Gedwongen Jodin

Op 5 januari 1999 verscheen mijn eerste column. Vandaag mijn laatste. Over van alles en nog wat heb ik het gehad. Over opgroeien te midden van de vuilnis in de Bijlmer, het geweld tegen Afghaanse vrouwen, het gebrek aan geld in de jeugdzorg, de WAO-'miljonairs', het falen van de Staat tegenover Johan Wilman, religieuze uitingen in de openbare ruimte (liever niet), stukloon in de rechterlijke macht. Over liefdesverdriet, de figuren die de twintigste eeuw hebben bepaald (Hitler, Stalin en Mao), zorgverlof, de slechte service van de KPN, de oorlog tegen de drugs. Over begraven, euthanasie, de Hopi, Zorreguieta, armoede, kunst, slavernij, de Holocaust, medische doden, foto's, politici, musea, onderwijs, voetbalvandalen en advocaten.

En natuurlijk schreef ik over het Midden-Oosten. Althans, natuurlijk? De eerste anderhalf jaar schreef ik er slechts vier keer over. Pas vanaf het ontbranden van de tweede intifada, in september 2000, bleek dat onderwerp onvermijdelijk. Als columniste heb ik, versterkt sinds de laatste intifada, een merkwaardig verschijnsel aan den lijve ondervonden: er werd van mij verwacht dat ik over het Midden-Oosten, Israël en de Palestijnen schreef en tegelijkertijd werd het, doordat ik het deed, mijn stigma. Wanneer ik er niet over schreef, terwijl terreur en tegenterreur hun tol eisten, werden, al was het maar even, de wenkbrauwen gefronst. Schreef ik er wel over, dan was de reactie vaak: dat weten we nu wel.

Bij die laatste reactie heeft zeker ook meegespeeld dat ik weiger mezelf de politiek-correcte Jodenster op te spelden die wordt uitgedeeld door 'Een ander Joods geluid'. Maar dat is niet de enige factor. Omdat er nog zo weinig Joden in Nederland leven, wordt iedereen met een Joodse achtergrond die een analyse kan geven in de media bijna automatisch in de rol van woordvoerder geduwd. Als je dan ook nog veel weet van het Israëlisch-Palestijnse conflict en er een grote betrokkenheid bij hebt, dan wordt het lastig consequent voor andere onderwerpen te kiezen en te laten zien dat Joden zoals ik geïnteresseerd zijn in een zeer breed scala van onderwerpen.

Maar doe je dat niet -omdat je ook wilt strijden vóór gematigdheid en historische juistheid en tegen de soms venijnige onzin die er over het conflict wordt gedebiteerd- dan loop je in Nederland gevaar versmald te worden tot slechts dat ene: Jodin zijn.

Het is het probleem van alle allochtonen. Zijn Joden allochtonen? Enkele jaren geleden zou ik heftig tegen die notie hebben gevochten. Immers, al vijfhonderd jaar wonen er Joden in Nederland. Maar emancipatie en acculturatie nemen niet weg dat men in Nederland niet zomaar Jood kan zijn: een plaatsbepaling wordt uiteindelijk altijd geëist, door de niet-Joodse omgeving én door Joden.

Bepaald worden door iets dat zowel arbitrair als fundamenteel is als Jood-zijn beperkt de vrijheid van een individu zoals ik. Tegelijkertijd is het een zegen. Die beperking dwingt, net als een dichtvorm, tot focus en inhoud, en tot bewustwording. En die maken de vrijheid interessant.

Ik dank mijn lezers. Degenen die zich in mijn columns konden vinden. Maar zeker ook degenen die ze woedend en walgend in de hoek smeten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden