Geef de arme landen kans op ontwikkeling

Steeds meer Nederlanders zijn sceptisch over ontwikkelingshulp. De politiek moet daarop inspelen. Het beleid is al twintig jaar hypocriet.

Volgens een recent onderzoek van het bureau Motivaction daalt het draagvlak voor ontwikkelingshulp in Nederland stevig. Vier jaar geleden vond vier op de vijf ondervraagden nog dat de regering evenveel of meer geld aan arme landen moet geven. Nu is dat gedaald tot drie op de vijf.

Ons verwondert de vermindering van het draagvlak geenszins. In onderzoeken van de afgelopen tien jaar was de steun voor ontwikkelingshulp constant, maar het percentage mensen dat van mening was dat deze hulp ook daadwerkelijk zou helpen (de tweede onderzoeksvraag) daalde jaarlijks. Het publiek wil kennelijk dat er geholpen wordt, maar heeft weinig vertrouwen in het beleid van de minister voor ontwikkelingssamenwerking.

Dat het draagvlak vermindert zegt echter weinig over de betrokkenheid van Nederlanders bij het armoedevraagstuk. Gelijk opgaand met het afnemende vertrouwen in de officiële hulp zie je namelijk de laatste tien jaar het aantal particuliere initiatieven voor ontwikkelingslanden drastisch toenemen en wordt een duurzame levenstijl die rekening houdt met mens en milieu steeds populairder onder jongeren.

Toen de internationale ontwikkelingshulp begin jaren zestig op op gang kwam, was deze hulp onderdeel van een veel verder reikend pakket maatregelen. Professor Jan Tinbergen lanceerde op verzoek van de Verenigde Naties een plan onder de naam ’Optimale internationale arbeidsverdeling’. Kern daarvan was overheveling van arbeidsintensieve productie naar arme landen, afbreken van Westerse landbouwsubsidies, en een vrije afzet van landbouw- en industrieproducten van arme landen op de markten van rijke landen. Om dit proces van economische verzelfstandiging te bevorderen zouden rijke landen jaarlijks 0.7 procent van hun bruto nationaal product uittrekken voor ontwikkelingshulp. Handel was het hoofdgerecht, hulp slechts een bijgerecht.

Het bleef bij hulp. En die was in feite een slag in de lucht, omdat de hulp binnen het plan bedoeld was als ’duwtje in de rug’. De armoede werd ondertussen door de opkomst van de televisie steeds zichtbaarder. Regeringen kwamen onder druk te staan van verontruste burgers, het geweten van christen- en sociaal-democraten begon te spreken en het gevolg hiervan was een toename van hulp zonder dat de wezenlijke oorzaken van armoede werden aangepakt.

Omdat het armoedeprobleem hardnekkig bleek, kwamen hulpdeskundigen om de zoveel jaar met een nieuwe ontwikkelingstheorie. Die hadden één ding met elkaar gemeen. Het bijgerecht hulp werd geëvalueerd, maar de donorlanden weigerden de werkelijke oorzaken van het probleem aan te pakken.

Tegelijkertijd geeft tot op de dag van vandaag het Nederlandse ministerie van ontwikkelingssamenwerking hoog op over de successen van het beleid, prijst het de Nederlandse bevolking voor haar gulheid en medeleven, en presenteert het alle mislukkingen als incidenten. Een dergelijk hypocriet beleid is tien, misschien nog wel twintig jaar te verkopen, maar er komt echter een moment dat de bevolking deze dubbelheid door krijgt. Dit moment lijkt nu te zijn aangebroken.

Liberale politici willen af van ontwikkelingshulp. Christen-democraten en sociaal-democraten verdedigen hulp nog wel als een morele plicht, maar gaan niet zo ver dat zij pleiten voor ’handel én hulp’'.

Moeten we de ontwikkelingshulp dan maar afschaffen? Nee geenszins. Het niet ontvangen van het hoofdgerecht (handel) is nog geen reden om helemaal af te zien van het bijgerecht (hulp). Mensen in Nederland behoren echter wel te weten dat het slechts om een bijgerecht gaat.

En het kan beter. Je zou bij hulp een onderscheid moeten maken tussen ’directe waarde’ en ’meerwaarde’. Zo kan de lokale bevolking baat hebben bij de bouw van een school of gezondheidscentrum. Dat is dan directe waarde.

Een meerwaarde ontstaat pas als projecten de basis leggen voor een grotere zelfstandigheid en politieke mondigheid, zodat uiteindelijk zowel nationaal als internationaal druk kan worden gezet om een internationaal rechtvaardig economisch systeem dichterbij te brengen. Niet de technische aspecten moeten doorslaggevend zijn maar de emanciperende. Het inzicht dat zulke hulp op den duur effectiever is dan vrijblijvende hulp kan op zijn beurt weer een positief effect hebben op de gulle gever in Nederland.

Welke politieke partij durft haar kiezers op 22 november te vragen hierop door te gaan en in te stemmen met het werkelijk aanpakken van het armoedeprobleem, ook als dat ten koste zou gaan van enkele procenten welvaartsgroei in Nederland? Dat zou pas echte hulp zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden