GEBROKEN ASPIRATIES VAN EEN KEIZERLIJKE STAD

O keizerlijke stad Antwerpen groot en rijk, ik geloof nauwelijks dat de zon beschijnt uws gelijk.' Deze trotse regels werden in 1617 geschreven door een Amsterdammer: Gerbrand Adriaanszoon Bredero. Het publiek dat de opvoering van diens toneelstuk 'De Spaanse Brabander' bijwoonde of zijn stuk las, zal gegniffeld hebben.

Antwerpen, groot en rijk? Inderdaad zagen de kerken er zo rond 1620 nog indrukwekkend gestoffeerd uit en stond de stad vol statige gebouwen, zoals Bredero zijn hoofdfiguur Jerolimo, alias de Spaanse Brabander liet zeggen. Maar de rijkdom was aardig getaand vergeleken met zo'n veertig jaar eerder, ongeveer 1575, het tijdstip dat Bredero's komedie zich afspeelt.

De geboren Amsterdammer kon lachen, want in 1621 voelde Amsterdam zich tussen Amstel en IJ als de jonge keizerin van Europa. Hier groeide het centrum van de wereldhandel en van het kapitaal, en was het stadsbestuur druk bezig de middeleeuwse afmetingen in te ruilen voor een grootser stadsplan met nieuwe grachten, 'karcken triumphant en modeste ghebouwen' om Bredero te citeren.

Die rijkdom en macht konden zich ontwikkelen mede door de toestroom van bewoners uit het hertogdom Brabant, ruwweg voor de helft afkomstig uit Antwerpen, en uit het graafschap Vlaanderen (met Gent en Brugge als centra). Rond 1570 telde Antwerpen zo'n 105 000 inwoners en was daarmee na Parijs, de grootste stad in Europa benoorden de Alpen. Amsterdam kwam toen niet verder dan 30 000 inwoners.

Rond 1600 telde de Scheldestad evenwel nog maar 48.000 inwoners, terwijl Amsterdam gestaag groeide en rond 1620 zo'n 100 000 mensen binnen de veste herbergde. Die getallen krijgen gewicht en kleur als we de beroepen lezen van de immigranten: allerlei bewerkers en verwerkers van textielprodukten, diamantbewerkers, goud- en zilversmeden, arbeiders uit de suikerraffinage, onderwijsgevenden, drukkers, kooplieden, scheepslui.

Waarom deze uittocht? In 1585 herstelde Alexander Farnese, hertog van Parma, landvoogd der Nederlanden, in Antwerpen het gezag van de landsheer, Philips, tevens koning van Spanje. Antwerpen was bezuiden de Scheldemond de laatste vesting van de opstandige Nederlanders. Voor Spaans en katholiek moest Staats en protestant wijken. Parma gaf, net als bij zijn eerdere veroveringen, in alle vrede de bewoners de tijd om te kiezen voor de nieuwe situatie of hun zaken rustig af te handelen en te vertrekken.

De uittocht uit Vlaanderen en Brabant kreeg een nog sterkere impuls toen de noordelijke Nederlandse staten, aangevoerd door Holland en Zeeland, de zeeweg, de levensadem van Antwerpen, afsneden bij de overgang van de Schelde-rivier in de Westerschelde. Die barriere hield stand tot de Franse intocht in 1792!

Antwerpen verviel beslist niet tot onbeduidendheid, want de zeventiende eeuw gaf een sterke bloei te zien van de kunsten: Rubens, Van Dijck en Jordaens vormen de absolute top van een enorme hoeveelheid schilders, beeldhouwers en prentmakersuit die periode. Ze zouden zich er nooit hebben kunnen ontplooien zonder passend financieel en cultureel klimaat. Het eerste werd bevorderd door de landsregering in Brussel en het tweede wortelde in het verleden. Maar de aspiraties van de keizerlijke stad als wereldhandelscentrum waren wel gebroken. Daarom gniffelden die Amsterdammers over de grootspraak van Bredero's Jerolimo.

Op zijn beurt was ook Antwerpen omhoog gekomen door de misere elders. De onderlinge strijd tussen de Vlaamse steden in de dertiende en veertiende eeuw, waardoor de Engelse lakenhandel zich verplaatste, de verzanding van de waterwegen naar die steden, de Sint Elisabethsvloed van 1421 die de toegang tot Antwerpen juist verbeterde, de economische voorrechten die de Duitse keizer als heer der Nederlanden aan Antwerpen gaf, de vestiging van joden (rond 1500) die Spanje en Portugal om godsdienstige redenen ontvluchtten en in Antwerpen de diamanthandel versterkten (een invloed die tot op de huidige dag doorwerkt), de specerijhandel die zich ontwikkelde, al die gebeurtenissen maakten Antwerpen tot een wereldstad.

Het geld trok op zijn beurt kunsten en wetenschappen aan, zodat

werpen ook 'de mooiste stad van de wereld' werd. Jerolimo had gelijk. Antwerpen was de culturele hoofdstad van de Nederlanden, de uitgelezen plaats waar in augustus 1561 het grootste cultuurfeest uit die eeuw werd gegeven. Dat was het landjuweel, het laatste in een cyclus van zeven prestigieuze literair-theatrale festivals voor de rederijkerskamers van Brabant.

Aan de horizon van dat feest hingen echter donkere wolken. Niet voor niets had de landsheer Philips via zijn landvoogdes Maria laten weten dat in de spelen en balladen geen verwijzingen of uitlatingen mochten voorkomen betrekking hebbend op de godsdienst, 'oft tenderen tot verachtinge oft disreputatie van Ons ofte ons dieneers ende officiers, regeerders van steden ende andere onse ondersaeten ende particuliere persoonen, noch ooc van den geestelijcken ende weerlijcken staet'.

Dat stond niet voor niets zo gespecificeerd in het koninklijk octrooi. Al sinds 1520 was het land roerig en Antwerpen nam een verdachte positie in. In november 1517, binnen een a twee weken dus, waren intellectuelen en geestelijken al op de hoogte van de beroemd geworden academische stellingen die de Augustijner monnik Martin Luther op 31 oktober op de deur van de universiteitskerk in Wittenberg vastprikte. De snelle overdracht naar Antwerpen was mogelijk doordat de Augustijnen daar ook een klooster hadden, waarvan de prior goede relaties onderhield met de Wittenbergse ordebroeder en theoloog Luther. Een jaar later deden diens geschriften al de ronde in de Scheldestad, en in 1520 kwam de pauselijk nuntius hoogstpersoonlijk een drastische veroordeling uitspreken over de ketterse gedachten. Het hielp niet zo erg want in 1523 werden twee Augustijner monniken uit het Antwerpse klooster naar Brussel afgevoerd en in een voorbeeldstellend proces veroordeeld tot de brandstapel. Hun dood op de Grote Markt te Brussel op 30 juni 1523 markeerde dat een godsdienstige, sociale en politieke omwenteling in gang was gezet die met geen legermacht te stuiten bleek. Luther eerde de twee eerste reformatorische martelaren, Hendrik Voes en Johan Esch, met 'Ein lied von den zween Merterern Christi', wat een populair nummer schijnt geweest te zijn.

In Antwerpen werd er onmiddellijk op gereageerd. Anna Bijns was de naam van de pro-katholieke dichteres die in refreinen, de meest toegepaste dichtvorm van die dagen, haar aanvallen deed op 'een vertwifelt ketter, argher dan een jode, verloochent munck, recht antecrists bode' ('een twijfelachtige ketter, erger dan een jood, een afvallige monnik, volledig de bode van de antichrist').

Tot in onze dagen bekend bleef jaar strofisch gedicht met de refrein-regel 'Noch schijnt Merten van Rossom de beste van tween'. Bijns maakte van de gelijkluidendheid van de voornamen van Luther en van Maarten van Rossom, de aanvoerder van plunderende Gelderse troepen die in 1532 een aanval deden op Antwerpen en zijn rijkdommen, gebruik om deze twee gevreesde heren met elkaar te vergelijken: 'Rossom kwelt het lichaam, Luther heeft de zielen deerlijk vermoord. Er valt dus weinig te kiezen tussen hen beiden, ieder is een boosdoener en een voorkeur is nog niet mijn kleine teen waard, maar omdat Luther de zielen doodt met zijn dwaalleer, lijkt Merten van Rossom nog de beste van de twee.'

Het was door de liberale houding van het stadsbestuur dat de diverse geestelijke en sociale stromingen omwille van de handel en welvaart enige speelruimte gegeven werd, net als in de zeventiende eeuw het Amsterdamse stadsbestuur dat zou doen. Die libertijnse mentaliteit bevorderde ook dat drukkers en boekverkopers zich uitermate prettig voelden in Antwerpen en de stad in de zestiende eeuw als centrum van typografie roem brachten: op de namen van Christoffel Plantijn en Jan Moretus teert het huidige Antwerpen nog steeds. Met de 'val van Antwerpen' werd de vrijheid van het gedachtengoed zo ingesnoerd dat een stroom drukkers noordwaarts trok. Amsterdam profiteerde er het meest van. Bredero merkte het al op: 't Kan verkeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden