Geef de natuur aan de boeren

Nederlandse boeren moeten niet langer denken in liters geproduceerde melk of aantallen gemeste kalveren. Liever heeft de Europese Unie dat ze natuur gaan beheren. Een groep boeren uit Friesland begon daar tien jaar geleden al mee. Hun milieucoöperatie groeide uit tot ,,een gigantisch groot bedrijf.''

Kees de Vré

Het blijft een vreemd gezicht, die rossige vleeskoeien in plaats van zwartbonte melkkoeien in het Friese landschap. ,,Maar op mijn leeftijd ben ik wel blij dat ik de melkkoeien kwijt ben. Nu kan ik af en toe eens wat anders doen.''

Boer Fokke Benedictus kijkt vertederd naar zijn Limousins, een Frans ras dat hij net een half jaar over de vloer heeft op zijn boerderij in het Friese Oostermeer. Het zijn er een handjevol. ,,Daar achter die houtwallen staan er nog veel meer hoor.'' In de zomermaanden trekken de koeien veel bekijks van de campinggasten op de boerderij. De familie Benedictus leeft niet meer alleen van de landbouw.

Die houtwallen zijn kenmerkend voor dit noordoostelijk deel van Friesland, ruwweg tussen Dokkum en Drachten. Het coulissenlandschap is ervan vergeven. Enerzijds beperken deze honderdenjaren oude wallen de mogelijkheden van de landbouw in dit gebied. Anderzijds bieden ze de boeren een onverwachte kans om te overleven.

Landschapsbeheer wordt steeds belangrijker in het boerenbestaan. Het jongste EU-akkoord over de landbouw bevestigt die trend. Europa maakt, zoals het zich laat aanzien, veel geld vrij om boeren over te halen niet nóg meer te gaan produceren. In plaats daarvan krijgen ze voortaan geld om andere activiteiten te ontplooien, waaronder het beheer van het landschap.

,,Ik ben heel blij met dat akkoord, want het is de beloning voor al onze inspanningen'', zegt Fokke Benedictus. Jaap Dijkstra, projectleider bij de Noordelijke land- en tuinbouworganisatie (NLTO), knikt heftig. Ook hij is tevreden. ,,Benedictus en 120 andere boeren zijn via hun coöperaties VEL en VANLA al ruim tien jaar bezig met beheer van hun landschap. Dat is toch onze toekomst.''

De VEL -Vereniging Eastermars Lânsdouwe (Oostermeers landschap)- en VANLA -Vereniging agrarisch natuur- en landschapsbeheer Achtkarspelen- bestaan sinds 1992. Ze zijn de eerste boerencoöperaties in Nederland die zich met niet-agrarische activiteiten bezighouden. ,,Het was ons antwoord op het milieubeleid vanuit Den Haag'', vertelt boer Benedictus, die voorzitter is van de VEL. ,,De ammoniakuitstoot moest terug. Boeren mochten geen mest meer op 'beschermde natuurelementen' spuiten.''

In de praktijk betekende dat voor de Oostermeerse boeren dat zij hun mest nergens meer kwijt konden. Want om al hun land staan houtwallen. Bij elke giertank die ze leegden, kwam onvermijdelijk de mest ook op die beschermde wallen terecht. Benedictus: ,,Door die voorschriften vanuit Den Haag zou dit gebied volkomen op slot komen te zitten. Ik zou omgerekend nog een koe en twee kalveren mogen houden. Landbouw in dit gebied zou onmogelijk worden.''

De houtwallen bestaan al honderden jaren in dit gebied. De boeren kunnen niet zonder. Ze dienen eigendomsafbakening en veekering. Sloten als veekering zijn hier op de zandgrond namelijk niet mogelijk.

Gemeentelijke en provinciale bestuurders kwam destijds tegen de mestwetten in het geweer. Ze wilden het boerenbedrijf handhaven in noordoostelijk Friesland. Zij hadden het tij ook mee. Benedictus: ,,Vanuit het ministerie werden de boeren uitgedaagd om iets met het landschap te doen. De samenleving ging er steeds meer om vragen. Maar ja, natuurbeheer en agrarische activiteiten, dat vloekte, zeker in die tijd. Toen vanuit Brussel ook nog een ecologische richtlijn kwam, zijn boeren toch wel achter hun oren gaan krabben.''

Wat zich eerst als bedreiging voordeed, werd nu een kans. ,,De boeren rond Oostermeer hebben toen gezegd dat we mee willen doen. Op twee voorwaarden: we willen een vergoeding en geen extra planologische beperkingen voor onze nering. De politiek reageerde positief. Ze moesten wel, natuurlijk.'' Kort daarna richtten de boeren een coöperatie op. Via die coöperatie regelen ze nu landbouw, natuur, landschap en mineralenbeheer.

De eerste vijf jaar ondervonden VEL en VANLA nog veel tegenwerking, niet in de laatste plaats uit boerenhoek, erkent NLTO'er Dijkstra. ,,De landelijke organisatie LTO wilde een scheiding tussen de verschillende functies die een boer kan uitoefenen. Het is bij hen óf grootschalige landbouw óf natuurbeheer. Hier in Noordoost-Friesland zien we het als één geheel. Zo doen we het al jaren. Dat is typisch de mentaliteit van de boeren hier. Ze zijn vastberaden, er heerst een grote gemeenschapszin. Dat is toch een kenmerk van de armere gebieden.''

Die vasthoudendheid van de Woud-Friezen spreidde zich als een olievlek over Nederland. Bij LTO kwam een nieuwe voorzitter die de kansen en de noodzaak van natuurbeheer inzag. Daarnaast geven zowel Dijkstra als Benedictus veel krediet aan minister Van Aartsen van landbouw in het eerste paarse kabinet. ,,Hij liet ons de ruimte om te experimenteren, hij tilde de bestuurlijke vernieuwing in onze branche van de grond'', zegt Dijkstra. ,,Zonder Van Aartsen zou het proces dat wij hier in gang hadden gezet zijn vastgelopen'', voegt Benedictus daar zonder aarzelen aan toe.

Over Van Aartsens opvolger Faber zijn Dijkstra en Benedictus minder te spreken. ,,Die wilde weer veel te veel regelen. Tot aan de dikte van de bomen op de houtwallen toe.'' Maar het proces bleek inmiddels onomkeerbaar. De frustratie over Faber werd omgezet in positieve energie. ,,We zullen ze in Den Haag eens laten weten wat er hier aan natuur bestaat'', zo verwoordt Benedictus de houding.

Bij de ruilverkaveling die gaande was in het gebied, werd de innovatie bijvoorbeeld goed zichtbaar. Vroeger was ruilverkaveling een methode om boeren te helpen aan grote stukken land waarop ze meer konden produceren. Rond Oostermeer werd de herinrichting anders aangepakt. Er kwamen nieuwe fiets-, wandel-, en ruiterpaden. Er kwam een strandje met zwemmogelijkheden bij het Oostermeer. Landerijen werden heringericht.

Dat alles gaf de openluchtrecreatie een flinke impuls. ,,Daar konden wij als boeren iets mee'', aldus Benedictus. Voorts ging men met Wageningse wetenschappers aan de slag om het mestbeheer optimaal te krijgen en ook het waterbeheer werd onderdeel van de coöperatieve activiteiten. De subsidies vanuit Den Haag en Brussel vanwege natuurbeheer vormen al tien procent van de boereninkomsten. ,,In een paar jaar tijd zijn we een gigantisch groot bedrijf geworden'', zegt coöperatievoorzitter Benedictus niet zonder enige trots.

Inmiddels hebben zich om VEL en VANLA nog vier coöperaties gevormd. Samen presenteren de zes zich als de vereniging Noordelijke Friese Wouden (NFW) voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer en zijn er contacten met gelijkgestemden in Duitsland en Vlaanderen. In Nederland zijn er in de tussentijd 120 milieucoöperaties op poten gezet.

,,En we gaan door'', zegt Jaap Dijkstra strijdbaar. ,,We willen nog veel meer activiteiten gaan onderbrengen in de NFW. Zaken als recreatie, groene energie -we hebben hier zoveel hout, daar moeten we iets mee. Ook de financiers als de Grondbank moeten nauwer worden betrokken. Uiteindelijk willen we één groot beheersbedrijf worden.'' Benedictus: ,,We moeten dit wel collectief doen, anders zijn er straks hier geen boeren meer. Als je al die gezamenlijke activiteiten weet te besturen dan kun je een vuist maken tegen de globalisering. Daarin lopen wij voorop. Het is een kwestie van puur overleven.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden