk middenveld: instituties als familie, gezin, school, vakbond, politieke partij.

Op zoek naar een verklaring voor de populariteit van Wilders, wijst de socioloog op het afbrokkelende belang van die instituties, in de verzuilde samenleving juist de spil in het maatschappelijk verkeer. Niet dat Zijderveld zelf met heimwee terugdenkt aan die verzuilde tijd, waarin zijn Nederlands-hervormde ouders voor sommige relaties maar liever geheim moesten houden dat ze PvdA stemden.

Zijderveld: „Ik vond het collectivisme verschrikkelijk. De individualisering is een groot goed, maar die is nu doorgeschoten. Het is individualisme geworden, het is nu: ik leef mijn eigen leven, ik wil niks met partijen te maken hebben, niks met collectiviteit. Met het belang van instituties, die een traditie hebben en waarin waarden en normen zijn verankerd, moet je tegenwoordig niet aankomen. Dan verwijzen mensen onmiddellijk naar de jaren vijftig.”

In dit klimaat van wantrouwen tegen instituties kan Wilders volgens Zijderveld gedijen. De PVV is in zijn ogen geen partij, geen institutie, maar een beweging, zonder structuur en zonder een gemeenschappelijk normatief kader. Niet democratisch georganiseerd, dus ook zonder verantwoordingsplicht van de leider. En zonder verplichtingen van de aanhangers: lid worden is immers niet mogelijk – zo de PVV-sympathisanten dat al zouden willen.

De PVV-kiezer is ondertussen bang en onwetend, zegt Zijderveld, van oorsprong theoloog. „De islam is nog meer verdeeld dan het protestantisme. Waar heeft Wilders het over? Maar mensen weten dat niet. Ook in kleine dorpen, waar geen Marokkaan of Turk woont, zijn mensen doodsbang voor de islam.”

De maatschappelijke ontwikkelingen zijn te snel gegaan, analyseert Zijderveld. „In de jaren vijftig zei je nog: hee, daar loopt een neger! We zijn in dertig jaar een multi-etnische samenleving geworden en er is een vreemde godsdienst gekomen, de islam. Die ontwikkelingen zijn helemaal nieuw voor Nederland, we snappen die godsdienst en die culturen niet. Toen ik in in New York woonde, keek ik mijn ogen uit. Allemaal verschillende mensen, verschillende kleuren. Ze woonden in hun eigen wijken – dat gemengde wonen is helemaal niet nodig. Maar ze waren wél allemaal Amerikaan.”

„Wij moeten wennen aan die multi-etniciteit. De verandering is verbluffend snel gegaan, die moet langzaam indalen. Tijd is zó belangrijk, dat vergeten we vaak. Ik heb makkelijk praten. Ik ben in Indië geboren, mijn vrouw is een Weense, mijn ene dochter is in New York geboren, de andere in Montreal. Ik heb een mentaliteit die past in de mondialisering. Maar er is nog wel veertig jaar nodig voordat iedereen gewend is aan die nieuwe samenleving. Sociologisch is dat de essentie.”

Hoewel hij zijn lidmaatschap heeft opgezegd en hoewel hij vindt dat het CDA maximaal afstand had moeten nemen van de PVV, heeft Zijderveld toch op Balkenende gestemd. „Ik vind hem een geweldige man, internationaal is hij zeer gezien en dat is voor Nederland ongelooflijk belangrijk. Minister van buitenlandse zaken Verhagen heeft hem de ruimte gegeven om internationaal te opereren. Lubbers en Van den Broek zaten elkaar voortdurend in de haren, maar dat is tussen Balkenende en Verhagen niet gebeurd. We mochten zelfs aanschuiven bij de G20, de grootste economieën van de wereld! Balkenende is een fantastische ambassadeur voor Nederland geweest.”

Rutte doet hem dit niet zo makkelijk na, denkt Zijderveld. Zeker niet daar het programma van de liberalen hem voor wat betreft de internationale gerichtheid teleurstelt. „We zitten erg achter de dijken momenteel, ook Rutte. Ik hoop maar dat eurocommissaris Kroes een goeie invloed op hem heeft.”

Vorig jaar zegde hij zijn lidmaatschap op, omdat zijn inspanningen om binnen het CDA aandacht te vragen voor de islam, onvoldoende op waarde werden geschat. „Ik hoorde van Rotterdamse CDA’ers dat het aantal Turken dat bij de raadsverkiezingen op het CDA stemt dramatisch is gedaald. We moeten iets doen, zei ik. Dat is ook electoraal belangrijk. De CDA’ers in de dorpen moeten weten dat de islam niet gevaarlijk is. Anders gaan ze naar Wilders.” Dat is, zo blijkt uit analyses van de verkiezingsuitslag, ook gebeurd. Zijderveld is er niet triomfantelijk over. Maar een feit is het wel.

„Ik vind het verlies van het CDA vreselijk. Balkenende voer een middenkoers en daar ben ik een groot voorstander van. Het is essentieel het midden te zoeken tussen absolutisme en relativisme. Maar de steun voor de middenkoers brokkelt af. Die is niet interessant voor mensen. Er is onduidelijkheid en onzekerheid ontstaan door de multi-etniciteit en de islam. Men zoekt dus duidelijkheid en zekerheid. Die krijgen mensen niet. Democratie is twijfel, het hele idee van oppositie is gebaseerd op twijfel zaaien over wat de regering doet. Mensen krijgen van Wilders schijnzekerheden, maar daar hebben ze kennelijk behoefte aan”, veronderstelt de wetenschapper, die samen met de Amerikaanse godsdienstsocioloog Peter Berger het boek ’Lof der twijfel’ schreef.

Toch gelooft Zijderveld niet dat er in de samenleving helemaal geen belangstelling meer is voor een christen-democratische middenpartij als het CDA. De samenleving is ontkerkelijkt, en ook vanuit het belang dat hij toekent aan instituties vindt Zijderveld dat heel jammer. „Maar het interessante is dat de samenleving niet is geseculariseerd. We leven niet in een maatschappij waarin godsdienst geen enkele rol meer speelt.”

„In de jaren vijftig waren er twee protestantse zuilen en een katholieke. Maar er was maar een kleine groep die echt geloofde. Daaromheen zat een schil van mensen die stemden op een christelijke partij, lid waren van een christelijke vakbond, sportvereniging, et cetera. Er gaan nu veel minder mensen naar de kerk dan toen. Maar ik durf de stelling aan, al kan ik hem niet bewijzen, dat het aantal mensen dat nu nog naar de kerk gaat niet kleiner is dan de kleine groep die in de jaren vijftig echt een persoonlijke geloofsbeleving had.”

Ook nu ziet Zijderveld weer die schillen, maar nu van mensen die op de een of andere manier spiritueel zijn, new age, of denken dat er ’iets’ is. Zij ervaren die spiritualiteit in nieuwe, georganiseerde verbanden, met eigen waarden en normen, met rituelen en ceremonies. „Dat zijn para-instituties”, stelt Zijderveld met genoegen vast. Want die ’zwakke instituties’ zijn onderdeel van het zo noodzakelijke maatschappelijke middenveld.

Het CDA zou er goed aan doen, zegt Zijderveld, de blik ook naar deze groep mensen te richten. „De oude christenen zijn de kern van het CDA. Maar ze moeten ook dit soort mensen in de gaten houden. Er zijn veel zoekende mensen, die sympathie hebben voor de middenkoers die het CDA vaart. Zij zijn ook heel gevoelig voor de boodschap over normen en waarden, en over verantwoord burgerschap.”

Zijderveld hoort daags na de verkiezingen alweer analyses voorbijkomen dat het voorgoed gedaan is met het CDA, dat er voor die partij geen ruimte meer is in de huidige ontkerkelijkte samenleving. Allemaal onzin, vindt hij: „Het CDA moet deze groepen zien te bereiken. En het moet proberen maatschappelijke thema’s niet alleen op de agenda te zetten maar ook vast te houden. Met normen en waarden is dat aardig gelukt. Maar met het gezin helemaal niet. Toen de toenmalige fractieleider Heerma daarover begon, zaten de paarse politici te lachen in hun kamerbankjes. Het CDA heeft dat onderwerp niet uitgewerkt. En nu is de PvdA ermee gaan lopen. Dat is nu een gezinspartij – zie Wouter Bos, die zijn gezin voorrang gaf boven de politiek.” Als het CDA zich wat aantrekt van deze adviezen, is er volgens Zijderveld voldoende potentie voor het CDA om weer te groeien.

Over de toekomst van de Nederlandse samenleving in het algemeen is Zijderveld ook bepaald niet negatief. De individualisering heeft haar toppunt bereikt, zegt hij. De twintigers zijn een hele internationaalgeoriënteerde, open, communicatieve generatie. De allochtonen van nu zijn over een paar decennia allemaal ’koppelteken-Nederlanders’: Nederlanders, met een achtergrond buiten de grenzen, die voor niemand problematisch is. Hij verwacht veel van onderwijs en vorming.

En hij ziet al tekenen van de volgens hem zo noodzakelijke elites. Daarmee bedoelt hij niet de elite van de jaren vijftig, die functioneerde op basis van afkomst. Nee, hij heeft er mensen mee op het oog die niet per se hoog opgeleid zijn, maar wel ideeën hebben; die inspireren. Niet voor de hele samenleving, zoals de oude elite, maar wel voor die maatschappelijke sector of dat instituut waar ze deel van uitmaken. Zijderveld, naar de oude Thorbecke: „Want zonder elites is de samenleving een romp zonder hoofd.”

En de PVV? Hij moet nog zien of die haar succes kan behouden. „In de oppositie gaat dat makkelijker, in de regering moet ze compromissen sluiten. Daar houden de PVV-kiezers niet van.” En als de samenleving zich ontwikkelt in de richting die Zijderveld schetst en als die nog wat geduld opbrengt, dan is de voedingsbodem trouwens ook verdwenen. In de tussentijd lijkt het hem het beste niet te blijven hameren op die ’Marokkaanse rotjochies’. „Die moeten worden aangepakt, dat vindt iedereen, niet alleen Geert Wilders. Maar kijk eens naar politiek, cabaret, literatuur, kunst. Daar zijn zoveel koppelteken-Nederlanders actief. Dat wordt allemaal over het hoofd gezien en dat vind ik heel griezelig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden