Gatti en Audi toveren met Wagner

recensie | Daniele Gatti, de nieuwe chef-dirigent van het Concertgebouworkest, en Pierre Audi, directeur van De Nationale Opera, ontmoeten elkaar in Parijs voor hun eerste samenwerking: Wagners 'Tristan und Isolde'.

Dirigent Daniele Gatti en regisseur Pierre Audi hebben afzonderlijk van elkaar al heel wat Wagner-successen op hun naam geschreven. Zo dirigeerde de toekomstige chef van het Koninklijk Concertgebouworkest vier jaar op een rij een spectaculaire 'Parsifal' in Bayreuth en onderscheidde hij zich op de Salzburger Festspiele met een al even euforisch ontvangen 'Die Meistersinger von Nürnberg'. De directeur van De Nationale Opera was in Amsterdam onder andere verantwoordelijk voor een sensationele enscenering van 'Der Ring des Nibelungen' en een opmerkelijke 'Parsifal' in samenwerking met beeldend kunstenaar Anish Kapoor.

Wagners grote liefdesdrama 'Tristan und Isolde' was voor beiden onontgonnen terrein, dat ze getweeën - hun eerste samenwerking - vorige week donderdag voortvarend omploegden in het Théâtre des Champs-Elysées. De enscenering is een co-productie tussen dit Parijse theater, het Teatro dell'Opera in Rome en De Nationale Opera in Amsterdam. Hier zal de productie in 2018 te zien zijn, maar dan gedirigeerd door Marc Albrecht. Gatti zal wel de enscenering in Rome leiden.

Gatti en Audi kregen donderdagavond van het als zeer lastig en kritisch bekendstaande Parijse operapubliek aardig wat boegeroep over zich heen. Maar elke keiharde boe ontlokte elders een even luide bravo, en zo hielden af- en goedkeuring elkaar uiteindelijk mooi in evenwicht.

In de bak zat het Orchestre National de France, een van de Franse radio-orkesten waar Gatti nog even chef-dirigent is. Gatti en Wagner accorderen op een bijzondere manier. Zelfs als het orkest niet van een echt topniveau is, zoals nu, dan nog weet Gatti wonderen te verrichten. En ook al heeft de Italiaan de naam extreem langzame tempi te prefereren, daar was op deze avond niets van te merken. Het muzikale verloop ontstond volkomen organisch en paste zich als het ware naadloos aan op wat er op de bühne gebeurde. Mooi hoe Gatti schakelde tussen licht en donker en hoe hij het kamermuziekachtige in de partituur naar boven wist te halen. De risico's die Gatti zich veroorloofde met stiltes en gedurfd lange pauzes betaalden zich dubbel en dwars uit.

In Wagners door en door chromatische partituur slingerde Gatti zich gracieus en doelgericht door harmonische voorhoudingen en quasi-oplossingen naar de finale transfiguratie van Isolde's 'Liebestod'. Hij realiseerde een fenomenale muzikale opbouw die zich daar uitermate logisch ontlaadde in een muziektheatraal wondertje.

Gatti werd daar in dat laatste tableau machtig mooi geholpen door Audi's beeldenrijkdom, en door de Isolde van Rachel Nicholls. Audi zette Isolde hier in fel tegenlicht. Ze was niet meer dan een profiel, een schaduw van de eerdere Isolde, zonder persoonlijkheid, ontdaan van haar lange haren. Terwijl Gatti de laatste noten geniaal liet wegsterven liep zij het felle licht tegemoet, ging er haast in op.

Het was buitengewoon ontroerend niet in de laatste plaats door de persoon en de stem van de jonge Nicholls. Amper vier jaar geleden maakte de Britse baroksopraan de ongebruikelijke en risicovolle stap van Bach naar Wagner. Toen de in Parijs gecaste Emily Magee wegens familieomstandigheden de repetities verliet, kwam men bij Nicholls uit. Wat een gouden greep! Fantastisch om een nog nauwelijks door zware rollen aangetaste stem in dit repertoire te horen. Messcherp en toonvast vlijde haar stem zich in het door Gatti losgewoelde Wagnerweefsel. En dat Nicholls voor geen kleintje vervaart is, bewees ze met haar stevige woedeuitbarstingen in het eerste bedrijf. Een grote ontdekking deze zangeres.

In drie heel verschillende decors vol symboliek en poëzie vertelde Audi een vanaf het begin omineus en donker verhaal met enkele bekende Audi-elementen. Zo begon elke akte vanuit het aardedonker met Gatti al onzichtbaar aanwezig in de bak, en schoven er weer decorplaten de nok van het theater in. Schitterend was het spel met licht in deze 'nachtelijke' opera. Als Tristan in de derde akte de geest geeft, dooft eindelijk het scherpe lichtje dat al die tijd irritant de zaal in scheen. Vaak lijkt het of personages elkaar diepere betekenissen doorgeven door hun voorhoofden tegen elkaar aan te laten te rusten - een prachtig menselijk beeld, dat steeds terugkeert. Zoals vaak bij Audi is niet alles even makkelijk te doorgronden, maar je voelt wel altijd een diepere betekenis achter zijn beelden. En hij laat de personages mooie en onverwachte relaties met elkaar aangaan.

Torsten Kerl zong een behoorlijk goede Tristan, maar klonk vermoeid in de laatste akte en haalde niet het jeugdige elan van zijn Isolde. Michelle Breedt (Brangäne) en Brett Polegato (Kurwenal) overtuigden, evenals Steven Humes (Marke). Misschien niet in alles een exceptionele opera-ervaring, maar Audi en Gatti laten je na het slotakkoord nog lang nadenken over hun Tristan en Isolde.

'Tristan und Isolde' is nog te zien t/m 24 mei.

www.theatrechampselysees.fr

OPERA

Tristan und Isolde Théâtre des Champs-Elysées HHHHH

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden