Geadopteerde Nepalese zocht en vond 'bij toeval' haar moeder

ENSCHEDE - Nederland telt rond de 20 000 adoptiekinderen. De duizenden kinderen die tijdens de adoptiegolf in de jaren '70 werden aangenomen zijn onderhand volwassenen. Met het toenemen der jaren en het het zelfbewustzijn komen ook de vragen: waar kom ik vandaan, wie zijn mijn ouders en waarom werd ik afgestaan?

Sommigen zullen het nooit weten. Anderen wel. Rita Booisma (20) uit Enschede ging terug naar Nepal en vond er haar moeder terug.

Het weerzien was emotioneel en schokkend. De armoedige omstandigheden waaronder ze haar aantrof in Malangawar, waar het kwik in de maanden voor de moesson tot boven de 40 graden stijgt, heeft diepe indruk op haar gemaakt. Daarom kan Rita de vraag of ze achteraf gezien blij is met de expeditie naar haar vaderland, niet zonder meer bevestigend beantwoorden.

"Aan de ene kant ben ik hartstikke blij. Ik heb antwoord gekregen op bijna alle vragen waar ik al die jaren mee heb geworsteld. Aan de andere kant weet ik nu onder welke omstandigheden mijn moeder, mijn twee zusjes en mijn broer in Nepal moeten leven. De armoede heeft me naar de keel gegrepen. Ik voel me schuldig, omdat ik het hier zo veel beter heb. Nu ik het gezien heb, zit ik met de zorg over hoe ik ze helpen moet."

Het levensverhaal van Rita Booisma, die de eerste negen jaren Ritha Karki heette, bevat elementen voor een tv-drama in meer bedrijven. Het eerste begint in het dorpje aan de Bagmati Rivier, 250 kilometer van de Nepalese hoofdstad Kathmandu. Haar eerste levensjaren zijn zorgeloos. De problemen komen als Rita's vader, van wie ze slechts weet dat hij 'in de politiek zat en in aanzien stond', niet van de fles kan afblijven en bovendien geinteresseerd raakt in andere dames.

Geen geld

Na zijn dood in 1979, kan moeder Judu Dewi Karki nog maar nauwelijks rondkomen. De opbrengst van het landwerk is onvoldoende om zes kinderen mee te voeden.

Begin 1980 brengt moeder Karki haar oudste dochter Rita, op dat moment acht jaar oud, de drie jaar jongere dochter Rekha en Rita's halfbroer Rob naar het weeshuis Bal Mandir in Kathmandu. Ze zouden er acht maanden blijven. Rita zal de dag nooit vergeten, dat de directrice haar vroeg of ze het goed vond dat haar zusje Rekha mee zou gaan met blanke mensen. "Ik zei nee, maar toen ik de volgende dag van school kwam, zeiden andere kinderen dat ze Rekha bij blanke mensen in de auto hadden gezien. Ik ben onmiddellijk naar de slaapzaal gerend, maar haar bedje was leeg. Ik ben geloof ik nog nooit zo kwaad en verdrietig geweest."

Nadat haar zusje aan, naar later bleek, Noorse adoptie-ouders was meegegeven, kwamen Rita en haar half-broer Rob in Nederland terecht. Rita in Enschede en Rob in het nabijgelegen Haaksbergen. Al met al heeft het haar pleegouders tien mille gekost om haar naar Enschede te halen, heeft Rita wel eens gehoord. "Omdat alle pleegouders het liefst een zo jong mogelijk kind willen en omdat kinderen die ouder zijn dan zes Nepal niet uit mogen, hadden de mensen van het weeshuis ons op papier vijf jaar jonger gemaakt."

Krant

Naarmate ze ouder wordt, Rita heeft haar mbo-opleiding tot agogisch-werker bijna af en gaat na de vakantie naar de sociale academie, komen er steeds meer vragen over haar herkomst. Er zijn twee problemen: haar adoptie-ouders weten slechts de naam van het weeshuis en: een zoektocht in Nepal zal duizenden guldens kosten. Dat probleem wordt opgelost door het streekdagblad Tubantia. Een oudbuurman bij de krant weet de redactie te interesseren en uiteindelijk blijkt de krant bereid de reis te betalen en stapt ze in het gezelschap van verslaggever Albert Holterman, haar halfbroer Rob, een vriendin en diens vriend in het vliegtuig.

Dat de op de bonnefooi gemaakte reis al na vier dagen succesvol blijkt, is meer geluk dan wijsheid. Ene mister Sharma heeft zich vorstelijk laten betalen voor de voorbereidingen, maar blijkt niet veel te hebben uitgevoerd. Eenmaal in Kathmandu weet hij althans niet meer te melden dan dat de familie Karki uit Chitwan, een district bij de Chinese grens, afkomstig zou zijn.

De tocht erheen leidt tot niets. Er blijken 5 000 families Karki te wonen. De volgende dag biedt een toevallige ontmoeting met een meisje in het weeshuis Bal Mandir een aankopingspunt. "Zij vertelde dat mijn broer Radou een week eerder in het weeshuis was geweest om onze adressen te achterhalen. Hij zou in het zuiden van Nepal in het dorpje Malangawar wonen."

In een huurauto trekt men er andermaal op uit. Na negen uur rijden over smalle bergwegen, herkent Rita plotseling de brug over de rivier die zich langs haar geboortedorp slingert. "Ons huis stond er niet meer, maar dorpsbewoners vertelden dat mijn moeder 20 kilometer verderop zou wonen." De woonstee van Judu Dewi Karki, 50 jaar inmiddels, blijkt een huisje van leem. Ze woont er met Rita's jongste zusje Remou (14) en een negenjarig kleindochter. Het weerzien is emotioneel, maar verdere communicatie verloopt stroef omdat Rita het Nepalees is verleerd en haar moeder slechts die taal beheerst. "Toch heeft ze me in die dagen dat we er zijn geweest antwoord kunnen geven op al mijn vragen. Dat was heel belangrijk voor mij."

Maar er waren ook pijnlijke momenten. Het contrast tussen de verloren dochter uit het rijke Nederland en de rest van de familie was vooral in materiele zin schril. "Ik heb gemerkt dat het leven van mijn familie door armoede wordt beheerst. Steeds gingen de gesprekken over geld. Op het laatst ging me dat de keel uithangen. Ik begon me schuldig te voelen, omdat ik het zo veel beter heb dan zij. Maar ik heb tegen m'n moeder gezegd: jij hebt mij weggedaan, ik jou niet. Ze dachten dat ik miljonair ben. Ik moest in Kathmandu een huis voor m'n moeder laten bouwen, zeiden familieleden. Dat kost maar 20 000 gulden. Maar ik leef ook maar van een studiebeurs. Dat konden ze maar niet begrijpen."

Geld sturen

Ze heeft bij het afscheid beloofd regelmatig geld te zullen sturen. "Ik heb m'n moeder gezegd, dat ze een bankrekening moet openen. Maar in de hele omtrek is daar geen bank. Daarvoor moet je naar de hoofdstad. Mijn broer woont daar, dus dat moet lukken. Ik zal doen wat ik kan. Ook voor de opleiding van m'n zusje Remou. M'n moeder zegt dat ze naar school gaat, maar daar geloof ik niks van. In de streek waar zij wonen is helemaal geen school. Volgens mij werkt Remou gewoon op het land."

Het belangrijkste voor Rita is, dat ze nu beter zegt te begrijpen waarom ze werd afgestaan. "Als kind ben je je van armoede niet bewust. Ik heb voor mezelf nooit het gevoel gehad dat we arm waren in Nepal. Nu heb ik het met eigen ogen gezien." "Nee" , zegt ze tot slot, "ik heb geen moment gedacht: ik blijf hier want hier hoor ik. Sterker: ik was blij toen we weer naar Nederland gingen. Ik ben Nepal ontgroeid. Als ik er zou moeten wonen, zou ik onder dezelfde omstandigheden willen leven als m'n familie. Anders zou het schuldgevoel te groot worden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden