Gebrekkige toneeltaal met een vleugje dada

’Er moet licht zijn’ van Hannah van Wieringen o.r.v. Marcus Azzini door Toneelgroep Oostpool t/m 20-2 (+ 30-3/10-4) in Huis Oostpool te Arnhem; tournee 23-2 t/m 26-3. Inl.: www.toneelgroepoostpool.nl

Behalve op toneel praten mensen nooit in kloppende zinnen. We hakkelen wat af, al hebben we dat vaak niet eens in de gaten. In gesprekken immers worden onafgemaakte bedoelingen doorgaans wel opgepikt door toevoegingen van een ander of begrepen door een impliciete lichaamstaal. Organische communicatie, zogezegd.

Als acteur heb je gewoonlijk meer te maken met onuitgesproken gedachten die je kunt omzetten in stil spel, dan met taal die je nog moet vormgeven. Wat dan, als een toneelauteur je een tekst aanreikt die wel heel erg lijkt op die alledaagse, gebrekkige spreektaal? Die herformuleren of grammaticaal corrigeren is immers ondenkbaar als regelrechte inbreuk op het auteursrecht.

In ’Er moet licht zijn’ heeft de jonge schrijfster Hannah van Wieringen (1982) de onbeholpenheid van spreektaal toegespitst op het onvermogen van haar eigen generatie om daar mee om te gaan. Op het tussen laken en servet ontluikende inzicht. Het net nog denken dat de hele wereld aan je voeten ligt en je er dan van bewust worden, dat je niet eens in staat bent je gevoelens daaromtrent precies te formuleren. Hoe moet het dan met de liefde?!

Oppervlakkig gezien sluit ’Er moet licht zijn’ goed aan bij de energie van het nieuwe, sterk verjongde ensemble van Oostpool. In een mix van abstract en poëtisch roept de tekst associaties op met een cultuur, die lang opgeslorpt is door luchthartig gefeest maar intussen toe is aan iets creatievers, aan een iets diepere zin.

Jezelf presenteren blijkt echter niet zo makkelijk. Niet toevallig, dunkt me, laat Van Wieringen de acteurs onder hun eigen naam optreden. Ze zijn tegelijk zichzelf en personage. Daar een natuurlijke en overtuigende vorm voor vinden, net als voor de in alles tekortschietende woorden, wordt nog eens bemoeilijkt door de speelvloer: de halzen van 12.000 wijnflessen die de suggestie van een glinsterende grasmat wekken.

Hoe prachtig het er ook uitziet, regisseur Marcus Azzini had met vormgever Pascal Leboucq beter voor een andere stilering kunnen kiezen om allereerst de vijf acteurs te helpen de taal de baas te worden. Een opgedrongen moeizame bewegingstechniek bevordert dat niet.

Feit is, dat de acteurs vooral bezig zijn een toneelstukje te spelen, almaar proberen vermoede bedoelingen te duiden. Juist dan gaat de onderlaag verloren. Alleen Maria Kraakman zegt de tekst met een vanzelfsprekende lichtheid, die er een onnavolgbare logica aan verleent. Daarmee pikt ze een verscholen vleugje dada op, dat de verbeelding prikkelt en toneeltaal een autonome betekenis geeft. Dat is een wereld van verschil met het moeten snappen van de anderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden