Gebroeders Coen tracteren op een spannende hellevaart

In 6 bioscopen.

HANS KROON

een kleine groep filmliefhebbers. Voor 'Barton Fink' regisseerden (Joel) en produceerden (Ethan) drie cult-films waarin beproefde Hollywood-genres tot in het absurde uitgemolken worden: de horror-fantasie 'Blood simple', de kidnap-komedie 'Raising Arizona' en de gangster-pastiche 'Miller's crossing'.

Opvallendste kenmerk van deze drie films was hun technische perfectie. De Coens doordenken hun vormgeving tot in de kleinste details en sparen kosten nog moeite hun - vaak verrassende - visuele vondsten zo fraai mogelijk op te nemen. Naast grenzeloze bewondering oogstten ze hierdoor ook geregeld het verwijt manieristen te zijn.

'Barton Fink', die door de broers samen geschreven, geproduceerd en geregisseerd werd, sluit bijna naadloos aan bij de vorige drie Coens. Het enige verschil is dat deze film zich niet zo makkelijk in verband laat brengen met een beproefd Hollywood-genre. Verder echter ontpoppen de Coens zich ook nu weer als begenadigde visuele goochelaars, die de ene na de andere verassende vondst te voorschijn toveren.

Het uitgangspunt van 'Barton Fink' is Hollywood in de jaren veertig. De losjes op Clifford Odets gebaseerde Barton Fink (John Turturro) is een jong en idealistisch toneelschrijver. Hij wil stukken maken over en voor het gewone volk. In 1941 boekt hij zijn eerste succes op Broadway. Meteen hangt Jack Lipnick, de baas van een Hollywood-studio, aan de telefoon.

Barton krijgt en accepteert een aanbod om het scenario te schrijven van een worstelfilm voor acteur Wallace Beery. Hij neemt zijn intrek in een enorm, naar vergane glorie en verval ruikend armeluis-hotel in een achterafbuurt van Los Angeles. Dagen- en nachtenlang zit hij achter zijn schrijfmachine. Het lukt hem echter niet ook maar een letter op papier te krijgen.

Telkens wordt hij afgeleid door de geheimzinnige en wat ordinaire vertegenwoordiger Charlie Meadows (John Goodman), die de kamer naast de zijne bewoont. Charlie zou, naar hij zelf ook zegt, best een figuur uit een van Bartons stukken kunnen zijn. Verder wordt Barton afgeleid door het behang dat op de onverwachtste momenten van de muren loslaat en door allerlei mysterieuze geluiden die van ergens uit het hotel zijn kamer binnendringen.

Ook buiten het hotel wordt Bartons idealistische schrijverschap zwaar beproefd. De egocentrische en dictatoriale Lipnick stelt eisen die zijn idealen ondermijnen. Hij maakt kennis met de aan William Faulkner verwante auteur W.P. Mayhew (John Mahoney). Die is broodschrijver in Hollywood geworden en wordt door zijn studio in een ijzeren wurggreep gehouden. Van hem krijgt Barton het advies zich zuipend en luierend door het leven te slaan.

Wanneer Barton op de avond voor zijn eerste deadline nog geen letter op papier heeft, roept hij de hulp in van Audrey Taylor (Judy Davis), de vriendin van Mayhew. Zij openbaart hem dat hij zijn idealen aan de kant moet zetten. Ze beweert dat scenario's slechts formules zijn, waarin je je ziel en zaligheid niet hoeft te leggen.

Wanneer Barton, die nog maagd is, met Audrey naar bed gaat, is het alsof hij zijn ziel aan de duivel verkoopt. Vanaf dat moment slaat het kwaad van de onverwachtste kanten toe en dreigt Barton verzwolgen te worden in een woest kolkende maalstroom van duivelse krachten. Hoe dat precies gebeurt dient hier onvermeld te blijven. Het zou voor de toekomstige kijker de verrassing uit de film halen.

Joel en Ethan Coen hebben Bartons hellevaart heel verrassend vormgeven. Ze vertellen geen rechtlijnig verhaal waarin de feiten en gebeurtenissen elkaar logisch opvolgen. Neen, ze kruipen in de belevingswereld van hun zwaar beproefde held. Alles en iedereen in 'Barton Fink' bezien ze door de ogen van de getourmenteerde schrijver; zo wordt zicht- en voelbaar gemaakt wat hij doormaakt.

De immense ontvangsthal van het in ontbinding verkerende hotel en de lange gang voor Bartons kamer transformeren de Coens in hellepoorten. Charlie's sjofel gemeubileerde kamer maken ze door het loslatende behang en de niet te duiden geluiden achter de muren tot een hels oord dat Bartons verwarring voelbaar maakt. Met de vertegenwoordiger Charlie Meadows confronteren de Coens Barton met zijn eigen toneelidealen en met Lipnick en Mayhew met zijn mogelijke voorland.

Ook door hun cameravoering benadrukken de Coens Bartons benarde gemoed. Om zijn gevoel van claustrofobie op te roepen, zoomen ze vaak langzaam in op de muren van de hotelkamer. Om aan te geven dat Barton zijn houvast verliest, tonen ze hem van grote hoogte op zijn bed en laten ze het beeld even kantelen. Bartons writersbloc roepen ze op door met gedurfde camera-bewegingen over zijn schrijfmachine te scheren en over het daarin stekende onbeschreven vel papier.

Met 'Barton Fink' maken de Coens hun reputatie als beeldvirtuozen dus weer volledig waar. Dat ze daar ook nu weer bewondering mee wekken, bleek verleden jaar al in Cannes. Het verwijt dat ze manieristen en formalisten zijn, zal door hun vierde film wel niet verstommen. Zo zeer concentreren de Coens zich ook nu op een fraaie, doeltreffende en verrassende vorm, dat het zicht op de inhoud er danig door verduisterd wordt.

Wat de Coens in 'Barton Fink' nu precies aanpakken, is niet te achterhalen. Presenteren ze een moderne versie van het Faust-verhaal, of van een Middeleeuwse moraliteit? Behandelen ze nu een seksuele, sociale, of artistieke initiatie? Verdiepen ze zich in het kwaad in de wereld, of alleen in Hollywood? Hoewel deze verklaringen elkaar niet hoeven uit te sluiten, krijg je bij de Coens nooit een duidelijk antwoord, omdat de zoveelste briljante visuele vondst of verteltruc alle aandacht opeist en het zicht opent op de zoveelste mogelijke interpretatie.

De inhoudelijke en thematische zwakte van de Coens blijkt ook uit sommige bijfiguren en symbolen. Van de studio-baas Lipnick - ja van het hele studio-systeem - geven ze een wel erg karikaturaal en negatief beeld. Het veelvuldige gebruik van een foto van een 'bathing beauty', die Bartons artistieke idealen moet symboliseren, kan ook alleen maar oppervlakkig genoemd worden.

Wie in 'Barton Fink' naar diepere betekenissen zoekt, vindt door dit alles slechts de dood in de pot. Gelukkig is die pot wel van de allerfraaiste post-moderne snit: zo mooi en ingenieus is hij vormgegeven, dat je er voor de duur van de film niet op uitgekeken en -gepuzzeld raakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden