Gedichten in gebarentaal

Onderzoekers van de Radboud Universiteit Nijmegen hebben een verzameling gemaakt van de Nederlandse gebarentaal. Niet eerder waren zoveel doven ’aan het woord’.

Dichter Wim Emmerik draagt vanavond in het Nijmeegse Lux voor uit eigen werk. Ook brengt hij een vertaling van een gedicht van Simon Vinkenoog. In gebarentaal. Zijn taal. Want Emmerik (68) is doof. Hij treedt op tijdens de tweede Researches’ Night van de Radboud Universiteit, waarop taalwetenschappers inkijk geven in hun onderzoek. Naast wartaal, straattaal, brabbeltaal en taalverloedering speelt gebarentaal vanavond een grote rol. Als eerste universiteit in Europa heeft de Radboud een corpus van gebarentaal aangelegd, die gisteren is gepresenteerd en voor iedereen opengesteld.

Een corpus is een verzameling uitingen van een levende taal. Geen woordenboek, maar opnamen van gesproken woord of, in dit geval, gebaren. De Nijmeegse verzameling bestaat uit 2300 filmpjes, samen 72 uur, waarop 92 Nederlanders van 20 tot 80 jaar verhalen, anekdotes en fabels vertellen in gebarentaal.

„Het echte werk begint nu pas”, lacht taalwetenschapper Onno Crasborn. „We hebben nu een databank om goed onderzoek te doen, bijvoorbeeld naar de betekenis van mimiek of het gebruik van de handen. Bij gebarentaal doen de handen meerdere dingen tegelijk en dan spelen het gezicht en de stand van het lichaam nog een rol. Bij gesproken taal sluit de uitdrukking op het gezicht meestal aan op de woorden, anders is het heel verwarrend. Maar bij gebarentaal vertellen meerdere uitdrukkingen juist een coherent verhaal.”

In Nederland ’spreken’ naar schatting 5000 doven en slechthorenden gebarentaal. Drie keer zoveel anderen, meestal familie of vrienden, leerden het als tweede taal. De verzameling kan zulke mensen helpen, denkt Crasborn. „Als je een doof kind krijgt, wil je als ouder zo snel mogelijk gebarentaal leren. Maar veel is er niet beschikbaar. Wie snel Spaans wil leren, zet een schotel op het dak en stemt af op Spaanstalige tv, maar voor gebarentaal kan dat niet.”

Maar gebarentaal lijkt achterhaald door de ontwikkeling van cochleaire implantaten, die geluid omzetten in elektrische impulsen op de gehoorzenuw. Australische onderzoekers voorspellen dat speciaal dovenonderwijs over 25 jaar is uitgestorven.

Crasborn ziet juist nieuwe mogelijkheden voor gebarentaal. „De ontwikkeling van gebarentaal gaat in golfbewegingen. Ouderen, zoals Wim Emmerik, moesten vroeger op hun handen zitten omdat het hun werd verboden met gebaren te praten. De jongeren die nu gebarentaal als moedertaal leren, zijn ontzettend snel. Dankzij YouTube, laptops met camera en pc’s die genoeg vermogen hebben om video af te spelen, kunnen doven veel gemakkelijker met elkaar praten dan voorheen.”

„We hebben pas een jaar of tien dove leerkrachten, maar het aantal leerlingen neemt af door die implantaten. Daarmee blijf je slechthorend, terwijl je met gebarentaal optimaal kunt communiceren, want het is een echte taal. Jammer dat de overheid dat nog niet zo ziet. Die zorgt wel voor goede voorzieningen, zoals een rugzakje waarmee een leerling zijn eigen tolk kan betalen. Maar zonder erkenning raakt de gebarentaal niet verweven met de samenleving. Dan blijven ouders twijfelen of ze die taal moeten leren en is een tolk een lastig mannetje in plaats van iemand die zorgt dat ook doven en slechthorenden een avond kunnen bijwonen.”

Meer informatie: www.ru.nl/corpusngt.

Het gebaar voor ontmoeten (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden