Gebrek aan perspectief of juist een te druk leven

De samenleving raakt verdeeld in een kleine, rijke toplaag en een brede, arme onderklasse, stelt de Franse econoom Thomas Piketty. Scheefgroei dreigt ook in Nederland. Hoe is deze zichtbaar in een stad als Haarlem? Trouw onderzoekt armoede en rijkdom in twee wijken op 1500 meter bij elkaar vandaan, Schalkwijk en de Koninginnebuurt. Aflevering 4: maakt armoede ongezond?

Schalkwijk: onverklaarbare lichamelijke klachten

"Dokter, ik heb nu al weken buikpijn. Kan ik niet naar het ziekenhuis voor een scan?"

"De vraag is of dit nuttig is, of we de oorzaak vinden."

"Maar ik betaal veel premie: ik heb recht op dat onderzoek."

Dit gesprek wordt steeds vaker gevoerd in de praktijk van huisarts Arianne Baak (47) in Haarlem-Schalkwijk. De bewoners - vijftig nationaliteiten, een grote groep met Turkse en Marokkaanse wortels, autochtonen met een lager inkomen - hebben volgens een 'wijkscan' meer gezondheidsklachten dan elders. Hogere bloeddruk, astma, hartproblemen: alles gaat bovendien de komende jaren toenemen. "Daarnaast veroorzaken werkloosheid en financiële problemen spanningsklachten: hoofdpijn, rugpijn of buikpijn. Mensen worden minder belastbaar", zegt de huisarts.

Baak werkt elf jaar in Schalkwijk en ziet de problemen groeien, ook door de economische crisis. "Je hebt minder geld, ook om te sporten." Wie geen Nederlands kan lezen, mist het aanbod aan goedkope beweging. Baak ziet het niet alleen bij ouderen - de wijk vergrijst - maar ook bij jongeren, bijvoorbeeld Turken of Marokkanen. "Geen perspectief hebben, rondhangen, dat heeft consequenties voor de gezondheid. Die mensen komen hier met langdurige maagpijn of rugpijn."

Sommigen uiten dat gevoel van achtergesteld worden in de eis 'dokter, ik wil nú dat onderzoek'. Lastig, want bij steeds meer consulten in Schalkwijk - drie op de tien, schat Baak - draait het om 'somatisch onvoldoende verklaarbare lichamelijke klachten'. De patiënt klaagt over bijvoorbeeld pijn in de buik, maar onderzoek in het ziekenhuis levert geen duidelijke oorzaak op.

"Dat zijn moeilijke consulten", zegt Baak. "Je wilt een ernstige ziekte niet missen, maar je wilt ook niet veel mensen onnodig naar de medisch specialist sturen. Dat is alleen maar frustrerend. Het is voor de meesten het beste om duidelijk te maken dat ze moeten leren om gezond te leven, om te leren met de pijn om te gaan. Om, ondanks de klachten, toch te bewegen, al ga je maar regelmatig wandelen." Sinds kort geeft het gezondheidscentrum daar een speciale cursus voor.

In dat Gezondheidscentrum Schalkwijk werken naast Baak en haar zes collega-huisartsen ook fysiotherapeuten, diëtisten, verpleegkundigen voor de chronische zorg, een praktijkassistent voor psychische klachten, maatschappelijk werkers en sinds kort een 'welzijnscoach', die patiënten begeleidt naar een bewegingsactiviteit of dagbesteding.

"Omdat de gezondheidsklachten toenemen, moeten we de zorg anders organiseren; meer samenwerken. De huisarts kan het niet meer alleen", zegt Baak, die haar werkdruk ziet toenemen. "Het ergste vind ik als je te weinig tijd voor iemand hebt." Toch zou ze niet verkassen naar bijvoorbeeld de Koninginnebuurt. "Als ik hier iets voor een patiënt kan betekenen, door te helpen inzicht te krijgen, geeft dat de meeste voldoening."

Koninginnebuurt: hoofdpijn, werkstress en slapeloosheid

De ouderwetse huisartsenpraktijken in een statig pand zijn in de Haarlemse Koninginnebuurt nog aanwezig: ook al zit er nu achter de gevel een moderne dokter met een heel apparaat aan praktijkassistenten.

Hans Moolenburgh had 54 jaar zo'n praktijk aan het Oranjeplein, tot 2007. Hij zag er van oudsher de betere middenklasse: de hogeropgeleiden (leraren, artsen) en de middenstand. "In die periode zag je de explosie van het aantal gevallen van kanker, en de toename van klachten aan neus, keel en oren. Maar die treffen iedereen, hoe rijk je ook bent."

Anders dan de groep die fysiek werk deed - de stratenmaker, mensen in de bouw - bleven de meeste mensen uit de Koninginnebuurt tot op hogere leeftijd verschoond van klachten aan het bewegingsapparaat - zoals problemen met de knie of met de rugwervels. "Dat is wel een duidelijk verschil, denk ik." Stress deed langzaam zijn intrede in de spreekkamer van de Haarlemse huisarts. "Natuurlijk omdat het aantal prikkels enorm toeneemt. Maar ook dat is niet gebonden aan inkomen of opleiding. Neem de mobiele telefoon: die heeft tegenwoordig iedereen." Wel zag Moolenburgh groeiende arbeidsstress bij zijn patiënten. "Neem leraren, die moesten steeds hun manier van lesgeven aanpassen en kregen te maken met allerlei managers. Mensen vinden het heel vervelend als hun vrijheid wordt ingeperkt."

Die stress zag Moolenburgh al snel terug in de vorm van lichamelijke klachten. "Hoofdpijn die maar niet wegging, en ook de slapeloosheid is enorm toegenomen." Misschien is die stress van het middenkader wel iets wat je vooral in zijn wijk ziet, zegt Moolenburgh. "Hoewel ik ook niet uitsluit dat de vakman uit de lagere klasse niet meer de vrijheid heeft van vroeger. Maar die mensen zag ik nauwelijks."

Opvallend in de Koninginnebuurt is de hoge concentratie aan 'complementaire' artsen: huisartsen die naast de reguliere aanpak ook aan bijvoorbeeld homeopathie doen, bijvoorbeeld omdat ze antroposofisch zijn. Blijkbaar wil een deel van de inwoners verder kijken dan de neus lang is, zijn ze kritisch over de standaardaanpak. Deze artsen trekken trouwens patiënten uit de hele regio - maar niet vaak uit Schalkwijk. Ook bij Moolenburgh - die zijn buurtpraktijk steeds meer verving door een klantenkring die ook de complementaire aanpak wilde beproeven. "Juist voor die onverklaarbare klachten kun je mensen daarmee toch nog iets aanbieden."

Moolenburg is inmiddels 89 jaar oud en ziet meer verschillen tussen vroeger en nu, dan tussen Schalkwijk en zijn buurt. "In Nederland zijn de inkomensverschillen de laatste vijftig jaar nooit echt groot geweest, en dus hebben we minder mensen die in totale armoede blootstaan aan allerlei infecties. Gelukkig maar."

Ondermijnende kloof

Het verschil tussen arm en rijk is van alle tijden. Waarom is het volgens Thomas Piketty dan zo gevaarlijk als een rijke bovenklasse, de '1 procent', steeds meer vermogen in handen krijgt en een onderklasse steeds minder? Extreme ongelijkheid ondermijnt de democratie, zegt Piketty. Ongelijkheid is een voedingsbron voor populisme, nationalisme en racisme, omdat grote groepen zich buitengesloten zullen voelen en hun onvrede willen uiten. Het is belangrijk dat het principe dat 'iedereen gelijk is' ook echt nageleefd kan worden. Dit kan alleen als rijk en arm van dezelfde samenleving onderdeel blijven uitmaken. Extreme rijkdom kan ertoe leiden dat de rijken zich terugtrekken in hun eigen wijken, die ze met eigen geld beveiligen en leefbaar houden. Waarom zouden ze dan ook nog belasting betalen voor de leefbaarheid van arme buurten? Waarom zouden ze nog voor onderwijs of gezondheidszorg opdraaien, als ze hun eigen goede scholen en klinieken ook al betalen? De bereidwilligheid van rijken om belasting te betalen, is cruciaal om onze democratische rechtsstaat overeind te houden, aldus de Franse filosoof.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden