Gedreven door een vermoorde liefde

Mirjam Ohringer 1924-2016

De grote liefde van haar meisjesjaren is ze nooit vergeten. Ook al had ze hem maar kort gekend voordat hij werd vermoord, ze koesterde levenslang zijn nagedachtenis. Haar gevoelens voor hem bleven zo hevig dat ze zich, kort voor haar dood, afvroeg of het misschien te veel was geweest. Had die liefde een rol gespeeld bij de mislukking van haar latere huwelijken? Ze had geen antwoord op die vraag.

Of ze echt verkering met elkaar hebben gehad gedurende de twee maanden dat ze met elkaar omgingen in 1941, is niet meer te achterhalen. Zij had foto's van hem, maar er is geen foto bekend van hun samen: een 16-jarig Joods meisje in Amsterdam en een 24-jarige uit Duitsland gevluchte Joodse communist. Misschien was het destijds in de bezettingsjaren maar beter om geen bewijsstukken van zo'n romance te laten maken.

Mirjam Ohringer was als meisje al op haar hoede. Ze was het enige kind van een Joods paar uit het betwiste Galicië, tussen Polen en Oekraïne. Haar vader hoopte in Nederland een betere toekomst te vinden. Op het station in Amsterdam vroeg hij de weg naar een synagoge en daar vond hij hulp om zich te vestigen. Later kwam ook zijn verloofde onaangekondigd naar Amsterdam; ze trouwden in 1924, vijf weken voordat Mirjam werd geboren.

Haar vader handelde in stoffen. Hij begon met het opkopen van afsnijsel van kleermakers voor de verwerking tot poetsdoeken, later dreef hij een groothandel in stoffen met een pakhuis aan de Brouwersgracht. In Galicië had hij diepe armoede gekend en hij had zijn hoop gevestigd op het socialisme. Mirjam leerde al op haar zesde 'De Internationale' te zingen in het Jiddisch, de taal die ze thuis spraken.

Hun joodse geloof verpieterde in de loop der jaren, maar de Joodse tradities hielden ze in ere. Mirjam zei dan ook dat ze was opgegroeid met Marx en Mozes. Dat vond ze geen tegenstelling, want vechten tegen onrecht is ook een Joods principe. Nadat Hitler aan de macht was gekomen in Duitsland, hielp Mirjam haar vader met geld inzamelen voor vluchtelingen. Ze moesten oppassen, want als hun hulp aan illegalen zou worden ontdekt, zouden ze zelf ook over de grens worden gezet.

Haar ouders hadden geen gelukkig huwelijk en haar moeder vertrok, zwanger van haar tweede kind, naar Parijs, waar ze altijd zou blijven. De 9-jarige Mirjam bleef in Amsterdam, ondergebracht bij tien verschillende families tot de inval van de Duitsers. Haar vader kwam haar wel dagelijks opzoeken en stimuleerde haar om goed te leren. Zo kwam ze op het Barlaeus Gymnasium.

Illegale krant

Bij haar vader thuis stond een stencilmachine, bedekt met dekens en schuimrubber om het geluid te smoren. Daarop zijn in december 1940 de eerste exemplaren van de illegale communistische partijkrant De Waarheid gedrukt, en ook een oproep voor de Februaristaking van 1941.

Mirjam was vijftien toen ze op een oudejaarsfeest op slag verliefd werd op de acht jaar oudere vluchteling Ernst Prager. Hij had in een werkdorp voor Joodse vluchtelingen in de pas drooggelegde Wieringermeer gezeten, maar de Duitse bezetters hadden dat gesloten. In Amsterdam vond hij onderdak. Van zijn ontmoeting met Mirjam kon hij zich niets herinneren toen zij hem anderhalf jaar later op straat tegenkwam en aansprak. Daarna zagen ze elkaar vaker.

In juni 1941 werd Ernst met driehonderd andere jonge Joden opgepakt als wraak voor een aanslag op Duitse officieren. Via een kamp in Schoorl kwam hij in concentratiekamp Mauthausen terecht. In oktober hoorde Mirjam dat hij daar was vermoord.

Als Joodse was ze gedwongen overgeplaatst naar het Joods Lyceum. En ze was koerierster voor het verzet. Toen haar vader onderdook, verbleef ze her en der in de stad. In november 1942 dook ze zelf onder bij een bakker in Oudkarspel, tussen Alkmaar en Schagen, voor dertien gulden per week. Daar hoorde ze dat haar vader was opgepakt. Maar vlak voordat hij op transport naar een kamp zou gaan, wist hij te ontsnappen uit de Hollandsche Schouwburg, het verzamelpunt in Amsterdam.

In juni 1944 was hij bang dat Mirjam in Noord-Holland in de gevarenzone zou zitten als geallieerden daar zouden aanlanden. Dus haalde hij haar terug naar Amsterdam onder de naam Wientje van Ruijven. Dat was een gevaarlijke naam. Bij een aanslag op het bevolkingsregister waren de namen met een R ongeschonden gebleven, dus werd haar persoonsbewijs opnieuw vervalst zodat ze Van Duijven heette.

Na de bevrijding kreeg ze met haar vader een bovenwoning in de Amsterdamse Rivierenbuurt. Bij de communistische jeugdbeweging leerde ze Maup Brandon kennen, een afstammeling van Portugese Joden. Ze trouwden in 1947. Met zijn communistische achtergrond kon hij geen goede baan vinden en ze vertrokken naar Parijs, waar Mirjam eindelijk haar moeder weer zag. Ze bleven er twee jaar. Toen Mirjam zwanger werd, gingen ze terug naar Amsterdam waar een dochter werd geboren. Daarna kwamen er nog twee jongens.

Ze vond kinderen belangrijk. Dat was haar overwinning op het nazisme en de Jodenvervolging.

Financieel zaten ze krap en Mirjam, die geen diploma's had, kon alleen werk vinden als verkoopster bij De Bijenkorf. In haar vrije tijd volgde ze cursussen handelscorrespondentie Duits en Frans. Daarmee kwam ze op de administratie van het warenhuis.

Ze had het niet zien aankomen dat haar huwelijk strandde in 1960. Daar was ze ontdaan van. Vier jaar later waagde ze een nieuw huwelijk met een onderwijzer op de school van haar kinderen, Ben Jolie. Met zijn uitbundige persoonlijkheid was hij zijn naam getrouw. Met hem kreeg ze nog een zoon. Ook dit huwelijk hield geen stand. Haar man verliet haar in 1976. Ze besloot op zichzelf te blijven. Drie kinderen waren al de deur uit en ze had meer tijd.

Voor een expositie in Amstelveen over het Berlijnse concentratiekamp Sachsenhausen werd ze gevraagd om scholieren rond te leiden. Dat ging haar goed af. Haar kennis en vertelkunst sloegen aan. Ze stortte zich helemaal in het circuit van oorlogsherdenkingen.

Charme en humor

Haar jeugdliefde voor Ernst dreef haar voort. Ze was mede-oprichter van de Vriendenkring Mauthausen, het kamp waar hij was vermoord. Ook bewerkstelligde ze dat er een Nederlands monument in dat kamp kwam. Het vrij onbekende doorgangskamp in Schoorl haalde ze uit de vergetelheid.

Ze hield inleidingen op scholen, bij tentoonstellingen, overal waar ze haar vroegen. Haar geheugen leek feilloos. Ze paarde een sterke wil aan charme en humor, zo kreeg ze veel voor elkaar. 's Zomers was ze steevast een paar dagen in Dachau, waar jongeren uit de hele wereld bij elkaar komen.

Toch was ze in kringen van het voormalig verzet enigszins omstreden, want ze bleef trouw aan de communistische partij. Ze had geen politieke functies, maar CPN-leider Paul de Groot, die eigenlijk Saul heette, kwam weleens op bezoek. Voor haar was de partij vooral antifascistisch. Dat was haar missie, haar levenswerk. Ze bleef lid tot de partij in 1991 opging in GroenLinks.

De familie van haar ouders in Midden-Europa was door de nazi's uitgemoord, op een oom na. Die was na de oorlog gevangengezet in de Sovjet-Unie. Mirjam erkende dat de Sovjet-Unie ook Joden vervolgde. Dat vond ze pijnlijk, maar trouw aan het ideaal was toch belangrijker.

Mirjam bleef altijd wonen op het adres van haar vader (gestorven in 1995) in de Rivierenbuurt, alleen ging ze na haar tachtigste van de tweede verdieping naar de begane grond. Ze kookte graag en goed, het liefst Frans of Jiddisch, van soufflé tot strudel. Op haar verjaardagen verzamelde ze haar vier kinderen, acht kleinkinderen en elf achterkleinkinderen aan een grote tafel vol eten.

Toen een zesjarige kleinzoon vertelde dat hij een nieuw soort concentratiekamp had ontworpen, helemaal rond zodat er maar één wachttoren nodig was, kon ook zij daar om lachen.

Haar gezondheid was altijd wat zorgelijk. Ze had al jong reumatische pijn en ze droeg soms ook 's avonds een zonnebril voor haar gevoelige ogen. "Zolang mijn kop werkt, sleep ik dat lijf wel mee", zei ze.

In april wilde dat lijf niet meer. Ze kreeg allerlei kwalen. Toen ze begreep dat het afgelopen was, blikte ze terug op haar leven. Dat was mooi en vol geweest, vond ze. "Ik hoef me nergens voor te schamen."

Mirjam Ohringer werd geboren op 26 oktober 1924 in Amsterdam. Daar stierf ze op 29 mei 2016.

Toen ze kinderen kreeg, was dat haar overwinning op het nazisme en de Jodenvervolging.

Als hun hulp aan illegalen werd ontdekt, zouden ze zelf ook over de grens worden gezet

Mirjam Ohringer als 14-jarige en op haar 90ste verjaardag.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden