Gebiologeerd door grote vragen

Anders dan zijn andere boeken, zijn deze memoires vooral interessant voor de fans van de auteur

Hij is inmiddels de 70 gepasseerd. En zoals het oude, invloedrijke mannen betaamt, zette bioloog-schrijver-atheïst Richard Dawkins zich aan het schrijven van zijn memoires. De Nederlandse vertaling van het eerste deel verschijnt binnenkort onder de titel 'Verwondering, of hoe ik wetenschapper werd'.

De autobiografie is een wat ander boek dan Dawkins tot nu toe schreef. Boeken als 'Onze zelfzuchtige genen', 'God als misvatting' en het kinderboek 'De betoverende werkelijkheid' zijn helder geschreven en gaan over belangrijke onderwerpen. Zelfs wie niet gelooft in genen als het belangrijkste voertuig van evolutie, of juist wél gelooft in God, zou ze moeten lezen - al was het maar om de argumenten onderuit te kunnen halen.

'Verwondering' is niet zo'n soort boek. Het is een boek voor de mensen die al die andere boeken van Dawkins zo goed vinden dat ze zijn biografie willen lezen. En zelfs voor die groep lezers is een waarschuwing op haar plaats. 'Verwondering' vertelt over Dawkins jeugd tot 1976, het jaar dat zijn eerste boek 'The Selfish Gene' verscheen. Wie wil lezen over hoe het is om miljonair te zijn, een actrice te trouwen, jarenlange intellectuele strijd te voeren met collega-bioloog Stephen Jay Gould en hoofd te zijn van een atheïstische beweging, moet wachten op het vervolg.

Clinton Richard Dawkins werd in maart 1941 geboren in Nairobi, toen nog onderdeel van het Britse koninkrijk. Zijn vader diende bij het koloniale regiment, de King's African Rifles. De stamboom van de bioloog bevat verder opvallend veel geestelijken: "Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat ook ik, als ik in hun tijd geleefd had, de kerk zou hebben gediend. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in diepe existentiële vragen, de vragen die religie (vergeefs) probeert te beantwoorden."

De wortels van Dawkins' belangstelling voor de biologie liggen overigens niet in de rijke natuur van Afrika, verzekert hij. Met enige schaamte bekent hij hoe hij als kind tot vlak bij een plaats werd gereden waar een groep leeuwen zojuist een prooi had gedood, en hoe hij op de vloer van de terreinwagen met zijn autootjes bleef spelen, zonder de dieren een blik waardig te keuren.

Het contrast met die andere bestsellers schrijvende gedragsbioloog, Frans de Waal, is opvallend. In 'De aap en de sushimeester' blikt die enthousiast terug op zijn Nederlandse jeugdjaren vol gevangen stekelbaarsjes en getemde vogels. Dawkins is tot de biologie gekomen vanuit zijn belangstelling voor grote vragen, en de handvatten die de wetenschap daarvoor biedt.

De familie keerde terug naar Engeland, waar de jonge Richard belandde op een dure eliteschool. Hij speelde er toneel, ging bij de bijenclub, en viel van zijn geloof. "Ik begon er als overtuigd anglicaan, en ging in mijn eerste jaar ter communie." Een kennismaking met Darwins evolutietheorie op zijn zestiende veranderde dat. "Ik liet mijn laatste restje theïstische goedgelovigheid varen. Niet lang daarna werd ik een overtuigde en strijdvaardige atheïst."

Na zijn middelbareschooltijd ging Dawkins naar Oxford met het plan om biochemicus te worden, maar zijn studiebegeleider raadde hem aan om dierkunde te gaan studeren. Hij richtte zich daar op de studie van het diergedrag, met de Nederlander en latere Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen als begeleider. Dawkins promoveerde op experimenten naar het pikgedrag van kuikens. In zijn wetenschap mengde hij ethologie met wiskunde, speltheorie en ICT, waarbij hij zelf een programmeertaal ontwikkelde voor de primitieve computers op de universiteiten van Oxford en het Californische Berkeley.

Wetenschappers aan een universiteit doen niet alleen onderzoek, ze moeten ook onderwijs geven aan studenten. Zijn collegedictaten zouden uiteindelijk uitgroeien tot 'The Selfish Gene', waarin hij betoogde dat het niet individuen, maar genen zijn waar de evolutie om draait. Er zijn meer dan een miljoen exemplaren verkocht van het boek dat terloops ook het begrip 'meme' introduceerde. Dat betekent zoveel als 'idee of gedrag dat wordt doorgegeven als een gen'. Vanaf dat moment veranderde de relatief onbekende wetenschapper Richard Dawkins in een mediabioloog, auteur en publiek kruisvaarder tegen het geloof. Wie dat een interessanter verhaal vindt dan een kostschooljeugd, moet nog twee jaartjes wachten op het volgende deel van de memoires.

Richard Dawkins: Verwondering, of hoe ik wetenschapper werd. (An Appetite for Wonder. The Making of a Scientist) Vert. Bart Voorzanger. Nieuw Amsterdam, Amsterdam; 284 blz. euro 21,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden