Gebarentaal in opmars

Nog steeds huldigen monniken van strenge kloosterorden de stelregel dat zwijgen goud is, maar de stembanden worden in de Trappistenabdijen hoe langer hoe meer geactiveerd. Gebarentaal sterft daar uit.

Voor doven is gebarentaal actueel gebleven. Dat moest tot voor kort min of meer stiekem gebeuren, want de gebarentaal werd bij het onderwijs aan doven gezien als surrogaat. Doven moesten leren spreken! In het bekende doveninstituut in het Brabantse Michielsgestel was het nog niet zo lang geleden gebruikelijk dat leerlingen die werden betrapt op het maken van gebaren voor straf met een bordje om de nek waarop deze 'misstap' stond vermeld door het dorp moesten lopen.

De gebarentaal rukt echter op, vooral sinds het Europese Parlement in juni 1988 in een resolutie unaniem de verschillende Europese gebarentalen als volwaardige talen heeft erkend.

In Nederland wordt de strijd om de overheid ertoe te bewegen de uitspraak te doen dat gebarentaal officieel mag worden onderwezen en gehanteerd als een natuurlijke taal naast het gesproken Nederlands, vooral geleverd vanuit de Gebarenwinkel in de Haagse Stationsweg 93. Daar is sinds 1987 het ontwerpbureau voor visuele communicatie Vi-taal gevestigd. Achter Vi-taal gaat ook de gelijknamige Stichting Academie voor Nederlandse Gebarentaal schuil, die niet nalaat bijdragen te leveren aan de ontwikkeling en acceptatie van de gebarentaal. Dat gebeurt door middel van onderzoek en het ontwikkelen van materialen om een goede visuele presentatie van de taal mogelijk te maken.

De jongste activiteit is de documentaire 'De Gebarenmakers', die de Ikon vanavond (Ned 3, 20.55 uur) uitzendt. Die documentaire is samengesteld door grafisch ontwerper Ruud Janssen en actrice Daria Mohr die sinds 1982 samenwerken in het belang van de naar schatting 10 000 Nederlandse doven.

Ruud Janssen is de man achter de Gebarenwinkel, samen met Tony Bloem, die in de de documentaire een belangrijke rol speelt. Tony is doof geboren, evenals zijn twee broers en zuster, zijn ouders en grootouders.

De Gebarenwinkel, een promotiewinkel voor gebarentaal, die op werkdagen van tien tot half zes is geopend, heeft in het recente verleden een paar kinderboekjes uitgegeven waarin zowel een tekst in woorden als een tekst in getekende gebaren is te vinden.

Ruud Janssen: "Het aanmoedigen van die tweetaligheid is belangrijk om de ontwikkeling van de identiteit en de cultuur van dove mensen te stimuleren. De Nederlandse gebarentaal verdient het als het Fries voor de Friezen als minderheidstaal te worden erkend."

Als niet-dove kwam Ruud Janssen bij dit werk terecht door een project dat hij in 1975 aanpakte als student op de Koninklijke academie voor beeldende kunsten in Den Haag. "Het was me al eerder opgevallen dat dove mensen heel handig zijn om elkaar met gebaren dingen duidelijk te maken. Toen ik de leiding van het doveninstituut Effatha in Voorburg vroeg of ik dove kinderen met de gebaren die zij maken mocht fotograferen kreeg ik een negatief antwoord. Dat had alles te maken met het feit dat gebarentaal er maar bijhing."

Waardering achteraf

Uiteindelijk mocht Ruud toch aan de gang gaan en achteraf was er veel waardering voor zijn foto's. Na zijn afstuderen bleef de wereld van de doven hem boeien. In het Internationaal Jaar van de Gehandicapten (1981) maakte hij het boek 'Doven uit de doofpot' en een lesmap over gehandicapten, waarin de familie Bloem voor doven model stond.

"Het was voor mij verrassend te ontdekken hoe ik op mijn vakterrein in deze sector bezig kan zijn. Het geeft voldoening er aan mee te werken dat doven niet als zielige mensen worden gezien, want dat zijn ze niet."

Via 'Het Werkteater' kwam Ruud in contact met mede-oprichtster van dat theater, de actrice Daria Mohr. Het programma 'Een blik op de Dovenwereld', door Het Werkteater in 1983 uitgevoerd, was de aanzet tot het oprichten van de Gebarenwinkel.

Dat is een centrum geworden waar doven, ouders van dove kinderen en mensen die met doof zijn hebben te maken terecht kunnen. Er wordt druk gebruik van gemaakt, zelfs uit het buitenland komen belangstellenden, bezoeken die vaak uitmonden in diepgaande gesprekken. Ruud Janssen: "Steeds is bij mij voorop blijven staan dat ik grafisch ontwerper ben. Op dat terrein kom ik bij Vi-taal aan mijn trekken. Als grafisch ontwerper ben je met een visuele taal bezig. Hier kan ik creatieve oplossingen bedenken, die voor veel mensen iets betekenen."

Dat is geen loze kreet. Daarvan getuigen de aandachttrekkende projecten van Vi-taal. In 1986 was dat 'Het officieel Nederlands handalfabet van doven' dat als standaardwerk geldt, niet alleen voor doven maar ook voor mensen die indirect met doven hebben te maken of plezier hebben in visuele taal.

Volgende maand presenteert Vi-taal het boek 'Gebarentaal, taal van doven in Nederland' dat in samenwerking met uitgeverij Nijgh & Van Ditmar en de taalkundige Liesbeth Koenen zal verschijnen. Ruud Janssen: "Het wordt een boek voor een breed publiek over een autochtone cultuur die nog weinig mensen kennen, een boek dat gebarentaal toegankelijk maakt.

Het wordt geen lesboek zoals de boekjes die je aanschaft als je bijvoorbeeld naar Italie gaat van: hoe zeg ik het in.... Maar je kan er wel uit aan de weet komen hoe poezie er in gebarentaal uitziet. Wat dat betreft kun je zeggen dat het een baanbrekend boek wordt."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden