Geef burgers meer te kiezen uit zorgaanbod

Non-profitorganisaties stikken van de problemen. Burgers hebben te weinig keuze en bureaucratie regeert. Het zo bejubelde maatschappelijk ondernemen biedt geen remedie.

Het moeten zware tijden zijn voor de gelovigen in de 'maatschappelijke onderneming'. Ophef over topsalarissen is er niet alleen in de marktsector maar ook in de non-profitsector. En een onderzoek van TPG-topman Bakker naar efficiency in de zorg leert dat hier vaak een groot gebrek aan doelmatigheid is: weliswaar geen geld voor aandeelhouders, maar ook niet voor de patiënten.

Deze ontwikkelingen ondergraven het idee dat er een heilzame derde weg zou zijn tussen markt en overheid. Een derde weg van organisaties die slechts streven naar het algemeen belang, niet beïnvloed door de geldzucht van het bedrijfsleven of de stroperigheid van de overheid. In de politiek zijn het vooral PvdA en CDA die vaak pleiten voor een grotere rol voor 'maatschappelijke ondernemers' als oplossing voor de problemen in ondermeer zorg, welzijn, onderwijs, volkshuisvesting.

Deze sectoren zijn al sinds mensenheugenis het terrein van non-profitorganisaties. Het zijn ook de sectoren waar brede onvrede is over de dienstverlening, wachtlijsten, bureaucratie en, net als in het bedrijfsleven, de topsalarissen. Diegenen die pleiten voor het concept 'maatschappelijke onderneming' als sleutel tot de oplossing in deze sectoren pretenderen dus nogal wat. Ze zullen deze pretentie niet waar kunnen maken. Dat ook bij deze maatschappelijke organisaties de discussie over topsalarissen en verspilling woedt, is slechts een topje van een ijsberg, een ijsberg van rammelende vooronderstellingen.

Deze branches hebben een aantal overeenkomsten, die een belangrijke verklaring vormen voor de publieke onvrede. Ten eerste keuzevrijheid. Een middelgrote plaats heeft wel meerdere supermarkten of banken, maar meestal maar één ziekenhuis, regionaal opleidingscentrum of riagg. De burger mist daardoor het sterkste wapen tegen slechte dienstverlening; een overstap naar de concurrent.

Ook is er een overeenkomst qua checks and balances. Dat wat de regel is in de non-profitsector vinden we onacceptabel voor private ondernemingen. De vraag 'wie houdt toezicht op de toezichthouders' is wel beantwoord voor het bedrijfsleven, maar niet voor de non-profitsector.

De organisaties hebben verder gemeen, dat burgers gebukt gaan onder een verstikkende bureaucratie. Boven op de enorme regeldruk waarmee iedere werkgever in Nederland wordt geconfronteerd komt voor de non-profitsector veel toezicht per sector.

Een nieuw ondernemingsconcept, 'de maatschappelijke onderneming' kan deze problemen niet oplossen. De afgelopen jaren heeft zich in onder meer onderwijs en zorg een golf van fusies voorgedaan, waardoor in veel gebieden regionale monopolisten zijn ontstaan. Net zoals in het bedrijfsleven, moeten we in de non-profitsector monopolievorming laten verbieden. De overheid moet zorgen voor concentratietoezicht, zodat burgers ook werkelijk iets te kiezen hebben. Ook kunnen burgers beter kiezen als niet de instellingen worden gesubsidieerd, maar als de mensen die niet kunnen rondkomen, financieel worden ondersteund.

De beste sanctie op slecht bestuur is een consument die met de voeten stemt: supermarktconcerns kunnen er van meepraten. Maar toch stellen we aan de commissarissen van die supermarkten meer eisen dan aan raden van toezicht in de non-profitsector. Voor de vergadering van aandeelhouders is geen duidelijke vervanger te bedenken, we kunnen niet elke stichting verplichten om NV te worden. Maar de overheid moet er wel voor zorgen dat de beroepsinstantie voor aandeelhouders, de Ondernemingskamer, een equivalent krijgt voor belanghebbenden in de non-profitsector.

Bureaucratie wordt allereerst bestreden door de administratieve lasten aan te pakken. Arbeidswetgeving en milieuwetgeving knellen ook in de thuiszorg en de woningcorporatie. Toezicht op kwaliteit is noodzakelijk in die sectoren waar grote belangen spelen en de burger een duidelijke kennisachterstand heeft: bijvoorbeeld in gezondheidszorg of pensioenvoorzieningen. Maar bij veel non-profitdiensten kan de burger zich echt wel zelf een oordeel vormen: beoordeling van de groepsgrootte in een crèche of het aantal kamers in een huurhuis vraagt geen academische opleiding.

De bureaucratie kan ook verminderen door als overheid (persoonsgebonden) budgetten vast te stellen voor de diensten van instellingen. Die instellingen zijn vervolgens vrij in de precieze besteding. Ouders en schoolhoofd kunnen beter dan de overheid beoordelen of er behoefte is aan kleinere klassen of meer pc's.

Vage beschouwingen over 'maatschappelijk ondernemen' helpen niet bij de oplossing van problemen in de non-profitsector. Concrete oplossingen liggen voor het grijpen en vragen nu om doorpakken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden