Geboren uit een verboden liefde

Op 15 augustus 1945 capituleerde Japan. Weinigen weten dat in Nederland nog bijna duizend kinderen van Japanse vaders en Indische moeders leven. Na lang zoeken vond Trouw zo'n 'kind', van nu 67 jaar, dat wilde praten. Het taboe blijft groot.

INTERVIEW SYBILLA CLAUS

Toen ik achttien was, vertelde mijn moeder hoe de vork in de steel zat. Ze was in de laatste oorlogsjaren in Soerabaya verliefd geworden op een Japanse militair. Hij was heel lief en teder. En schoon, zoals alle Japanners, omdat ze erg van baden houden. Mijn moeder was toen achttien, hij was een officier van 25, die als veearts werkte.

Ze leerden elkaar kennen in het restaurant waar mijn moeder werkte en hadden één à twee jaar een verhouding. Als het kon, probeerde mijn vader haar familie eten te brengen, alles was in die tijd schaars. Hij sprak Engels, zij ook een beetje. Ze hielden echt van elkaar. Na de capitulatie heeft hij vanachter de tralies nog contact met haar gezocht. Ze was toen waarschijnlijk net zwanger van mij. Maar haar zwager droeg haar op de relatie te verbreken. Zo wilde hij haar beschermen. Mijn moeder heeft mijn vader nog weggevoerd zien worden. Al met al heeft ze zich goed door de moeilijke jaren heen geslagen. Ze droeg haar zwangerschap heel klein, net als ik.

Toen ik het verhaal destijds hoorde, deed het me niet zoveel. Ik was met andere dingen bezig. Daarbij was mijn moeder in 1948 in Indonesië getrouwd met een Nederlandse militair. Hij is voor mij nooit een stiefvader geweest, hij was echt mijn papa. Uit het huwelijk van hem en mijn moeder kreeg ik drie Nederlandse zusjes. Ik ben zó harmonieus opgegroeid, misschien wilde ik dat beeld ook niet verstoren. Er is in al die jaren nooit over gesproken, het was taboe. Toen ik later zelf kinderen had, was de band tussen mijn papa, hun opa, en hen zó goed, dat mijn man en ik dat zo wilden houden. Dus heb ook ik gezwegen, net als mijn moeder. Zij hield veel van Shigeru Saito, mijn Japanse vader. Maar ook van mijn Hollandse vader. Daarom heeft zij Shigeru nooit gezocht. Wil je zien wat ik nog van hem heb? Wacht ik haal het boven even, het ligt in de kluis. Zó dierbaar is het voor mij.

Dit Japanse bijbeltje is van Shigeru. Hij kwam uit een baptistengezin, mijn moeder was katholiek. Deze lok haar is van hem, die zit nog steeds in hetzelfde Japans papiertje gevouwen. En natuurlijk deze pasfoto. Later spoorde mijn moeder mij aan contact met hem te zoeken. Het duurde jaren eer ik daaraan toe was. Het precieze van hun verhouding heb ik nooit geweten, daarover praatte zij niet. Zij wist dat het een verboden relatie was. Dat had haar familie haar wel verteld, dat je het niet met de bezetter kunt doen.

Sprookje
En ik durfde er niet naar te vragen. Want hoeveel kun je een ander ontlokken zonder diegene te beschadigen? Misschien is dat mijn Indo-kant ja. Hoewel ik me niet zo Indo voel. Via mijn vader hadden we veel Nederlandse kennissen. Ma's zussen, die hadden meer contact met de Indo's. Ik leef niet op als ik een toko binnenga, zoals zij doen. Ik ben heel behulpzaam, hou van aanpakken. Is dat Japans? Of is het omdat ik met vier meiden thuis woonde, en wij allemaal onze taken hadden?

Mijn moeder is nooit terug geweest naar Indonesië. Ze had in 1946 negen maanden met oma en een neefje in een Bersiapkamp (waar Indo-Europeanen vastzaten ter bescherming tegen nationalisten - red.) gezeten, en daaraan een behoorlijk trauma overgehouden. Ikzelf ben in dat kamp geboren. Mams had wel altijd prachtige verhalen over haar kindertijd, toen haar vader nog leefde en voordat de oorlog uitbrak.

Uiteindelijk was ik toe aan contact met mijn Japanse kant. Mijn achterneef vroeg of ik niet mee wilde op een reis die de Japanse regering jaarlijks aanbiedt aan een aantal nabestaanden. Om zo mijn vader te zien. Ik zei spontaan 'ja, natuurlijk'. Zijn pasfoto had ik als bewijs meegestuurd. Eigenlijk kwam de Japanse ambassade mijn familie snel op het spoor. We wisten namelijk via een kennis al sinds 1985 dat hij in de bergen van de streek Oita woonde. Maar hij bleek allang overleden, op zijn 74ste. In 2009 was het zover en ging ik naar Japan om mijn familie te zien. Ik voelde echt: dit zijn mijn landgenoten. Helaas was mams het jaar daarvoor onverwacht overleden. Het is mijn grootste frustratie dat ik niet met haar mijn vader heb opgezocht. Stel je voor: dat had gekund!

Toch ben ik dankbaar. Soms lijkt mijn verhaal wel een sprookje, hoe gek dat ook klinkt. Het was heel fijn dat ik na al die nare verhalen van lotgenoten over afwijzingen, te maken kreeg met mijn twee Japanse zussen die mij zonder problemen accepteerden. De ambassade had hen benaderd. Ze herkenden direct hun vader in mijn foto. De oudste, Yuichi, lijkt op mij! Wacht, ik haal nog wat foto's van boven.

Yuichi gaf me dit, de zilveren aansteker van vader, gegraveerd met zijn naam en een cherubijntje. Dit is een foto van mij in Japan: ik offer bloemen in de tempel waar zijn as is bijgezet. De jongste zus Kazu had er in het begin meer moeite mee. Je zult maar ineens een zus uit Nederland op je dak krijgen.

In 2011 zijn ze een paar dagen naar Nederland gekomen, om mij beter te leren kennen. Heerlijke dagen waren dat, met mijn man en kinderen erbij, en mijn Nederlandse zusje dat erg met me meeleeft. Het Engels van Yuichi en Kazu is slecht, daarom had ik voor de laatste dag een tolk gevraagd. Toen hebben we veel over vader gehoord. Dat hij nooit over de oorlog wilde praten. Hoe hij, toen ze klein waren, op de piano wiegeliedjes voor ze speelde, voor het slapengaan. Hoe hij de koekoeksklok steeds op het hele uur zette, zodat het vogeltje naar buiten kwam.

Spijt
Vooral na die Japanreis heb ik mams zó gemist. Ik mis haar nu nog vaak, bijvoorbeeld als ik 's avonds aan haar denk... Ik had nog veel meer van haar willen weten over mijn Japanse vader. Waarom heb ik het niet uit haar getrokken? Sommige lotgenoten hebben hun moeder binnenstebuiten gekeerd. Ik wilde dat toen niet, maar heb daar nu spijt van. Leefde ze nog maar. Wat heeft het allemaal voor zin gehad?

Ik mail eens in de twee maanden met Yuichi en Kazu. Mijn kinderen hebben positief gereageerd toen ik het ze vertelde. Ze waren toen 22 en 18. Ze hebben me wel verweten dat ik het niet eerder heb gezegd.

Of ik me schaam? Nee, ik wil me door het taboe, door die schaamte niet laten beïnvloeden. Ik moet wel altijd beslissen of ik het vertel of niet. Daarom wil ik ook anoniem in de krant. Nog niet iedereen weet het. Ik wil dat zelf vertellen, niet dat kennissen het ergens lezen.

Ik kan er toch niets aan doen dat mijn vader Japans was? Ik ben geboren uit een liefdesrelatie, dus mijn moeder hoeft zich ook niet te schamen. Zij heeft geen abortus gepleegd, en mij nooit iets verweten. Het was een trotse vrouw. Misschien heeft zij zich wel geschaamd hoor, maar niet voor de naaste familie. Na de oorlog en het kamp had ze genoeg interesse van Nederlandse militairen, ze was knap. Als zij uitging, zorgde oma voor mij. Mijn Nederlandse vader speelde in een bandje, zo hebben ze elkaar ontmoet.

Ja, de Japanners hebben in de oorlog, net als de Duitsers, vreselijke dingen gedaan. Zoveel Indische Nederlanders hebben in kampen gezeten. Als mijn vader was overleden bij het aanleggen van de Burmaspoorlijn, of mijn moeder halfdood uit een kamp was teruggekeerd... Natuurlijk is dat heel confronterend. Ik kan me die pijn voorstellen. Vergeef het me. Als je het niet uit je hoofd kunt zetten, laat me dan maar. Ik verwijt het je niet. Toch gebeuren die dingen ook in oorlogstijd: dat mensen over en weer verliefd worden. Er komen kinderen uit voort, die daarmee niets te maken hebben. Tuurlijk weet ik dat in Indonesië half-Japanse kinderen destijds werden uitgescholden voor 'Vuile Jap'. In Nederland adviseerde mijn moeder ons niet te reageren op scheldwoorden als 'Pinda' of 'Poepchinees'. Maar, zei ze: 'Als je wordt geslagen, sla dan maar flink terug'.

Er zijn nog steeds kampoverlevers die niets van Japan moeten hebben, ja. Maar ik ben heel rustig, niet snel boos. Als christen probeer ik het in verhouding te zien. Maar ik ben ook nooit anders behandeld. Ik ben echt een gelukskind."

Op verzoek zijn de namen van de Japanse familieleden veranderd.

Japans-Indische nakomelingen
Toen koningin Beatrix in 1991 haar baanbrekende bezoek aan Japan aflegde, werd in Nederland de vereniging JIN opgericht: Japans-Indische Nakomelingen. JIN geeft aandacht aan de groep van 800 à 1000 kinderen, die vaak zwegen over hun Japanse vaders. Dat zijn bijna altijd militairen die liefdesrelaties met een Indische vrouw hadden, of in een enkel geval met een Nederlandse.

JIN begon met het organiseren van verwerkingsreizen naar Japan, en steunt bij zoekpogingen naar Japanse familie. Het tv-programma Spoorloos deed een poging een vader te achterhalen maar moest al snel opgeven: de Japanse archieven zijn befaamd om hun geslotenheid voor buitenlanders.

Hulp komt van Japanse individuen die ter plekke zoeken, zoals oorlogsveteraan Uchiyama, die in Indonesië heeft gediend, en een aantal Japanse dames in Nederland. Overigens zijn er ook Japanse vaders die elk contact afwijzen, bijvoorbeeld omdat ze al getrouwd waren, voor ze naar Indonesië gingen. Of omdat ze bang zijn voor claims.

Vorig jaar sprak de voorzitter van JIN op 12 augustus bij de Indische herdenkingsdienst van de Japanse capitulatie in de Duinzichtkerk Den Haag. Het thema was toen verzoening: "Wat de NSB voor Nederland is, is Japan voor de Indische gemeenschap. Velen hebben er moeite mee, maar de kinderen is niets te verwijten. We moeten het verleden niet vergeten, maar wel proberen de last van de herinneringen van ons af te zetten. Pas dan is verzoening mogelijk. Ik kreeg na de dienst fijne reacties, maar helaas reageert niet iedereen zo."

De tweede generatie 'Jinners' gaat wisselend met de informatie over de Japanse 'foute' opa om. Ze nemen het luchtig op of zijn juist nieuwsgierig. Die laatste groep wil begrijpen waarom hun ouders zo lang hebben gezwegen.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden