Review

Geallieerde oorlogsmisdaden en de logica van de oorlog

Wim Berkelaar: De schaduw van de bevrijders. Walburg Pers, Zutphen; 176 blz. - ¿ 39,50.

Lagerhuis en publiek kregen een andere, dubbelzinnige uitleg. De minister van luchtvaart antwoordde parlementariërs die wilden weten of de bombardementen op woonwijken moreel verantwoord waren, dat het ging om de uitschakeling van 'militaire doelen'. Suggesties dat de regering de Duitse arbeidersklasse dakloos wilde maken, noemde hij 'absurd'. De historicus Wim Berkelaar maakt nu duidelijk, in 'De schaduw van de bevrijders - geallieerde oorlogsmisdaden tijdens de Tweede Wereldoorlog', dat professor F. A. Lindemann, wetenschappelijk adviseur van de Britse oorlogsleider Churchill, de theoretische basis legde voor de inferno's aangericht in de Duitse steden.

Op 30 maart 1942 had Lindemann in een rapport voorgesteld de arbeiderswijken van alle 58 Duitse steden met meer dan 100 000 inwoners te bombarderen. Het Duitse moreel kon het beste worden ondergraven door burgers dakloos te maken en door de arbeidersklasse te treffen kon de ruggegraat van de Duitse oorlogsindustrie worden gebroken. Sommige deskundigen wezen het rapport als onverantwoord en ondeskundig af, maar Bombercommand van de RAF vatte het op als een steuntje in de rug. Luchtmachtbevelhebber Arthur ('Bomber') Harris was dus niet de geestelijk vader van de bombardementen, maar gaf er wèl overtuigd, en militair-technisch doeltreffend, uitvoering aan.

Waren de Britten, met Churchill voorop, zich er niet van bewust dat alsmaar krachtiger bombarderen van 'open' steden (zonder militair karakter) moreel verwerpelijk was en in strijd met het Landoorlogreglement? Berkelaar beantwoordt deze en andere vragen met het blootleggen van de zich ontwikkelende 'logica van de oorlog', waarin wie wind zaait (zoals de Luftwaffe in 1940 boven Engeland deed) storm oogst. Churchill besloot dat terugslaan met massale luchtbombardementen de enige kans bood Hitler 'af te stoppen'. Tenslotte kwamen de Britten, met de zienswijze dat ook arbeiders in de bewapeningsindustrie militair actief zijn, op het hellend vlak naar oorlogsmisdaden. Na de oorlog daagde het inzicht dat het bombarderen van burgerdoelen niet alleen ethisch onverantwoord was. Ook bleek dat het Duitse moreel allerminst was ondermijnd en dat de bevolking juist vijandiger was geworden jegens de geallieerden.

In 1992 oordeelde de Times - die in 1943 verontschuldigend schreef dat bij het raken van militaire doelen 'burgerslachtoffers onvermijdelijk zijn' - dat de bombardementsstrategie 'een zwarte bladzij was in de Britse oorlogsgeschiedenis'. De voortgaande bewustwording van wat mensen elkaar in oorlogen aandoen, ook in een 'rechtvaardige oorlog', biedt enige hoop.

Wim Berkelaar vond in de 55e herdenking van de Tweede Wereldoorlog voldoende aanleiding om het hete hangijzer van de geallieerde oorlogsmisdaden in die oorlog op te pakken. In zijn Woord vooraf legt hij uit de bevrijders niet te willen aanklagen. Het is nog minder zijn bedoeling op slinkse wijze de Duitse oorlogsmisdaden goed te praten. Hij wilde het geallieerde optreden toetsen aan het geldende oorlogsrecht. Daarop gaat hij in, evenals op geallieerde schendingen van de Conventie van Genève, zoals de massale verkrachtingen van Duitse vrouwen bij de Sovjet-opmars in het oosten van Duitsland, de Poolse misdaden tegen Duitsers in 1939, de Sovjetrussische moord op 20 000 Poolse officieren in Katyn, de slechte behandeling van krijgsgevangenen door de geallieerden in 1945, en de tragedie van de Britse uitlevering van 25 000 anti-communistische kozakken aan de Sovjet-Unie in 1945 en 1946.

Minder bekend is dat geallieerde soldaten zich in 1944 in het bevrijde zuiden van Nederland schuldig maakten aan plunderingen en vernielingen. Het Militair Gezag, het overgangsregime ingesteld door de regering in Londen, registreerde tientallen klachten van burgers over plunderingen en diefstallen door Amerikaanse, Canadese en Britse militairen. Burgemeester Gerards van Ubbergen stuurde het Militair Gezag eind december 1944 negentien rapporten over geallieerde plunderingen. Hij schreef: “De aangetroffen toestanden tarten iedere beschrijving. Hier is geen sprake meer van plundering of diefstal, maar van op de meest brute en grove wijze aangerichte verwoestingen en vernielingen.” Berkelaar brengt een noodzakelijke nuancering aan: “Er kwam niet of nauwelijks geweld aan te pas en de plunderingen kunnen beter 'schendingen van het oorlogsrecht' dan 'oorlogsmisdaden' worden genoemd.” Niettemin, de misdragingen beroofden bij de betrokken Nederlanders de bevrijders van hun aureool, ook al hadden betrekkelijk weinigen zich eraan schuldig gemaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden