Gedreven maar omstreden

Groten als Orwell en Márquez bedreven volgens Kapuscinski óók journalistiek met een intentie: zij waren werkende weg bezig met de strijd voor een of andere zaak

Als het erom spande in de derde wereld in de jaren zestig en zeventig, leek de Poolse reporter Ryszard Kapuscinski (1931-2007) nooit ver weg. Schijnbaar onverschrokken, oprecht betrokken, met een prachtige stijl en oog voor sprekende details deed hij verslag van oorlogen, staatsgrepen, revoluties en hongersnoden. Het leverde behalve reportages veel vertaalde en veel gelezen boeken op als 'De voetbaloorlog' (over een conflict tussen El Salvador en Honduras), 'Nog een dag' (over de burgeroorlog in Angola), 'De sjah aller sjahs' (over de islamitische revolutie in Iran) en 'De keizer: macht en ondergang van Ras Tafari Haile Selassie I' (over Ethiopië).

Bewondering was Kapuscinski's deel. Recensenten kwamen superlatieven te kort. "Vertaald in het Engels klinkt hij betoverender, intelligenter en briljanter dan bijna alle andere schrijvers in die taal die me te binnen schieten", stelde een bespreking in The Wall Street Journal. "Eén Kapuscinski is gelijk aan duizend jammerende en fantaserende prulschrijvers", schreef Salman Rushdie in de Britse krant The Guardian. Kapuscinski werd zelfs verkozen tot Journalist van de Twintigste Eeuw.

De biografie die zijn landgenoot Artur Domoslawski van hem schreef onder de titel 'Kapuscinski: Non-fictie' veroorzaakt barstjes in dat beeld. Het boek laat zien dat veel verhalen van de sterverslaggever wemelden van de onwaarheden, onnauwkeurigheden en verzinsels. Eigenlijk was hij liever een groot dichter geworden.

Nu werd de Pool mede groot dankzij verdichting. Het haalt de literaire kwaliteit van zijn werk niet onderuit. Het doet niets af aan de precieze wijze waarop hij systemen, gebeurtenissen en mensen kon ontleden en neerzetten. Maar bij het waarheidsgehalte van veel van Kapucinski's veelgeprezen proza mag wel een stevig vraagteken worden gezet.

Zo suggereerde hij voor onder andere het Poolse persbureau PAP ontmoetingen te hebben gehad met sleutelfiguren als de iconische revolutionair Che Guevara, de Congolese politicus Patrice Lumumba en de Chileense linkse leider Salvador Allende. Het lijkt allemaal gefabuleerd. Lulu, het hondje van de Ethiopische keizer Haile Selassie, had helemaal niet de gewoonte om over de schoenen van hovelingen heen te plassen, zoals in 'De keizer' werd beschreven.

Om de verschrikkingen van dictator Idi Amin in Oeganda te illustreren vertelde Kapuscinski het verhaal van de wel erg doorvoede vissen in het Victoriameer. Die dankten dat aan Amin, beweerde de journalist: de Oegandese president voerde hen mensenlichamen.

In werkelijkheid ging het om uitgezette nijlbaarzen die eigenlijk niet in het meer thuishoorden maar er wel een overvloed aan voer in de vorm van kleinere vissen vonden. Het lijkenverhaal was een Oegandees broodje-aapverhaal. Kapuscinski vond het te mooi om te laten liggen.

Sterke verhalen hielpen ook bij het opbouwen van zijn imago. De journalist begreep dat literatuur wel vaart bij legendevorming rondom een schrijver. Hoe hoger hij steeg, hoe meer hij dat nodig had. De Pool bleef onzeker. Hoorde hij met zijn eenvoudige achtergrond wel thuis tussen de grootste letterkundigen van de wereld? Tussen topwetenschappers die hem eredoctoraten toekenden?

Aangedikte verhalen vertellen over zijn wederwaardigheden in landen vol armoede, honger en gevaarlijke situaties hielp bovendien om vrouwen te versieren.

Wie goed naar Kapuscinski had geluisterd, hoeft overigens niet verrast te zijn. Hij geloofde niet in objectiviteit, liet de sterreporter meermaals weten. Formele objectiviteit kon in oorlogssituaties zelfs misleidende informatie opleveren. Groten als George Orwell en Gabriel García Márquez bedreven ook 'journalistiek met een intentie': zij waren werkende weg bezig met de strijd voor een of andere zaak. Kapuscinski wilde de eeuwenlang verachte derde wereld waardigheid teruggeven.

Vereenzelviging met zijn onderwerpen kon ver gaan. Hij kon terugkeren van reizen en min of meer een Boliviaanse guerrillero of een Ethiopische revolutionair zijn geworden. "Ooit kwam hij als 'moslim' terug", herinnert een Poolse collega-journaliste zich. "Hij dronk geen wijn en at geen varkensvlees meer. Wanneer hij echter begon te schrijven, voltrok zich de scheiding tussen de auteur en de beschreven wereld."

De biografie van Kapuscinski heeft bij het verschijnen in Polen in 2010 veel stof doen opwaaien. Zijn weduwe probeerde publicatie te voorkomen vanwege de vermeende 'scandaleuze inhoud'. Ze vond geen gehoor bij de rechter.

Domoslawski, journalist bij de krant Gazeta Wyborcza, pleegt een beetje vadermoord met de biografie. Hij leerde het vak voor een belangrijk deel van zijn roemruchte landgenoot en raakte later met hem bevriend.

Domoslawski had geen zin om zich daardoor te laten afremmen. Toch maakt hij zich niet schuldig aan keiharde debunking. Zijn portret van Kapuscinski is gelaagd, met empathie voor de hoofdpersoon, vol begrip voor de complexiteit van de tijd en omstandigheden.

Domoslawski vond waarschijnlijk dat een biografie van Kapuscinski geen rechttoe rechtaan levensbeschrijving mocht zijn. Dus speelt hij nadrukkelijk met de vorm. Net als zijn hoofdpersoon vergroot hij details uit en ruimt hij plaats in voor eigen beleving. De lezer krijgt het verhaal bovendien behoorlijk fragmentarisch opgediend.

Het is een te rechtvaardigen keuze van de schrijver, maar het werkt niet altijd even verhelderend. De biograaf had wat vaker de chronologie in het leven van zijn held zichtbaar mogen maken. Een opsomming met hoogte- en dieptepunten gekoppeld aan jaartallen achterin had al veel geholpen.

De biografie haalt meer overhoop dan alleen een flexibele omgang met de waarheid. Domoslawski staat ook stil bij de nogal slordige behandeling van echtgenote en dochter, terwijl Kapuscinski wel de tijd nam voor andere vrouwen.

De biograaf reconstrueert ook diens opstelling ten opzichte van de politieke werkelijkheid in Polen. De geroemde journalist blijkt ongeveer alle mogelijke stadia te hebben doorlopen: van bloedfanatieke stalinist, trouw lid van de Communistische Partij tot hervormingsgezinde en teleurgestelde opzegger. Soms nam hij zo'n stap uit overtuiging, dan weer uit pragmatisme of berekening. Zelfs de geheime diensten voorzag hij een tijd lang van informatie.

Eén ding blijft ook na het lezen van deze biografie boven elke twijfel verheven: Kapuscinski's engagement met de derde wereld was oprecht. Idealistisch, emotioneel betrokken en soms wat lichtgelovig tekende hij zijn verhalen op. Een soort heilig vuur dreef hem voort. Misschien is dat ook wel wat al die bewonderende lezers voelden en voelen.

Artur Domoslawski: Kapuscinski: Non-fictie. Biografie van een legendarische journalist. Vertaald uit het Pools door Greet Pauwelijn. De Geus, Breda; 626 blz. € 29,95

Ryszard Kapuscinski in 1986, op een onbekende locatie in Polen .

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden