Gedragen door publiek naar hét hoogtepunt

In ju-jitsu is slaan en schoppen toegestaan, maar draait alles om zelfbeheersing. Rob Haans (32), die zaterdag wereldkampioen werd in Rotterdam, heeft in zijn leven veel aan de sport te danken.

De taferelen op de matten in het Rotterdamse Topsportcentrum ogen uiterst agressief. In tegenstelling tot judo is slaan en schoppen in ju-jitsu geoorloofd en eigenlijk verplicht. De schijn bedriegt, zegt Rob Haans. Alles draait om beheersing. „Het is een jurysport en daarom moet alles wat je doet energie uitstralen. Maar wie te hard slaat of schopt krijgt strafpunten. Een bloedneus van de tegenstander kost straf. Alles doe je gecontroleerd en met respect voor elkaar”, vertelt Haans. „Het is geen sport voor vechtersbazen. Ik heb in mijn leven nog nooit gevochten.”

Voor het eerst in de historie werd het WK in Nederland gehouden. Nederland heeft mede aan de basis gestaan van de ontwikkeling van ju-jitsu als sport. Voor de van oorsprong Aziatische verdedigingskunst is vanaf de jaren zeventig een systeem ontwikkeld als wedstrijdsport. Dat dit vooral beperkt is gebleven tot Europa bleek uit de nationaliteiten op de erepodia in Rotterdam. Van de dertig landen grossierde Frankrijk in eremetaal. Nederland eindigde als tweede in de medaillespiegel met drie titels, twee zilveren en drie bronzen plakken.

Ju-jitsu, dat in Nederland slechts 6.000 beoefenaren kent, is een mengvorm van judo, karate en worstelen. Uit die sporten komen ook de meeste ju-jitsuka’s voort. Zwaargewicht Remco Pardoel, die gisteren niet meer om het brons kon strijden vanwege een gebroken teen, komt zelfs uit het freefighten. Haans was judoka tot hij als Cios-student in aanraking kwam met ju-jitsu. Hij werd opvallend snel een wereldtopper. In 1999 won hij het EK, in 2000 het WK en in 2001 veroverde hij het goud op de World Games, de Spelen voor niet-olympische sporten. Haans dacht dat daarmee zijn carrière was voltooid.

„Ik stopte en werd vader van een fantastische tweeling. Mijn vrouw is Deens en heb ik via de sport leren kennen. Zij begon in 2003 toch weer met ju-jitsu. Bij mij begon het nog niet te kriebelen. Tot ik in 2004 bij het WK was in Madrid en hoorde dat het volgende WK in Rotterdam echt heel gaaf zou worden. Die buitenlanders vertelden mij hoe speciaal het was om in eigen land te vechten.”

Hij begon, tien kilo zwaarder, weer met trainen, naast zijn gewone werk. Haans woont in het Zweedse Malmö maar werkt in Denemarken als gymleraar. In zijn lessen wordt regelmatig aan ju-jitsu gedaan. „Kinderen krijgen door een vechtsport een andere houding tegenover fysiek contact. Soms zie je op de speelplaats een kind een ander een duw geven. Sommigen worden boos en slaan terug, maar je kunt ook beheerst reageren. In ju-jitsu weet je dat je een ander pijn kunt doen en juist daarom ga je heel anders met geweld om. Je komt constant in conflictsituaties en dan is het de kunst om rustig te blijven.”

Haans mag ju-jitsu dan ’een mentaal spelletje’ noemen, fysiek kostte het hem veel moeite om weer terug te komen. Hij had dit jaar last van blessures. Langzaam kwam de oude vorm echter terug. In een hogere gewichtsklasse (-94) dan voorheen (-85) begon hij aan het WK. Het mondde zaterdag in een sfeervol Topsportcentrum uit in het hoogtepunt van zijn loopbaan. In een bloedstollende finale versloeg hij de Pool Tomasz Szewczak. „Ik werd gedragen door het publiek, het toernooi, de sfeer. Dit is mooier dan het winnen van de World Games. Dit gevoel valt niet meer te overtreffen.” En daarom stopt hij, waarschijnlijk, voorgoed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden