Geallieerde bommen maakten de meeste slachtoffers: 'Ik zie de lichamen nog liggen'

Gezicht op de Sint-Lambertus basiliek in Hengelo. Bij een bombardement in 1945 werden 17 huizen verwoest en vonden 22 mensen de dood. Beeld Nationaal Archief

Hengelo werd in de Tweede Wereldoorlog tientallen keren getroffen door geallieerde bommen, een lot dat ook veel andere Nederlandse steden trof. Over de 'vergissingsbombardementen' werd niet gepraat.

Normaal zou mijn vader er weinig van hebben meegekregen. Henk Overbeek was pas zes toen Amerikaanse bommen het centrum van Hengelo verwoestten. Maar omdat zijn moeder hem de volgende dag achterop de fiets zette, zag hij met eigen ogen de plek waar de verfwinkel van oom Gerard en tante Riek had gestaan. "Er stonden nog wat muurtjes. Het centrum was een grote smeulende puinvlakte." Het volgende beeld in zijn herinnering is de foto. "Mijn moeder trok hem uit het puin. Er zaten zwartgeblakerde randjes aan. Het was de trouwfoto van mijn ouders die bij oom en tante op het dressoir had gestaan."

Of het nu het beeld is van zijn moeder die kijkt naar haar eigen trouwfoto die op miraculeuze wijze uit de smeulende ruïne tevoorschijn is gekomen, of 'de mof met het geweer, achter bij het tuinhek' tijdens de razzia, altijd als oorlogsherinneringen ter sprake komen, wordt de afstand tot emoties kleiner.

De onderduiker die een paar dagen op zolder zat, waardoor 'mijn ouders hem flink knepen'. De Duitse soldaten die door de straat marcheerden na een bombardement: "De ongedeerden zingend en voorop, de gewonden strompelend achteraan." Of het moment dat hij op de stoep voor het huis speelde en opeens zijn vader kwam aanwandelen, alsof hij nooit was afgevoerd als dwangarbeider. "Mijn ouders hebben nooit geweten wie voor de vervalste papieren zorgde om hem vrij te krijgen."

Maar het zijn vooral de bombardementen die telkens terugkomen. "Ik piste in mijn broek van angst op de kleuterschool. Die stond dicht bij de gieterijen van Stork." Dat was een potentieel doelwit voor geallieerde vliegtuigen. Pas nadat het bijna mis was gegaan, ging de school dicht. "Er vielen bommen vlakbij. De hele boel stond te dreunen. Er trokken stofwolken door de straat."

De tekst gaat verder onder de kaart.

De binnenstad van Hengelo na de bombardementen in 1944. De rode panden zijn verwoest, de groen zwaar beschadigd en de gele licht beschadigd.Beeld TRBEELD

Geallieerde bommen

Hengelo werd tientallen keren getroffen door geallieerde bommen, een lot dat ook veel andere Nederlandse steden trof (zie onderaan). De herinnering is in veel gevallen beperkt tot de steden die het slachtoffer werden. In de activiteitenzaal van museum Hengelo zijn foto's van de ruïnes prominent aanwezig. Op een detailkaart geven groene stippen de huizen aan die op 6 oktober 1944 werden weggevaagd. De Spoorstraat, waar de winkel van oom Gerard en tante Riek lag, is een rij groene stippen. De Amerikanen probeerden het station te raken, maar gooiden mis. De volgende dag kwamen ze terug en legden het station - cruciaal voor de aanvoer van troepen en materieel uit Duitsland - alsnog in de as.

Marinus van Rooij (geboren 1932) werkt al jaren voor het Hengelose museum. Het zaaltje zat vol toen hij er onlangs een avond praatte over de oorlog. Op 6 oktober 1944 stond hij met zijn broer op straat naar Duitse en Italiaanse soldaten te kijken die zich inkwartierden in de Ariënsschool schuin tegenover hun huis aan de Oldenzaalse straat. "De lucht werd wat donker. De vliegtuigen kwamen eraan en meteen vielen ook de bommen."

Ze vluchtten naar huis. "Ik kan mij herinneren dat mijn moeder zich over ons ontfermde en over ons heen ging liggen. Op hetzelfde moment vlogen de pannen eraf en de ruiten eruit." Na een kwartier was alles voorbij. Hij ging naar buiten. "Ik zie zo nog de stukken van de Duitse soldaten die getroffen waren op straat liggen. Zij waren uit die school gevlucht. Een met een been eraf en een ander...", hij maakt een wegwerpend gebaar, "die lagen daar op straat." Hij was nog jaren 'doodsbang' als er vliegtuigen over kwamen.

Met zijn eigen kinderen heeft hij er nooit over gepraat. "Dan word je emotioneel. Dan komen dingen boven die je eigenlijk liever verstopt houdt." Maar helemaal verstoppen lukt nooit. "Ik word soms 's nachts wakker en beleef het opnieuw. Dat is de waarheid." In zijn zesentachtigste levensjaar is het 'vijf voor twaalf' en vertelt hij zijn verhaal. "Het is belangrijk dat er iets blijft hangen, zodat wat er ooit gebeurd is, niet weer gebeurt." En bovendien: "Het lucht een beetje op."

De resten van de oude Storkfabriek in Hengelo.Beeld Nationaal Archief/Fotocollectie Anefo

Hun huis was onbewoonbaar geworden, dus bracht hij het einde van de oorlog met zijn broer door bij familie in Haaksbergen. Op zondag liepen ze naar hun ouders die onderdak hadden in Beckum. Onderweg kwamen ze langs een dennenbos bij Hengevelde. "We zijn daar verschillende keren aangehouden, want de Duitsers dachten dat wij spionnen waren." In het bos zag hij een 'afschietinstallatie' voor V1's of V2's. Deze onbemande projectielen met grote springladingen waren bedoeld voor Londen en Antwerpen, maar konden overal in de nabije omgeving neerstorten.

Verdwaalde projectielen

Inslagen van verdwaalde projectielen zijn buiten het centrum van Hengelo nog herkenbaar. Aan de Berfloweg bijvoorbeeld. De naoorlogse bebouwing begint vlakbij het huis van Gerrie Bloemen. Ze was negen jaar op 21 februari 1945. Een blije dag, want opa had stelten voor haar gemaakt. "Opa had achter het huis een werkplaatsje. 't Leuske, noemde hij dat." Die avond kreeg ze haar cadeau. "Ik was heel gelukkig met die stelten. Ze waren heel mooi." Het was de laatste keer dat ze opa zag.

Normaal ging ze om acht uur naar bed als het huis verduisterd werd, maar die bijzondere avond lag ze er om half negen nog niet in. "Dat is mijn geluk geweest. Ik sliep hier in de voorkamer." Ze wijst op een stuk van het kozijn dat is vervangen. "Daar is een bomscherf door naar binnen gevlogen. Er zat een schroeiplek in de deken van mijn bed."

De bom verwoestte zeventien huizen. Tweeëntwintig mensen waren dood. "Ik had mijn vader nog nooit zien huilen." Opa, oom, tante, een nicht en ook een neefje waren verdwenen. "Ik speelde vaak met mijn neefje. We maakten in het land een kuil met vuur van aardappelloof en poften dan aardappels. Als je thuis kwam, dan stonk je helemaal."

Het stationsgebouw.Beeld Nationaal Archief Fotocollectie Anefo

De beschadigde huizen werden niet direct afgebroken. "Als het waaide, durfde ik er niet langs te lopen. Ik vond die krakende huizen heel eng." Wat voor soort bom het was weet ze nog altijd niet. Men gaf de Duitsers de schuld. "Er werd altijd gezegd dat het een V1 was." Maar op lijsten van ingeslagen Duitse V1's en V2's komt de Hengelose Berfloweg niet voor. Het boek 'Hengelo in oorlogstijd' spreekt van 'een torpedobom', met andere woorden een verdwaald geallieerd projectiel.

Het gat

Mijn vader en tante Gerrie kennen elkaar al een mensenleven lang, maar over het gat in de Berfloweg hebben ze nooit gepraat. Het gat was er gewoon, zoals zoveel andere gaten. In naoorlogs Nederland stond geen legertje psychologen klaar om kinderen te helpen met hun oorlogstrauma's. Tante Gerrie: "Het is eigenlijk moeilijk voor te stellen hoe je als kind door die oorlog kwam."

Het land moest weer worden opgebouwd. Klagen over bommen van de bevrijders gaf geen pas. Men vierde de vrijheid. De negenjarige Gerrie liep achter de muziek aan. "Dat vond ik zo mooi. Dat had ik nog nooit gehoord. Toen waren mijn ouders me kwijt. Maar ze konden niet kwaad worden, toen ik weer thuis kwam."

Verder moest alles na de bevrijding zo snel mogelijk weer normaal worden. "Ook bij mijn vader thuis. De mensen dansten op het plein voor ons huis. Dat zie ik nog voor me. Alleen wij natuurlijk niet, want goede calvinisten dansten niet."

'Vergeten' bommen op Nederland

Geallieerde bommen hebben in Nederland tijdens de oorlog veel meer slachtoffers gemaakt dan Duitse. Het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD) gaat uit van 8000 tot 10.000 burgerdoden door luchtaanvallen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tot ongeveer 1300 van hen stierven door Duitse bombardementen. De bombardementen door de geallieerden en de slachtoffers die daarbij vielen, hebben een beperkte plaats in het collectieve geheugen gekregen. De geallieerden waren tenslotte onze bevrijders.

Beeld Nationaal Archief Fotocollectie Anefo

In Rotterdam spreekt men nog altijd van 'het vergeten bombardement'. Op 31 maart 1943 kwamen ongeveer vierhonderd mensen om, toen de 'vliegende forten' uit Engeland de haven misten en een woonwijk in de as legden. In totaal kwamen bij geallieerde aanvallen op Rotterdam ongeveer evenveel mensen om als bij het beruchte Duitse bombardement op 14 mei 1940.

De meeste schade was wat tegenwoordig collateral damage heet. Soms mikte men op een strategisch doel, maar gooide helemaal mis, zoals in Hengelo waar ongeveer honderd mensen omkwamen. Hetzelfde lot trof Amsterdam-Noord op 17 juli 1943, toen de Amerikanen de Fokkerfabriek onklaar probeerden te maken. Er vielen ruim tweehonderd burgerslachtoffers.

Oost-Nederland had extra te lijden door zogeheten 'vergissingsbombardementen', de geallieerden wierpen hun lading af omdat ze dachten dat ze al boven Duitsland vlogen. Zo werd Enschede tot twee keer toe gebombardeerd omdat de piloten de stad voor Münster aanzagen. In Arnhem en Nijmegen vielen honderden doden door bommen die voor Kleef en Goch waren bedoeld.

Aan het einde van de oorlog verscheen een nieuw luchtgevaar. De Duitsers zetten experimentele wapens in: de V1 en de V2, een soort raketten met springlading. De belangrijkste doelwitten waren Londen en de haven van Antwerpen, die al in geallieerde handen was. De raket- en straalmotortechnologie stond echter nog in de kinderschoenen en veel projectielen stortten kort na de lancering neer.

Vanuit Nederland werden ruim duizend V2's op Londen afgevuurd, vooral vanuit de omgeving van Den Haag. Op 3 maart 1945 probeerden de Britten een opslagplaats van V2's te raken. Hun bommen troffen de stad. Ruim 500 inwoners van Den Haag kwamen om het leven.

Lees in ons dossier meer over 4 en 5 mei.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden