Gedrevenheid die geduld respecteert

Het Leipziger Ballett is volgende week (15, 16 en 17 april) in het Amsterdamse Muziektheater te gast, met drie klassiek symfonische balletten van hun leider Uwe Scholz. Door deze veertigjarige 'Wessie' werd deze voormalige Oost-Duitse balletgroep een markant voorbeeld van de Duitse hereniging op kunstgebied. Scholz ontpopte zich namelijk als een van de weinige Wessie-choreografen die de Ossie-mentaliteit weldegelijk in zijn waarde wist te laten. En toch brak hij dat open.

Eva van Schaik

Duitslands grootste balletgezelschap, het Leipziger Ballett, bestaat uit twintig nationaliteiten. Terecht haakte het Amsterdamse Muziektheater in op de internationaal succesrijke tournees die de vijftig dansers in de voorhoede van de mondiale balletindustrie brachten. Door velen wordt Uwe Scholz (1958), Wessie-choreograaf met Ossie-mentaliteit, de testamentair executeur van twee balletlegaten genoemd: van George Balanchine's neoclassiscisme en het meer humane expressionisme van John Cranko, de Zuid-Afrikaan die Stuttgart in de jaren zestig tot de bakermat van balletvernieuwing maakte.

Al vanaf zijn twintigste vervult Scholz die opdracht met een aanstekelijke elan. Dankbaar maakt hij gebruik van traditioneel-technische virtuoso, in doorzichtige muziekballetten met soms een pantomimische uitglijer in opgelegde humor.

Gekleed in driedelig pak met stropdas houdt hij het op 'Dezenz und Distanz', zoals het een Herr Director Professor Chefchoreograph betaamt. Scholz is sinds kort ook directeur van de balletacademie in Leipzig en docent compositie aan de Felix Mendelssohn Bartholdy Schule. Dwars door zijn modebewuste façade glinsteren zijn gitogen: het bewijs van slaaptekort en zwaar beproefde ambitie. Op de vraag hoe hij vannacht geslapen heeft, begrijpt hij direct dat daarmee de laatste televisiebeelden uit Kosovo wordt bedoeld.

,,Ik ben er niet gerust op, maar ik blijf een cultuuroptimist. Ik zou niet weten hoe ik anders in deze wereld moet overleven. Kosovo bevestigt voor mij te meer wat kunst moet zijn: een statement, een oproep tot humaniteit. Natuurlijk weet ik wel dat ballet in de periferie daarvan blijft steken. Want wie bereik je ermee? De verkeerde mensen.''

Het Uwe Scholz-succesverhaal heeft komeetachtige trekjes. Snel ratelt hij zijn curriculum vitae af, met kwinkslagen die hij al honderden malen heeft afgedraaid: ,,Geboren in een dorp met driehonderd inwoners en zeshonderd koeien, onder de rook van Darmstadt. Mijn twee oudere broers zijn heel amusicaal. Mijn moeder zag in mij, de beweeglijke jongste van de drie, een potentiële Nyinsky en al vanaf mijn vierde kreeg ik dans- en muziekles. Zelf wilde ik dirigent worden. Het grote danslicht verscheen mij pas in 1973, toen ik in de ban van John Cranko in Stuttgart raakte. Al heb ik deze man met zijn magische hartelijkheid maar een week meegemaakt, dat was genoeg. Ook ik kom dus uit de 'Cranko-craddle', net als Kylian, Neumeier, Ek en Forsythe. Maar ik was ook een half jaar door een studiebeurs op de American School for Ballet in New York.''

In 1976 werd Scholz door prima ballerina Marcia Haydee, inmiddels Cranko's opvolgster in Stuttgart, ontdekt en vanaf toen ging het snel. Razend snel zelfs, want hij heeft al ruim negentig balletten op zijn naam staan, in opdracht van vele balletgroepen, operahuizen, tv-stations. Van Zweden tot Turkije, maar ook in Amerika en Canada. Onlangs ontving hij daarvoor de prestigieuze Deutsche Tanzpreis.

Uwe Scholz weet wat werken is. Nog altijd houdt hij zijn toerental op minstens vier balletten per jaar. Een muzikale allesvreter is hij ook, die alles wat zijn (flap)oren maar bereikt tot zijn dansverbeelding laat spreken. Zijn veelzijdigheid uit zich ook in zijn kostuum en decordesigns. Toen hij in 1985 chef choreograaf van het Opernhaus te Zürich werd, pakte hij meteen stevig uit met Die Schopfung op Haydns oratorium. Kort daarna volgde zijn 'Russische fase', met zijn Suite nr 2 voor twee piano's en het Klavierconcert nr. 3 d-moll van Rachmaninov, waarvoor hij Wassily Kandinsky als trait d'union inzette.

Kort na de Wende werd hem gevraagd zijn Suite nr. 2 bij het balletgezelschap in Leipzig in te studeren. Het klikte meteen, wat niet alleen aan zijn diepe ontzag voor de lange culturele traditie van deze stad te wijten is. ,,Als naar Zürich verbannen Wessie kon ik me de identiteitscrisis van de dansers daar wel invoelen.''

Twee jaar later aanvaardde hij het leiderschap. Van een kleurloze, naar klassiek Sovjetmodel versteende groep wist hij een bruisend internationaal gezelschap te maken. Zijn recente creatie op opus 25 van Prokofjev, Klassieke Symfonie, noemt hij een glas borrelende champagne. ,,Entertainment met een knipoog naar Prokofjev en als toast op Kandinsky.''

Samen met zijn oudere Rachmaninov-creaties serveert hij die balletbruis op 15, 16 en 18 april in het Muziektheater, als zijn pleidooi voor een expressionistische, niet van humor gespeende vrijheid met strikte inachtneming van de academische traditie. Maar Scholz doet meer. In zijn plastische verbeelding van melodie en muzikale structuur neemt hij de oude kadaverdiscipline in ballet op de hak. Hij gebruikt dit ook als metafoor van de harde realiteit buiten ballet. Het is hem ernst.

In zijn recente montage van Pas Questuosa (1992) en Unterwegs, beide op muziek van Udo Zimmermann, liet hij bijvoorbeeld beelden van prikkeldraad en de wreedheden die zich daarachter afspelen projecteren. Zelf duidt hij deze stap als een nieuwe richting in zijn verder zo optimistische oeuvre.

In zijn mengpoging van Balanchine's blauwbloedige en Cranko's roodbloedige hulde aan harmonie, humor en humaniteit is hij een typische Wessie-choreograaf, die houdt van verbluffebnd virtuoso. Hij onderscheidt zich van zijn collega's door zijn manupulatieve begrip voor de Oost-Europese smaak en omgang met gender en erotiek. Voor hem echter geen pathetisch narcisme of spartakisme, maar 'een spiegel van een zielelandschap, opgehouden door de muziek'. Kortom: in zijn gedrevenheid erkent hij de vruchtbaarheid van geduld.

Hij predikt en demonstreert artistieke vrijheid, geeft zijn werknemers waar mogelijk inspraak, maar altijd met behoud van het klassieke juk. In muzikaal opzicht acht hij zich in Leipzig in het hol van de leeuw. Hij zocht die confrontatie ook doelbewust op.

,,Die muziek-historische erfenis fascineert me enorm. Alles in Leipzig verwijst naar dat legendarische verleden. Al meteen na mijn komst merkte ik hoe gretig de dansers waren. Jarenlang waren ze geïsoleerd geweest. Zelfs geen video hadden ze gezien. Maar door de Wende was de hele infrastructuur van hun balletfabriek naar de knoppen. Lege zalen, geen pensioenen meer. Afschuwelijke geldnood. Echt een kaalslag en ontregeling van jewelste. Ik nam mij voor geen enkele danser te ontslaan. Ik háát dat. Te beweren dat je alleen met je eigen vertrouwde dansers kan werken is zo'n egotripperig zwaktebod! En wat gebeurde? Door het bewegingsmateriaal dat ik hen te doen gaf bleken sommigen tot het zelfinzicht te komen dat ze daar ongeschikt of te oud voor waren. Dan maar geen pensioen. Al die sociale garanties waren hoe dan ook voor hen weggevallen. Die internationale wederopbouw is een min of meer organisch proces geweest. Mijn grootste problemen waren en zijn van economische aard. Maar ik ben slim in het 'triggeren' van de locale bobo's en het publiek. Directeur Scholz en choreograaf Scholz liggen dus vaak wanhopig met elkaar overhoop.''

,,Door Cranko en Haydee wist ik destijds dat choreograferen mijn doel was. De jaren tachtig gebruikte ik vooral voor een stijloriëntatie. Nog steeds onderzoek ik hoe zoiets abstracts als muziek aan zoiets concreets als dans te koppelen is. Ik wil inbreken in de intimiteit van dans en dat zo direct en expressief mogelijk laten verbeelden. Gelukkig heeft Leipzig nu een nieuwe burgemeester die iets meer begrip toont. Maar ik heb een coupe de théàtre moeten plegen. Ik deed dat door Leipzigs belangrijkste geschut in stelling te brengen. En dat is natuurlijk Bach. In 1996 heb ik met een gala voor het koor van de Thomas Kirche, het Opera-orkest en het zieltogende ballet georganiseerd, met het derde Brandenburgs concert, 'Jauchzet Gott in alle Landen' en 'Ich hatte viel Bekümmernis'. Zonder de dirigent en orkestleden vooraf op de hoogte te stellen liet ik de dansers die Bekümmernis demonstreren door ze hun spitzen en schoenen midden op het toneel, op een grote hoop te laten gooien. Nou, die boodschap werkte.''

Nog hetzelfde jaar kreeg Scholz door bondspresident Roman Herzog het Verdienstkreuz van de Bundesrepubliek opgespeld. Een aanbod om ook het Ballet van de Berliner Opera te redden sloeg hij echter af. ,,Mijn opdracht in Leipzig acht ik nog niet klaar en Berlijn is écht een gekkenhuis. Daar maken ook te veel ondeskundigen, die ontzettend veel schade aanrichten, de dienst uit. Jan Linkens en Marc Jonkers werden daar de dupe van.''

,,Maar ook hier is mijn grootste probleem de vakbond. Dansers mogen na vijftien jaar vaste dienst niet ontslagen worden. Dat is verschrikkelijk, want nu worden ze ze overal na veertien jaar ontslagen. Voor een dansgezelschap is organische doorstroming een absolute artistieke voorwaarde. Elke sociale opvang ontbreekt. Als dit niet snel verandert gaat de hele Duitse balletcultuur teloor.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden