Gebrek aan emoties drijft 'De bende van Venlo'/theater/Personages zijn universele types

ROTTERDAM - “Mijn hand is een hond die niet goed luistert”, zegt de bendeleider tegen zijn liefje als hij haar knuffel aan een paal heeft genageld en zijn mes opheft om het troeteldier te doorsteken. En: “Eén keer is nooit genoeg”, houdt hij zijn maten voor, die het hem hinnikend van de lach blijven nazeggen als betrof het een refrein van een hun welbekend lied. Veel fantasie is er dan niet voor nodig om te beseffen dat dit stel die regel altijd zal toepassen. Niet omdat het moet, maar domweg omdat het erbij hoort.

Met dergelijke details weet de Maastrichtse theaterwerkplaats Het Kruis van Bourgondië in zijn al voor de première (afgelopen vrijdag) omstreden productie 'De Bende van Venlo' te suggereren om wat voor soort bende het gaat. Nou ja, bende, dat is eigenlijk een te groot woord. Elke structuur of geplande opzet ontbreekt. Het lugubere is juist de volstrekte willekeur waarmee het clubje lamstralen tewerk gaat. Geweld om het geweld. Plaats en slachtoffer zijn toevalstreffers. Min of meer. Terloops wordt nog even gewag gemaakt van “zo'n hekel” aan flikkers en van het 'weetje' dat hier meer Turken zitten dan in Turkije.

Het geweld zelf komt amper aan bod in de voorstelling. Het meest expliciet in de relatie met het liefje - niet meer dan een seksobject - en dat is al meer dan genoeg. Aan d'r haren wordt ze de autokap opgesleurd en gedwongen haar vriendje daar te pijpen, terwijl z'n maat diens verrichtingen hilarisch begeleidt met driftige claxonstoten. Verder blijft het, in beeld en geluid, bij de suggestie van geweld (gepleegd of te plegen): brekende glasplaten, een in een plastic zak hangende mannenkop, een aan een pilaar vastgebonden vrouw, vloeken en gesis “weg, weg” in het duister.

Het is vooral de structuurloze willekeur die de vorm van de voorstelling heeft (mede)bepaald. Fragmentarisch, met brokstukken van scènes opgebouwd - aan elkaar geweven door een helaas onverstaanbare rapper - valt er nauwelijks een lijn in te ontdekken en zijn pas na verloop van tijd de bendeleden zelf te traceren. Het geheel wordt gepresenteerd als een flashback van de zojuist vrijgekomen leider. Net als destijds de werkelijke gebeurtenissen, waarop 'De Bende van Venlo' is gebaseerd, iedereen voor raadsels plaatste, werken ook hier de meeste taferelen als een wanordelijke informatiestroom. In hun streven de feitelijke gegevens te abstraheren zijn de makers, tekstschrijver Adrie van Dijk en regisseur Guido Wevers, niet toegekomen aan het bedwingen van de chaos. Dat is jammer, al hebben zij met vormgever Thomas Rupert, lichtontwerper Johan Vonk en de soundscape van Ferdinand Bakker/Kim Haworth wel een desolate atmosfeer weten te creëren, die iets zegt over de mentaliteit van de bende.

In een kilstalen ruimte met een enkele loopbrug en een paar loodgrijze kasten is het al kouwe drukte. Gevoelens zijn niet aan de orde. Er wordt gespoten, gesnoven, gescheurd in patserige auto's terwijl pils in grote boogstralen wordt uitgespuwd. Er is geen doel, maar dat doelloze is samen met het macho-vertoon het verraderlijke. De makers doen niet aan psychologiseren of moraliseren. De personages krijgen aldus geen kans uit te groeien tot karakters, laat staan tot helden, waar je je als publiek mee zou kunnen identificeren. Gelukkig maar. Aan de andere kant blijft die bende een gevoelloos, rommelig zooitje, waar je wat tegenaan blijft kijken.

Het is dubbelzinnig. Het gebrek aan emoties en gevoelsmatige banden is tekenend, en tegelijk wil je weten wat hen bindt en drijft. De zinloosheid van het geweld dreigt over te slaan op de voorstelling en daarmee elk dramatisch motief uit te schakelen. Een docudrama is 'De Bende van Venlo' met andere woorden zeker niet, wel een prijzenswaardige en bij vlagen intrigerende poging om het fenomeen zinloos geweld, losgezongen van feitelijkheden, in muziektheatrale beelden te vangen. De kunstmatige vorm is zonder twijfel beïnvloed door het werk van Fassbinder, al mist de voorstelling net die geniale invalshoek die er een persoonlijker statement van had kunnen maken.

De personages zijn naamloos, als type zijn ze universeel: de autoritaire bendeleider, zijn heethoofdige tweede man, de zwakbegaafde meeloper, het met een knip van de vingers op te roepen wicht. Saillant gegeven: volgens direct betrokkenen bij de eigenlijke zaak, een paar jaar geleden, is de gelijkenis met de echte bende frappant; en door een pas op televisie uitgezonden filmpje met Frenkie P. ontdekte ook Het Kruis van Bourgondië “verbijsterende” overeenkomsten in uiterlijk en gebarentaal met hun eigen, gefingeerde bendeleider.

Al te verbazend is dat echter niet. De tekening van de leider en zijn helpers, van de onderlinge gezagsverhoudingen riepen bij mij bijvoorbeeld onmiddellijk associaties op met de onlangs nog tot toneel bewerkte film 'A Clockwork Orange'. En wat dat liefje betreft, dat ene de publiciteit niet schuwende advocaat er via een kort geding uit wil laten schrappen? Zo origineel is zo'n typje heus niet. Dat kan je in zowat elke B-film aantreffen. Daar heb je geen Astrid voor nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden