’Geef de Grieken hun grond terug’

De Turkse invloedrijke columnist Metin Münir pleit als enige in zijn land voor het teruggeven van het Griekse deel van Cyprus aan de Grieken. Het wordt hem door zijn landgenoten niet in dank afgenomen. Maar de hereniging van het Griekse en Turkse deel van Cyprus is kansloos, meent hij. Alleen met twee onafhankelijke landen heeft Cyprus toekomst.

Zijn hart ging tekeer die dag. Het was één dag na de invasie van het Turkse leger op Cyprus. Voor zijn voeten lagen tientallen lijken van de Grieken. De Turkse soldaten hadden vluchtig wat grond over de doden gestrooid.

In het voorjaar van 1974 liep journalist Metin Münir met gemengde gevoelens langs deze lijken. „Als wij hen niet hadden gedood, hadden zij geen Turk levend achtergelaten”, dacht hij. Maar de lijken lagen daar, het was hartverscheurend. Het mooie eiland van zijn kindertijd was er niet meer. Nu, 33 jaar later, zegt hij in alle eenzaamheid: „Geef de Grieken hun grond terug.”

De columns die Münir de laatste dagen schrijft in de landelijke krant Milliyet, hebben grote impact in Turkije. De 62-jarige Cyprioot die in Istanbul woont, schrijft de laatste tijd dat de Turken de Griekse Cyprioten tegemoet moeten komen met het teruggeven van land. Een zeldzaamheid in Turkije, daar bijna alle Turken eensgezind de patriottische retoriek bezigen van: ’Dat land hebben we met het bloed van onze martelaren gewonnen. De Grieken wilden de Turkse minderheid uitmoorden. Ze krijgen geen steentje terug’. Verontwaardigde Turken overladen de computer van Münir dan ook met scheldkanonnades.

Hij vertelt over de eerste jaren van zijn leven. Metin Münir was vier jaar. Hij woonde met zijn gezin in Roisha, een Turks dorp in het Griekse gebied. „Mijn vader was een boswachter. Ons dorp lag in het gebied waar de lekkerste paddestoelen op Cyprus groeiden. Mijn vader stuurde me dat jaar naar school. Aan het einde van het schooljaar kreeg iedereen een rapport. Alleen ik niet. Ik maakte kabaal toen ik erachter kwam dat ik naar school was gestuurd, zodat ik daar de tijd kon doden. Ik heb zoveel gehuild dat mijn leraar die avond met een schoolrapport naar huis kwam. Toen hield ik op met huilen.

„Na dat jaar verhuisden we naar Nicosia. Ik werd daar uitgelachen vanwege mijn Griekse accent. Daarna kwam ik niet meer in Roisha. Het was een dorp met prachtige dennen- en vijgenbomen. Na de oorlog werd dat dorp Grieks grondgebied.”

Metin Münir heeft de afspraak met zijn arts afgezegd voor dit interview. De lezers van zijn columns weten dat hij een ernstig hartinfarct heeft gehad en nipt aan de dood is ontsnapt. De laatste jaren heeft hij meermalen over zijn gezondheidstoestand geschreven en verteld hoe hij na die hartaanval anders tegen het leven aan is gaan kijken. Het was ook na deze ontsnapping aan de dood dat hij zijn afwijkende mening over de Cyprus-kwestie met krachtiger termen in de krant zette.

Hij heeft een bijna-doodervaring gehad. Dat heeft zijn kijk op het leven veranderd. Hij schreef in een van zijn columns: ’Ik keek naar iets dat op een scherm of raam leek. Een grote massa van honingkleur raasde door dat scherm heen en weer. Het produceerde een geluid, dat ik niet kon thuisbrengen. Ik keek ernaar. Geboeid. Het was alsof ik me op een strand en in een bos tegelijk bevond’

Tijdens een etentje zat hij naast een Grieks-Cypriotische zakenman. Het was zeven jaar geleden. De Griek vroeg hem waar hij vandaan kwam. „Je zal het toch niet kennen”, antwoordde Münir. „Je weet maar nooit”, zei de zakenman. Toen Münir ’Roisha’ zei, zei de zakenman: „Ik was vorige week nog daar. Toevallig. Ik keek op de kaart, zag dat afgelegen dorp en dacht: laat ik erheen gaan.” Tijdens dat etentje besloten ze er samen heen te gaan.

Het bos van zijn bijna-doodervaring was misschien het bos dat Roisha omcirkelt. Münir: „Het was een onbeschrijfelijk gevoel om na zoveel jaar terug te gaan naar dat dorp. Niemand woont er tegenwoordig. Alleen de school waar ik op heb gezeten, staat er nog. De rest is met de grond gelijk gemaakt. Waar zijn we als mensen mee bezig, dacht ik toen ik daar kwam. Roisha is slachtoffer geworden van de politieke spelletjes van de mensen.”

Waarom Turken zo fel reageren op zijn voorstellen om land terug te geven aan de Grieken? „We hebben hier te maken met een natie die sterk is geïndoctrineerd door de staatsideologie. Deze mensen raken in paniek wanneer ze afwijkende meningen horen. Ik snap het wel. Het is natuurlijk makkelijk als iedereen hetzelfde denkt. Dan voelen ze zich veilig. Hoeven ze zich ook niet het hoofd te breken over andere ideeën.”

Zijn columns zijn afgelopen week zelfs in het Turkse parlement ter sprake gebracht. Sommige parlementariërs hebben aangegeven dat er een debat moet komen over de voorstellen die Münir doet.

„Het is heel simpel en pragmatisch wat ik zeg. We weten als Turkse Cyprioten dat de Grieken op het eiland niet in één land willen leven met ons. Ze kijken op ons neer. Ze hebben een hekel aan ons. Ik voel me telkens gekleineerd wanneer ik in het Griekse deel kom. Ik word er als een minderwaardige behandeld.

„Het voorstel van de Verenigde Naties om het eiland te herenigen is dan ook gedoemd tot mislukken. De Grieken hebben op het referendum massaal tegengestemd. Maar we zitten met het gegeven dat Turken bezit van de Grieken in handen hebben. Je kunt in deze tijd niet zeggen: er was oorlog, we hebben de oorlog gewonnen, dus krijgen ze niks. Turken moeten om de tafel zitten met de Grieken, onderhandelen over wat van de Grieken is en wat van de Turken. Als de Grieken met een tevreden gevoel naar huis gaan en hun bezittingen terugkrijgen, zijn we van dit probleem af. Het is echt het beste om twee aparte landen te hebben op het eiland. Anders wordt het weer vechten. Op straat, in het parlement, op de scholen. Het hoeft allemaal niet.”

Hij kan het niet verkroppen dat zijn land als een speelbal wordt gebruikt in het politieke spel tussen Turkije, Griekenland, Cyprus en de Europese Unie. Volgens hem willen de Turkse Cyprioten niets anders dan onafhankelijkheid. Volledige onafhankelijkheid, dus ook van Turkije. „Er zijn ook andere landen zoals Azerbeidzjan waar Turks wordt gesproken maar waar Turkije geen invloed heeft. Het is het recht van de Turkse Cyprioten om ook autonoom te zijn. Het is tragisch dat we zolang geïsoleerd zijn geweest van de rest van de wereld. De situatie moet daar normaliseren. Er speelt zich daar een drama af. Ze lijden onder het embargo van de Verenigde Naties, kunnen niet loskomen van Turkije, worden gekleineerd door de Grieks-Cyprioten en worden benadeeld door de Europese Unie. Geef die mensen de kans om aan hun eigen toekomst te werken.”

Decennialang speelt deze kwestie al een belangrijke rol in de buitenlandse politiek van Turkije. Onlangs heeft het ertoe geleid dat de onderhandelingen met de EU voor volledige toetreding als het ware gestopt zijn, omdat Turkije weigert om vliegvelden en havens te openen voor verkeer uit Grieks Cyprus.

„Turkije moet de havens openen. Het is gewoon kinderachtig wat de Turken doen. Eerst een verdrag tekenen en achteraf zeggen dat ze een uitzondering voor een land willen maken. Dat kan niet. In de tijd van de invasie van Cyprus in 1974 was ik goed bevriend met de toenmalige premier Bulent Ecevit. Ik vroeg hem waarom ze zoveel grond innamen. Hij zei dat ze dat land later als middel van onderhandeling wilden gebruiken. De tijd is nu rijp om dat land terug te geven”, vertelt Münir.

Hij belt zijn arts. Voor de volgende dag maakt hij een afspraak. Het gaat goed met zijn hart. „Gelukkig”, zegt hij en klopt twee keer op het hout van de tafel. Een gebaar dat Turken en Grieken doen. Het brengt geluk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden