Gebroeders Coen geven hun wondere wereld op virtuoze wijze vorm 'THE HUDSUCKER PROXY'

Amsterdam-Calypso; Rotterdam-Calypso; Den Haag-Babylon; Groningen-Movies; Utrecht-Rembrandt.

Nadat de gebroeders Joel en Ethan Coen in 1991 de Gouden Palm wonnen voor 'Barton Fink', mochten ze dit jaar het festival openen. Het illustreert hun verbondenheid met Europa. Paradoxaal genoeg zijn hun films, die getuigen van hevige liefde voor de Amerikaanse cinema van weleer, in Europa veel populairder dan in Amerika. De tegendraadse stijl van de cinefiele broers heeft hun meer faam dan geld bezorgd. Hun vier voorgaande films verkregen stuk voor stuk cultstatus.

Met 'The Hudsucker proxy' doen de Coens een gooi naar een breder publiek, zonder overigens hun eigenzinnigheid overboord te zetten. Megaproducent Joel Silver, bekend van het grove actiewerk, verbond zijn naam aan het project en ritselde een budget van 25 miljoen dollar bij elkaar. Daar kun je heel wat bordkarton voor kopen en de broertjes, dol op geknutsel in de studio, hebben er dankbaar gebruik van gemaakt. Alleen al het openingsshot, drie minuten skyline van New York, vergde drie maanden om de maquettes te filmen.

Het resultaat oogt fantastisch. De film speelt in 1958, maar voegt allerlei visuele verwijzingen naar andere periodes samen tot een harmonieus geheel. Centraal staat de architectuur van het grote bedrijfsleven, en groot moet hier letterlijk worden opgevat: wolkenkrabbers met 44 verdiepingen, kantoorruimtes als balzalen, een postkamer als een fabriekshal. Mussolini, Metropolis, Kafka: associëren staat vrij in de wondere wereld van de gebroeders Coen. Het is de wereld van een stripverhaal, dankzij de aloude trucages van het witte doek tot leven gebracht. Veel meer dan bijvoorbeeld Spielberg weten de Coens vormgrappen en special effects op juiste wijze te doseren.

Zo laten ze voldoende ruimte voor een krankzinnig plot, dat naast de visuele ook volop verbale virtuositeit te bieden heeft. De 'proxy' (sukkel, oen) uit de titel is Norville Barnes, vers gearriveerd uit de provincie. Tim Robbins voegt met Barnes weer een prachtig type toe aan zijn oeuvre. Vanuit de postkamer wordt hij tot topman van Hudsucker Industries gebombardeerd, met als doel de aandelenkoers te laten kelderen. Hudsucker himself is namelijk tijdens een vergadering van de bovenste verdieping naar beneden gesprongen en met zijn dood komen de aandelen vrij voor iedereen. Met een lage koers kan het bestuur de boel weer terugkopen.

Directielid Sidney J. Mussburger (Paul Newman, still going strong) houdt echter geen rekening met de onvermoede kwaliteiten van de stroman. Met zijn nu al fameuze toelichting “You know, for kids...” gelooft Barnes als enige in zijn getekende cirkel op een papiertje. Totdat de hoelahoep de harten en heupen van Amerika verovert. Ook journaliste Amy Archer (Jennifer Jason Leigh, als een opgewonden standje uit 'Superman') moet erkennen dat deze schlemiel het enige oprechte mens in haar omgeving is. De eerlijke burgerman en de spitsvondige dialogen: de Coens eren hun grote voorgangers Frank Capra en Preston Sturges.

Vorm wint van inhoud in 'The Hudsucker proxy'. Joel en Ethan Coen filmen echter met zoveel flair en intelligentie, dat vorm bij hen inhoud wordt. De hoelahoep die rollend over straat zelf zijn weg vindt naar de eerste gebruiker en dat jochie die alle andere kinderen jaloers maakt met dat gekke ding, dat is film.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden