Gebruiksvriendelijk kunstgras Tapijtbedrijf zoekt oplossing voor pijnlijke kant van sporten op nylon

GENEMUIDEN - “Een goede manager neemt mensen in dienst die qua potentie boven hemzelf uitsteken”, luidt de spreuk op een wandbord dat hij onlangs cadeau kreeg. “En daar ben ik het helemaal mee eens”, zegt Karst de Lange, commercieel directeur van Edel Tapijt in Genemuiden. “Wij zijn een familiebedrijf, maar voor mij persoonlijk is het geen must dat de onderneming tot in de lengte van dagen wordt geleid door een De Lange. Het belang van het bedrijf dient voorop te staan.”

Dat klinkt opmerkelijk uit de mond van een telg uit een Genemuider tapijtgeslacht. Edel Tapijt, dat eigendom is van zeven neven De Lange die allemaal in het bedrijf werken, vierde afgelopen weekeinde officieel het 75-jarig bestaan. Het 230 medewerkers tellende Genemuider bedrijf bezet met een omzet van 85 miljoen gulden na Forbo (met als bekende merken Parade en Bonaparte) en Desso de derde plaats op de Nederlandse tapijtmarkt.

“Forbo is in Zwitserse handen en Desso is Duits eigendom. Edel Taptijt is 100 procent Nederlands en daar zijn we trots op”, aldus De Lange, die plaatselijk bekend staat als 'Karst van Dirk'.

De toevoeging 'Van Dirk' is noodzaak om misverstanden te voorkomen. Karst de Lange voert de directie over Edel Tapijt namelijk samen met zijn neef die ook Karst heet. Deze Karst is een zoon van Egbert en heet derhalve 'Karst van Egbert'. Karst van Dirk is aan de vooravond van de jubileumviering goed gemutst. De jaarlijkse beurs Interdecor in Utrecht is pas achter de rug en de daar geboekte verkoopresultaten fungeren doorgaans als graadmeter voor wat tapijtfabrikanten te verwachten hebben. “Het lijkt er op dat het publiek weer durft te kopen”, analyseert De Lange. “Vloerbedekking is typisch een produkt waarvan de consument in tijden van onzekerheid de vervanging voor zich uitschuift. Ook van collega's hoor ik positieve geluiden over de beurs. Dat geeft de burger moed.”

Tapijtstad

De Lange treft een deel van zijn collega's c.q. concurrenten vrijwel dagelijks. Met twaalf tapijtfabrieken op een populatie van amper 8000 inwoners, is Genemuiden de tapijtstad van Nederland. Van de 3300 Nederlanders die hun brood in de tapijtindustrie verdienen, werkt bijna een derde deel in het op 20 kilometer van Zwolle gelegen tapijtstadje. De branche kan een zetje in de rug goed gebruiken, want de marges staan volgens De Lange behoorlijk onder druk.

“Het is knokken voor het behoud van marktaandeel en dat gaat ten koste van de marges. Daar komt nog eens bij dat we veel last hebben van de devaluatie van het Britse pond. Een kwart van onze produktie gaat naar Engeland en daar hebben we de prijzen noodgedwongen met twaalf procent moeten verhogen. We draaien positief, maar halen geen rendement van twaalf procent op het geinvesteerde vermogen. En dat zou toch eigenlijk moeten.”

Stille hoop

Bij Edel Tapijt heeft men stille hoop, dat de introduktie van een nieuw soort kunstgras de omzet het komende jaar ophoog zal stuwen. Het in 1987 gestichte dochterbedrijf Edel Grass heeft een nieuw concept ontwikkeld, dat het kunstgrasveld gebruikersvriendelijker moet maken. Een veelgehoorde klacht van sporters is, dat zij brandwonden - ontstaan door het schuren over het nylon - overhouden aan valpartijen op kunstgras. Desso maakte vorig jaar met het nodige klaroengeschal bekend een kunststofmat te hebben ontwikkeld, waarbij kunststofvezels en echte grassprieten als het ware door elkaar heen groeien.

“Het principe van de kunstgrasmat die wij hebben ontwikkeld is hetzelfde als die van Desso - we brengen beiden een vezel van polypropyleen aan de de toplaag van de bodem - maar de wijze waarop we dat doen is totaal verschillend”, licht manager Bas van de Berg van Edel Grass toe. Van de Berg verwacht veel van het nieuwe kunstgrasveld, dat volgende maand wordt gentroduceerd.

“De kosten van kunstgras zijn aanzienlijk gedaald. De eerste velden kostten destijds zes ton. Dit nieuwe kunstgras gaat 25 gulden per vierkante meter kosten. Dan kom je voor een voetbalveld, afhankelijk van de maat, uit op een gemiddelde prijs van 175 000 gulden. Da's ongeveer 75 000 gulden meer dan de aanleg van een voetbalveld met natuurlijk gras kost, maar je hebt dan wel een veld dat je altijd kunt gebruiken.”

Karst de Lange knikt instemmend. “Van kunstgras heb ik weinig verstand”, glimlacht hij, “maar over tapijt mag je me alles vragen.” Over de vraag of tapijt de laatste jaren geen terrein verliest aan meer moderne vloerbekleding als vinyl, kurk, lammet en het klassieke parket, hoeft hij inderdaad niet lang te denken: “Die situatie heeft zich inderdaad voorgedaan, maar stabiliseert zich nu. Zestig procent van de Nederlanders geeft nog steeds de voorkeur aan vloerbedekking in de huiskamer en voor de slaapkamers ligt dat percentage zelfs boven de tachtig procent. Ik pleit al jaren voor een gezamenlijke reclamecampagne van tapijtfabrikanten voor het eigen produkt. Dat is vooralsnog echter een utopie, want een aantal collega's voelt daar niets voor. Die zijn bang voor de concurrentie te adverteren. Wat dat betreft wordt er in onze branche helaas nog weinig vooruitstrevend gedacht.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden