Gebrek aan perspectief zorgt voor nieuwe onrust op de Balkan

Over een paar jaar reikt de Europese Unie van Galway tot Burgas, van Lissabon tot Tartu. Maar in het zuidoosten zit een gat: Albanië, Macedonië, Servië-Montenegro en Bosnië horen er niet bij. Nog niet?

AMSTERDAM - De Grieken hebben er speciaal een vrije dag voor gekregen. Vandaag tekenen in Athene acht voormalige Oostbloklanden plus Cyprus en Malta de akkoorden waarmee ze vanaf volgend jaar echt lid zijn van de EU. Drie kandidaten die nog wat langer moeten wachten -Roemenië, Bulgarije en Turkije- zijn ook uitgenodigd voor het feest. Afwezig zijn de landen van de westelijke Balkan: Kroatië, Albanië, Bosnië, Macedonië en Servië-Montenegro. Over een paar jaar zijn zij aan alle kanten omringd door EU-landen. Maar worden zij zelf ook ooit lid van de familie?

Over Kroatië maakt de Duitse Balkandeskundige Gerald Knaus, directeur van het toonaangevende onderzoeksinstituut European Stability Initiative (ESI) in Berlijn, zich weinig zorgen. Zagreb diende onlangs in Brussel een officieel verzoek in om lid te worden en zal, zo is de verwachting, 'meeliften' met Roemenië en Bulgarije die in 2007 toetreden. ,,Voor de andere vier ligt het anders: die kunnen op eigen kracht de aansluiting niet vinden.''

Een nieuwe crisis dreigt op dat deel van de Balkan, dat na een turbulent decennium juist weer in wat rustiger vaarwater leek te komen. ,,Er is sprake van een enorm verval: de oude industrieën, de grote bedrijven die onder het communisme werden gebouwd, zijn op sterven na dood, maar er komt niets in de plaats.''

Neem het Bosnische Zenica, met zijn omvangrijke staalindustrie, die de inwoners van de stad niet alleen van werk, maar ook van flats, onderwijs en vakantiehuizen voorzag, en via een complex handelsnetwerk verbonden was met de rest van de wereld. Er is nauwelijks meer iets van over: op de loonlijst van de staalfabrieken staat nog maar een kwart van het voorlogse personeelsbestand, wat overigens niet betekent dat dat ook geld ziet. ,,Er is iets van een privé-sector in opkomst, maar dat is voornamelijk kleinschalige handel.''

Wat voor Zenica geldt, geldt van Smederevo (Servië) tot Peja (Kosovo), van Tuzla (Bosnië) tot Kicevo (Macedonië), aldus een alarmerend rapport dat het ESI onlangs publiceerde. ,,In de regio heerst paniek over de almaar dalende levensstandaard en het gebrek aan perspectief.'' En dat bedreigt, opnieuw, de zo moeizaam verworven stabiliteit.

Dat de rust in de regio niet vanzelfsprekend is, beseft ook Brussel. Maar de analyse die van de oorzaken wordt gemaakt, is anders: ,,Eerst was het: in die landen hebben de mensen elkaar altijd afgemaakt. Nu is het: het is één corrupte, criminele bende.'' Zelfs door de telefoon is Knaus frustratie hoorbaar. ,,Het ene cliché vervangt het andere. Het ontslaat ons niet van de verplichting de onderliggende factoren te analyseren.''

Gevolg: in Brussel begint de gedachte -al wordt die alleen in achterkamers uitgesproken- te overheersen dat het 'toch nooit wat wordt daar'. En van de weeromstuit zeggen veel mensen dáár het na. ,,Er is een enorm gebrek aan vertrouwen'', aldus Knaus. De Duitser begrijpt de moedeloosheid van Brussel over de trage ontwikkeling van de regio wel. De bemoeienis van de EU is intensief. De Unie is in de regio pontificaal aanwezig als vredesbewaarder en politie-agent. Bovendien is Brussel een belangrijke geldschieter bij de wederopbouw.

Het is echter de vraag of die specifieke vorm van hulp zichzelf niet heeft overleefd. ,,De hulp is, zeker in Bosnië en Kosovo, een soort drug geworden. De regio is eraan verslaafd geraakt.'' Omvangrijke steun aan het overheidsbudget heeft de enorme economische achteruitgang gemaskeerd. In Bosnië bijvoorbeeld is nauwelijks iets gedaan aan conversie van de industrie -'vóór de oorlog produceerde die vooral voor het Joegoslavische leger'-, maar wel veel geld besteed aan pensioenen voor oorlogsveteranen.

Lang kan de Bosnische overheid echter niet meer voor sinterklaas spelen, want de EU-hulp aan de regio wordt in rap tempo afgebouwd. Waar Roemenië en Bulgarije de komende jaren op omvangrijke steun kunnen rekenen, heeft de westelijke Balkan het nakijken. Knaus: ,,Het heeft duidelijk geen zin om op dezelfde manier hulp te verstrekken als de afgelopen jaren. Maar de EU zou die landen hulp moeten bieden bij de omvorming van de economie.'' Brussel heeft daar tenslotte ruimschoots ervaring mee. ,,We moeten af van het idee dat de Balkan zo bijzonder is. Vergelijk het met Griekenland, Portugal, Spanje een paar decennia geleden. De EU heeft inmiddels een heel instrumentarium om achtergebleven regio's in het zadel te helpen. Daarmee kan ze ook hier aan de slag.''

Griekenland, dat dit halfjaar voorzitter is van de EU, wil op de Europese top in juni speciaal aandacht vragen voor de westelijke Balkan. Knaus: ,,De EU moet tegen die landen zeggen: het is afgelopen met de giften, maar als jullie serieus werk maken met herstructurering zijn wij bereid te helpen.'' Waarom, suggereert hij, plaatst de EU de landen van de westelijke Balkan niet in diezelfde categorie als Turkije, een land dat nadrukkelijk als kandidaat-lidstaat is erkend, maar waarmee nog niet wordt onderhandeld.

De tijd dringt, want een nieuwe crisis ligt op de loer. ,,Er ontstaat een zwart gat in Europa.'' De suggestie dat de tijd ongunstig is, veegt de Duitser ongeduldig van tafel: ,,Het komt nóóit goed uit! Maar dan hebben we straks weer onlusten in Macedonië of een nieuwe moord. Daarvan hebben wij toch ook last, die onrust kost ons ook geld.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden