Gedempt enthousiasme aan vooravond van Tsjaad-missie

Mariniers zijn ’helemaal klaar’ voor de missie in Tsjaad. Defensie schat de risico’s voor de verkenningseenheid in als ’beperkt’.

Al te opgetogen mogen de mariniers niet overkomen. Dat staat niet professioneel. Maar ze maken er geen geheim van dat ze blij zijn weer op missie te kunnen. „De paardjes gaan de stal uit. Dat is een motivator”, stelt luitenant-kolonel Frank van Sprang, commandant van 1 Mariniersbataljon glimlachend vast.

Twee Viking-rupsvoertuigen ploegen door het mulle zand van een oefenterrein bij het Brabantse Budel. In het Afrikaanse Tsjaad zal het vooral modder zijn waar ze doorheen moeten. In juni, als de verkenningseenheid van 58 mariniers naar Tsjaad is overgevlogen, begint de regentijd. Daar zullen de mariniers vooralsnog meer last van hebben dan van de rebellen die de regering-Déby bevechten. „We gaan niet naar Tsjaad om te vechten of de rebellen uit te schakelen”, heet het. Een ervaren sergeant bromt dat ’je het niet spannender moet maken dan het is’.

De Nederlandse bijdrage aan de Eufor-missie in Tsjaad is getalsmatig bescheiden, maar het verkenningswerk is wel belangrijk voor het Ierse bataljon waarvan de mariniers deel gaan uitmaken. Met negen rupsvoertuigen en zonodig te voet worden in de buurt van de plaats Goz Beida verkenningen uitgevoerd, zodat het bataljon tijdig op de hoogte is van eventuele onraad. Het bataljon moet in het midden van Tsjaad vluchtelingen en ontheemden beschermen.

De mariniers hebben niet direct met deze groepen te maken, maar hopen toch ’wat voor de plaatselijke bevolking te kunnen doen’. Korporaal-gewondenverzorger ’AJ’ Huisman: „In het noorden van Afghanistan hebben we voor de lokale bevolking wel het een en ander kunnen doen, bijvoorbeeld na ongevallen. Die hulp wordt erg gewaardeerd.”

Behalve de regen kunnen ook lokale criminelen (bandits) problemen veroorzaken. Vanwege de regentijd is er minder werk en daarom zoeken seizoensarbeiders naar andere inkomstenbronnen, zoals het beroven van westerse hulpverleners. Daar moet de VN-politie in de vluchtelingenkampen tegen optreden.

Het Eufor-bataljon komt pas in actie als rebellen zich tegen vluchtelingen en ontheemden keren. Plannenmaker kapitein-ter-zee Rob Bauer: „In een noodsituatie kunnen we zonodig met geweld optreden.” De verkenningseenheid moet zo ongezien mogelijk werken, maar het is volgens Bauer ’helemaal niet erg’ als rebellen de mariniers zien. „Dan trekken ze met een grote boog om het vluchtelingenkamp heen en is ons doel ook bereikt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden