Gedoetjes van kleine mensjes

Dans

Walerski/Kylián/Inger Nederlands Dans Theater 1 ¿¿¿

Het hart van het programma van Nederlands Dans Theater (NDT) bestaat uit twee oude werken van de voormalige artistiek leider en 'vader' van het gezelschap Jirí Kylián: het zinsbegoochelende 'Sweet Dreams' uit 1990 en het mannenstuk 'Sarabande' op een elektronische Bach-bewerking uit datzelfde jaar. Twee choreografieën uit Kyliáns zwart-witte periode, refererend aan de aankleding, maar ook aan de inhoud: de balletten verkennen de ruimte tussen licht en donker om tot (spirituele) groei te komen.

Dat is natuurlijk een kenmerk van alle grote kunst, maar de manier waarop Kylián dat doet is magistraal: een perfecte en steeds weer verrassende 'synthese' van beweging, vormgeving en thematiek.

Ook al is de dansmeester sinds 1999 weg als leider bij NDT, zijn invloed is er nog altijd merkbaar. Kyliáns erfenis is evident bij Medhi Walerski, NDT-danser en een van de meest veelbelovende jonge choreografen van dit moment. Zijn 'Chamber' is een spannende reflectie op Stravinsky's klassieker 'Le Sacre du Printemps', in een bewerking van componist Joby Talbot. Door orde aan chaos en het (groeps-)rituele aan het individuele te relateren, zegt Walerski iets wezenlijks over de gejaagdheid van het moderne bestaan. Met een uitstekend oog voor ruimtelijkheid beeldhouwt de choreograaf schijnbaar moeiteloos unisono slagordes, of juist wild uiteenspattende rondedansen, met emotioneel geladen duetten als stevige ankerpunten. Een blijvertje, die Walerski.

Choreograaf Johan Inger gaat voor grilligheid in 'Sunset Logic', een feest der herkenning voor degenen die in de jaren tachtig nachtenlang swingden op het album van new-waveband Talking Heads 'Stop making sense'. De vraagtekens die zanger David Byrne in zijn songteksten zet bij het westerse burgermansfatsoen, verklankt Inger met zijn grotesk aangezette danstaal in de dansers. Een op één hak strompelende platinablonde diva jaagt de dansers aan, als metafoor voor dromen die ooit goudomrand waren, maar nu zijn gestrand. We zien een soort voorland daartoe: plastic lulligheid van 'kleine mensjes' die met al hun gedoetjes treffend, en soms ook aandoenlijk worden gekarakteriseerd.

De opvolging van Byrnes muzieknummers leidt onvermijdelijk tot een onstabiele dramaturgie. De veelheid aan associaties en ideeën en onnodigheden als plotseling versamplede muziek, maken deze 'Sunset Logic' ook wat troebel. Te weinig 'synthese' zou je kunnen zeggen, vooral al je net twee stukken van Jirí Kylián hebt gezien.

Sander Hiskemuller

Klassiek

Amsterdamse Cello Biënnale Nederlands Philharmonisch Orkest ¿¿¿¿

Voor wie het nog niet wist: er is een feestje gaande in het Muziekgebouw aan 't IJ. Tal van cellisten uit de hele wereld lopen er deze week in en uit om hun bijdrage te leveren aan de vierde editie van de Amsterdamse Cello Biënnale.

Een heus cellofeest, met alles erop en eraan: 's morgens een solosuite van Bach en een verse croissant, masterclasses, recitals en iedere avond een stevig concert. Ook staan er elf wereldpremières op de lessenaars. En niet te vergeten: vast onderdeel van het festival is het Nationaal Cello Concours, waarin jong talent strijdt om het prijzengeld.

Deze Biënnale heeft een oosterse tint. De Chinese componist Tan Dun (1957) is aangetrokken als artist in residence en dirigeert eigen werk. Meer musici uit die hoek zullen hun opwachting maken, zoals Du Wei, die mede op verzoek van de Biënnale een nieuw werk schreef.

Tijdens het openingconcert stond Tan Dun - gesteven witte boord en kaarsrechte rug - op de bok voor 'Four secret roads of Marco Polo'. Zijn krachtige slag wees twaalf cellisten plus het Nederlands Philharmonisch Orkest de weg in exotische glissando's, een collectieve ademtocht en ritmische percussie. Het resultaat was een dynamisch geserveerd fantasie-idioom.

Beetje tamme binnenkomer vormde Tsjaikovski's 'Pezzo capriccioso' door Andreas Brantelid (1987) en het orkest onder de baton van Otto Tausk. De jonge Deense cellist produceert een fraaie toon die net om een paar gram meer spanning vraagt. Flitsender ging het eraan toe in de 'Tweede suite voor orkest' van Stravinsky, een eigenwijze partituur, fit gespeeld.

Het neusje van de zalm was het optreden van Truls Mørk met het 'Eerste celloconcert' van Sjostakovitsj. Handelsmerk van de Fin: maat houden en toch het volle pond geven, controle en toch een klank met fikse kern. Je zult maar zó'n speeltechniek hebben dat iedere noot, ook de allersnelste, perfect hoorbaar is. Mørk verblufte met volstrekt onopgesmukte cantilenes en dramatische streken en had de orkestleden als fijngevoelige partners achter zich.

Frederike Berntsen

Amsterdamse Cello Biënnale: t/m 3 november. Info: www.amsterdamsecellobiennale.nl

Dans

Zonnekoningen Internationaal Danstheater ¿

Op papier oogt de vergelijking tussen Lodewijk XIV en de Afrikaanse Ashantileider Osei Tutu al enigszins geforceerd: allebei zijn ze koning aan het begin van de achttiende eeuw en allebei hebben ze 'iets met goud'. Maar ook wel interessant: hoe gaat de verfijnde, tot in detail met hofetiquette vastgelegde hofdans in confrontatie met de ritualistische, tranceachtige dansbeleving van het Ashantivolk uit Ghana?

Jan Linkens van Internationaal Danstheater (IDT), gespecialiseerd in werelddans, wilde met 'Zonnekoningen' geen reconstructie van deze danstradities maken. Het ging hem om het samenbrengen van de 'essentie' van twee verschillende dansculturen in de wereld van nu, waarin we 'steeds op zoek zijn naar nieuwe vormen om uiting te geven aan emotie en communicatie'.

Toch zijn die culturele 'essenties' grotendeels als losse delen achter elkaar gezet, met een flinterdun verbindend lijntje. Het ene na het andere cliché passeert de revue. Globaal komt het erop neer dat barokdans wuft is en Afrikaanse dans intens. Het Afrikaanse deel is best aangenaam, dankzij de ritmes die de steengoede percussionisten uit hun trommels toveren. Maar het Franse barokdeel, en vooral de afsluiter waarin de 'essenties' elkaar treffen in een soort passenpotpourri, is zeer onder de maat. In dansland Nederland geldt er een hoge kwalitatieve standaard, en die wordt hier niet gehaald.

Inhoudelijk roept voorstelling vooral verbazing op. Niets zet aan tot verder denken dan de neus lang is. Als 'Zonnekoningen' al iets zegt over de wereld van nu, dan is het dat die zo plat is als een dubbeltje.

Sander Hiskemuller

Pop

Mika ¿¿¿

Mika kennen we als die vrolijke spring-in-'t-veld die zo aanstekelijk kan zingen over dikke meisjes ('Big girl') en de liefde ('Love today'). En dat het liefst in bruisende, carnaval-achtige songs en dito live-optredens. Die aanpak heeft de Brit tot op heden een grote mate van commercieel succes gebracht. Tegelijkertijd heeft het imago van de zoon van een Libanese moeder en een Amerikaanse vader wel een beperkte houdbaarheid. Je kunt immers niet altijd de rol van het lolligste jongetje van de klas blijven spelen.

Het zal derhalve geen toeval zijn dat Mika (29) voor zijn derde cd een voorzichtige koerswijziging inzette. 'The origin of love', waar grote namen als Pharrell Williams, William Orbit en Benny Benassi aan meewerkten, klinkt volwassener dan Mika's eerdere cd's. Vooral het feit dat de songs minder werden volgepropt met muzikale invallen en ideetjes leverde hem voor het eerst ook gunstige kritieken van de serieuze muziekpers op. Want naast de gebruikelijke feestnummers bevat het album ook meer doordachte popsongs, die laten horen dat Mika meer in zijn mars heeft dan alleen de hoogste feestversnelling.

Een goede illustratie van de nieuwe aanpak was bij het optreden afgelopen zaterdag in Amsterdam het nummer 'Underwater', dat begon met een fraai Adele-achtig piano-intro en uitmondde in een perfecte popsong die niet zou misstaan in het oeuvre van Robbie Williams. Prettige bijkomstigheid in een uitverkocht Paradiso was dat de zanger zijn falsetstem minder inzette. Mika heeft namelijk niet alleen niet zo'n goede falset als hij zelf misschien denkt, het veelvuldig gebruik ervan geeft zijn songs bovendien een behoorlijk nerveuze ondertoon.

Maar naar goed Mika-gebruik moest er natuurlijk ook gewoon flink gefeest worden bij het eerste optreden van het Europese deel van de tour. De fans hadden er in elk geval zin in en hadden glitterconfettie en cheerleader-pompons meegenomen. Intussen liet Mika zelf nog eens zien dat hij een geboren entertainer is, die alle live-trucs beheerst. Dansend op zijn met gebroken glas beklede piano of rollend over het podium met de leden van een Amsterdams gastkoor wist hij bij hits als 'Relax, take it easy' en 'Elle me dit' het publiek in een dansende meute te veranderen. En tegen de tijd dat toegift 'We are golden' door de zaal denderde, waren er louter lachende gezichten te zien.

Saskia Bosch

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden