Geachte minister Donner,

In aanmerking nemende dat u de verantwoordelijke minister bent die zich bezighoudt met de coördinatie van de bestrijding van de islamistische terreur, en in aanmerking nemende dat u een actie bent gestart om de bevolking actiever tot aangifte van strafbare daden te bewegen, willen wij naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh van dinsdag 2 november jl. een klacht indienen - in de verwachting dat het Openbaar Ministerie vervolging zal instellen - tegen degene die de verdachte Mohammed B. tot zijn daden heeft aangezet.

Wij willen u er op wijzen dat de brief die de vermoedelijke moordenaar op het lichaam van dhr. Van Gogh heeft achtergelaten met de volgende woorden begint: 'In Naam van Allah de Barmhartige, de Genadevolle'. Naar onze mening maakt de verdachte hiermee kenbaar dat hij handelde op verzoek en/of in opdracht van dhr. God, zich ook noemende Allah, JHWH, de Almachtige, de Heer, de Barmhartige, Hij, Hem, Zijn, et cetera et cetera, geboortedatum onbekend en zonder vaste woon- of verblijfplaats, die de verdachte voor zijn daden materieel en immaterieel zou belonen.

In een boek dat volgens Zijn volgelingen door Hem persoonlijk is geschreven, schrijft dhr. God onder meer: 'O gij die gelooft wanneer gij hen die ongelovig zijn ontmoet optrekkende ten strijde wendt hun dan niet de ruggen toe. En wie hun op die dag zijn rug toewendt anders dan omtrekkende om te strijden of terugwijkende naar een verbonden schare die berokkent zich de toorn van God en zijn bestemmingsoord is de Hel en een kwade gang is dat.'

Elders schrijft dhr. God: 'En laat iemand niet menen dat zij die ongelovig zijn ontkomen zijn, zij zijn niet in staat iets uit te richten.'

Ofwel: hier roept dhr. God Zijn volgelingen op om ten strijde te trekken tegen 'hen die ongelovig zijn', en daarbij mogen Zijn volgelingen geen enkel mededogen betrachten of zich van hun strijd afkeren, zoals de beelden met het 'toewenden van de rug' duidelijk maken.

Over Zijn waardering van mensen die het niet met Hem eens zijn, is dhr. God openhartig: 'Maar zij die ongelovig zijn en Onze tekenen voor leugen verklaren, dat zijn de lieden van het Hellevuur.'

Gaarne wijzen wij u erop, geachte minister, dat hier een bevolkingsgroep - de agnosten en atheïsten - ernstig door Hem worden belasterd als 'lieden van het Hellevuur'. Dhr. God propageert kennelijk de opvatting dat mensen die niet in Hem geloven uit de hel afkomstig zijn en er naar zullen terugkeren; dit is nodeloos grievend en kwetsend.

Ernstiger is echter dat dhr. God in zijn boek oproept tot het aanbrengen van zwaar lichamelijk letsel aan, alsmede het verjagen en zelfs doden van, on- en andersgelovigen: 'Dat zij ter dood gebracht worden of gekruisigd of dat hun handen en voeten worden afgekapt van weerszijden of dat zij uit het land verbannen worden'.

Dhr. God heeft het in Zijn boek vooral gemunt op een specifieke bevolkingsgroep: de joden. Over hen schrijft Hij lasterend: 'Veler hunner zijn kwaadbedrijvers.' Ook roept Hij op de bezittingen van de joden te plunderen: 'Welke dadelpalmen gij ook afhouwt of laat staan op haar wortels, het is met verlof van God en opdat Hij de kwaadbedrijvers vernedert.'

Verder verwerpt dhr. God anti-discriminatiebepalingen ten aanzien van de maatschappelijke rol en positie van vrouwen: 'De mannen zijn opzichters over de vrouwen.' En Hij pleit voor onwettige polygamie: 'Huwt dan wat u aanstaat van de vrouwen een tweetal en een drietal en een viertal.' Zorgwekkend is Zijn oproep om lastige vrouwen met lichamelijk geweld tot de orde te roepen: 'Maar zij van wie gij opstandigheid vreest vermaant haar en vermijdt haar op de rustplaatsen en slaat haar.'

De mensen die Hem volgen noemen zichzelf 'gelovigen'. Zelf schrijft Hij dat zij 'vrezenden' zijn, ofwel Hij bedreigt hen in zulke hevige mate dat zij Hem vrezen. Indien u, geachte minister, een aflevering van de tv-serie The Sopranos gezien heeft, weet u dat dit een methode is die ook door Tony Soprano gehanteerd wordt: jaag de mensen angst aan, en als zij zich onderworpen hebben, beloon hen.

Dhr. God schrijft over de beloning van Zijn 'vrezenden': 'Voor de vrezenden is er een plaats van gelukzaligheid: tuinen en wijnranken en gezellinnen met geronde boezem en welgevulde bekers.'

Ofwel: wie Hem volgt en vreest en Zijn oproepen tot het vervolgen van on- of andersgelovigen navolgt, wordt de belofte gedaan dat hem drank en vrouwen met grote borsten worden geschonken.

Volgens ons bestaat een reëel vermoeden dat op dhr. God de volgende artikelen en bepalingen van toepassing zijn:

Allereerst schijnt Hij moord (289 Sr) te hebben uitgelokt. Ten aanzien van de strafbaarheid zoals gesteld in art. 47, lid 1, sub 2, dient de uitlokker aan de volgende voorwaarden te voldoen:

1. Tenminste één der uitlokkingmiddelen heeft Hij gebruikt. In dit geval moet het gaan om beloften (paradijs en gezellinnen met geronde boezem), dan wel misbruik van Zijn gezag (Zijn volgelingen beschouwen Hem als de Meest Verhevene) en ook bedreiging (hel en verdoemenis).

2. Zonder de uitlokker (dhr. God) zou de feitelijke verdachte van de moord op Van Gogh (Mohammed B.) noch het plan hebben opgevat, noch tot zijn daad overgegaan zijn.

3. Bij de uitlokker moet sprake zijn van dubbel opzet:

3.1 opzet ten aanzien van de uitlokking zelf (dit lijkt ons evident), en

3.2 opzet ten aanzien van het concrete misdrijf (Mohammed B. schreef dat dhr. God deze moord gerealiseerd wilde zien).

Noot: in ieder geval kan het opzet bij dhr. God aanwezig geacht worden, aangezien Hij willens en wetens de geenszins als denkbeeldig te verwaarlozen kans heeft genomen dat Zijn woorden Mohammed B. tot de moord op Theo van Gogh zouden bewegen.

4. De dader heeft het feit uitgevoerd.

5. De dader heeft het strafbare feit niet voor zichzelf maar voor de uitlokker uitgevoerd.

Subsidiair kan dhr. God worden aangemerkt als medeplichtige volgens art. 48 Sr: 'Als medeplichtigen van een misdrijf worden gestraft zij die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf.'

Meer subsidiair kan dhr. God er ook van verdacht worden art. 135 Sr te hebben overtreden: 'Hij die, kennis dragende van een samenspanning tot een der in de artikelen 92-95a, 102 of 121 bedoelde misdrijven, op een tijdstip waarop het plegen van deze misdrijven nog kan worden voorkomen, opzettelijk nalaat daarvan tijdig voldoende kennis te geven, hetzij aan de ambtenaren van de justitie of politie, hetzij aan de bedreigde, wordt, indien misdrijf is gevolgd gestraft met etc.'

Verder is art. 93 Sr van kracht: 'De aanslag ondernomen met het oogmerk om het Rijk geheel of gedeeltelijk onder vreemde heerschappij te brengen of om een deel daarvan af te scheiden, wordt gestraft met etc.'

Ook kan men ten aanzien van dhr. God een beroep doen op Artikel 4 van het Wetboek van strafrecht, en met name lid 15: 'De Nederlandse strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten Nederland schuldig maakt aan een terroristisch misdrijf, indien het misdrijf is gepleegd met het oogmerk de bevolking of een deel der bevolking van Nederland vrees aan te jagen, [...] of de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van Nederland [...] ernstig te ontwrichten of te vernietigen.'

Geachte minister, het is van het hoogste belang uw politie- en inlichtingendiensten opdracht te geven dhr. God zo spoedig mogelijk op te sporen en in verzekerde bewaring te stellen en Hem te (doen) ondervragen voordat andere vrezenden de daden en het gedrag van de verdachte Mohammed B. navolgen, die naar het zich laat aanzien weinig anders deed dan de opdrachten en aanwijzingen van zijn Heer uitvoeren. Aangezien volgens vrezenden dhr. God zich overal ophoudt, hoeft deze opsporing niet lang te duren.

Met de meeste hoogachting,

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden