Gebouwen die gelukkig maken 2

Gebouwen met warme kleuren, veel baksteen, grillige aan de natuur ontleende vormen en scheve wanden. Daar maak je mensen gelukkig mee, was de filosofie van architect Ton Alberts, die samen met compagnon Max van Huut de organische architectuur in Nederland op de kaart heeft gezet.

Van gebouwen met rechthoekige vormen worden de mensen die erin verblijven hard, hoekig, ongevoelig en rationeel, meende Alberts, die in 1999 overleed. Mensen voelen zich behaaglijker en worden naar zijn idee veel vrijer en vriendelijker in gebouwen met vormen die ontleend zijn aan de natuur en de beleving centraal stellen. De belangrijkste gebouwen waarin Alberts en Van Huut hun principes tot in de finesses hebben kunnen uitleven, zijn het gebouw van NMB/ING in Amsterdam Zuidoost en het hoofdkantoor van de Gasunie in Groningen. Beide gebouwen waren van meet af aan populair bij het grote publiek. En ook in deze verkiezing zijn ze weer zo vaak genoemd, dat beide doorgedrongen zijn tot de toptien.

Bij het publiek mag organische architectuur zeer gewild zijn, professionele architecten vinden het vaak maar buitenissige gebouwen. In Nederland kent deze stroming ook maar enkele navolgers, waarbij vooral de gebouwen van Alberts en Van Huut en Thomas Rau (een leerling van Alberts) de aandacht trekken. Rau ontwierp onder meer het stadhuis van Zutphen.

Organische architectuur is een stroming die rond 1900 opkwam. De belangrijkste grondleggers en aanhangers waren Louis Sullivan, Antoni Gaudí, Rudolf Steiner, Frank Lloyd Wright, Alvar Aalto en Hundertwasser. Op het eerste gezicht lijken er maar weinig overeenkomsten tussen het werk van bijvoorbeeld Hundertwasser en Frank Lloyd Wright en tussen de bouwwerken van Gaudí en die van Alvar Aalto. Maar wat hen bindt is de gedachte dat de bouwkunst de mens centraal moet stellen. Organische architectuur wil niet alleen maar functioneel zijn, maar ook het gevoel aanspreken en de geest verrijken.

Vorm volgt functie is een citaat van Louis Sullivan dat nu nog steeds, te pas en te onpas, wordt aangehaald door architecten die hun ontwerp willen verkopen. Maar met ’Form follows function’ wilde Sullivan vooral aangeven dat in de natuur de vorm altijd de functie volgt. Dat wilde hij navolgen in de architectuur in de veronderstelling dat dat de mens geestelijk zou verrijken. Sullivan bedacht onder meer een nieuwe vorm voor wolkenkrabbers. Er waren in die tijd (rond 1900) al wel hoge gebouwen, maar die hadden het uiterlijk van in de hoogte opgerekte Renaissancepaleizen. Sullivan zocht naar een vorm die door de wolkenkrabber zelf was geïnspireerd.

Sullivans leerling Frank Lloyd Wright zou uitgroeien tot de bekendste pleitbezorger van de organische architectuur. Terwijl Sullivan de nadruk legde op de relatie tussen vorm en functie, richtte Wright zich op de verhouding tussen gebouw en omgeving. Het beroemdste voorbeeld daarvan is het vakantiehuis Fallingwater dat hij in 1935 ontwierp in Pennsylvania. Het huis is over een waterval heen gebouwd en lijkt door de natuurstenen gevels op te rijzen uit de rotsen. Een ander hoogtepunt is het Guggenheim museum in New York, waarvan de binnenruimte er helemaal op is gericht om de bezoeker te helpen zich op de kunst te concentreren. Ook Gaudí ontleende zijn constructies aan de natuur: in het geval van de kathedraal Sagrada Familia in Barcelona aan de groeiwijze van een boom.

Een ander wereldberoemd voorbeeld van organische architectuur is de Opera in Sydney van Jorn Utzon

In Nederland geldt het NMB/ING-kantoor in Amsterdam -Zuidoost als het hoogtepunt op het gebied van organische architectuur. Het wordt gezien als het belangrijkste werk van Ton Alberts. De muren van het uit tien brede torens bestaande complex, met 3,5 miljoen handgevormde bakstenen, doen denken aan boomstronken en in het gekartelde dak kun je een grillige rotspartij ontwaren. Rechte gangen kom je er niet tegen, allemaal kronkelen ze. Er is zelfs een watervalletje in een leuning verwerkt. Ook zijn er vijvers en tuinen en heel veel planten in het interieur opgenomen. Tot in de details heeft Alberts zijn visie doorgevoerd, binnen en aan de buitenkant, en dat maakt dit gebouw zo overtuigend. Met dit opvallende visitekaartje wilde de bank zich een vriendelijker, zachter en menselijk imago verschaffen. Ook het duurzame, natuur- en milieuvriendelijke concept sprak tot de verbeelding, maar in dit opzicht is het gebouw niet helemaal geslaagd. De bedoeling was dat het door het opvangen van regenwater en met behulp van zonnepanelen in zijn eigen water- en elektriciteitsbehoefte zou voorzien, maar daar is weinig van terecht gekomen.

Het NMB/ING-kantoor sprak zo tot de verbeelding dat de Gasunie Ton Alberts en Max van Huut vroeg het nieuwe hoofdkantoor in Groningen te ontwerpen. Ook hier kregen de architecten alle ruimte en geld om hun filosofie tot in de kleinste details zichtbaar te maken. Anders dan het uit tien torens samengestelde bankgebouw is het kantoor van de Gasunie één geheel, bestaande uit twee vleugels rond een centrale hal van een imponerende allure. De tachtig meter hoge ruimte wordt gedomineerd door een enorme schuine wand van glas en staal en licht draaiende trappen in regenboogkleuren. En dan is er nog een kolossale betonnen ’stemvork’ die dient als de ruggegraat van het gebouw.

Al voor de opening waren allerlei namen bedacht voor dit gebouw: Apenrots, Kasteel van de Heks en Toren van Babel. Maar het grootste compliment voor hun burcht kregen de architecten rechtstreeks van de natuur zelf, waardoor ze zich zo graag laten inspireren. Nog voordat het personeel van de Gasunie er introk, hadden klimplanten de binnenkant van de vide veroverd. Ook hadden vleermuizen een gaatje gevonden om te overwinteren. In Trouw uitten de architecten hun tevredenheid daarover destijds als volgt: „Normaal vliegen de vleermuizen door naar de mergelgrotten van Limburg. Wat zijn dat toch slimme diertjes om te bedenken: waarom zouden we nog 200 km verder vliegen als er hier in Groningen zo’n mooie grot voor ons is.”

De belangstelling na de opening van het gebouw was zo groot, dat er mensen van de Gasunie bij NMB/ING op bezoek gingen om te vragen hoe zij de rondleidingen hadden georganiseerd. En gezien de reacties op de verkiezing van het mooiste gebouw van Nederland, hebben deze ’organische’ gebouwen nog steeds een enorme aantrekkingskracht op het publiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden