Gaten in het wegdek

Uitkijken is het devies op de avenues van Washington. Wie niet oplet, rijdt in een kuil. Het slechte wegdek is een teken dat de overheid te weinig geld heeft. De VS worstelen al decennia met de omvang van de overheid, noteert Theeuwes in zijn 100ste column. Jules Theeuwes, Visiting Scholar, Stanford University

Washington DC heeft prachtige avenues omzoomd door statige bomen en verzorgde tuinen van peperdure villa's. Echter, de kwaliteit van het wegdek haalt het niet bij een landweg in het binnenland van Zaïre. Auto's slalommen behendig langs grote gaten in het wegdek. Wie mist, klapt met zijn kin op het stuur. De enorme armoe in het midden van de straat steekt schril af tegen de rijkdom van de huizen langs de kant. Het is publieke armoede temidden van private rijkdom.

John Kenneth Galbraith is een boom van een econoom, een grote man in meerdere betekenissen van het woord. Qua wereldfaam de Michael Jackson onder de economen. Die faam heeft hij vooral te danken aan “The Affluent Society” (de rijke samenleving), zijn boek uit 1958 waarvan miljoenen exemplaren werden verkocht over de hele wereld. Zijn boek was een aanklacht tegen het onevenwicht tussen de overvloedige consumptie van de burger en het gebrek aan publieke voorzieningen. Het Amerikaanse kapitalisme was in de jaren vijftig alleen gericht op het produceren van kamergrote koelkasten en aan benzine verslaafde auto's met de vlijmscherpe staartvinnen en had geen aandacht voor openbaar vervoer, onderwijs, gezondheidszorg en armoede in de getto's.

In de jaren zestig veranderde de marsroute toen Kennedy een nieuwe generatie economen meebracht naar het Witte Huis. De overheid ging de economie sturen met behulp van publieke consumptie en overheidsinvesteringen. Kennedy wou niet alleen een man op de maan, maar ook veel meer jongeren in de universiteit. In zijn voetspoor bouwde Johnson aan de “The Great Society”, zoals de Amerikanen hun mini-welvaartsstaat noemden. In de jaren zestig en zeventig groeiden in Europa het geloof in de maakbaarheid van de samenleving en deinde de welvaartsstaat steeds verder uit.

Toen Reagan in 1981 aan de macht kwam, keerde het tij. Hij wou minder belastingen, minder collectieve voorzieningen, minder overheid. De omslag was universeel. Vanaf het begin van de jaren tachtig willen ook de meeste Europese landen minder overheid. Het falen van het socialistische experiment in Oost-Europa heeft in de jaren negentig de tendens naar meer markt alleen maar versterkt. Amerika gaat ons in deze voor. De negatieve effecten van jarenlange bezuinigingen worden hier dan ook het eerst zichtbaar.

De meer dan een pond wegende zondagedities van de grote kranten staan boordevol voorbeelden van de verwaarlozing van de overheidssector. Er is de waarschuwing aan de rijke burgers van de arme hoofdstad Washington om het water uit de kraan eerst te koken. Het waterleidingbedrijf heeft geen geld genoeg om het water helemaal schoon te filteren. Er is een artikel over de zorgelijke financiële situatie van de overvolle gevangenissen waarin wordt voorgesteld om de gevangenen zelf te laten betalen voor hun onderhoud. Een onderwijsdeskundige klaagt voor de zoveelste keer over de verloedering van het onderwijs. Een kwart van de scholieren kan aan het eind van de middelbare school niet eens fatsoenlijk lezen. De helft heeft geen benul van de recente wereldgeschiedenis. Wereldberoemde nationale parken als Yellowstone in Wyoming en Yosemite in Californië die jaarlijks 270 miljoen bezoekers uit de hele wereld trekken, raken in verval omdat hun budget steeds kleiner wordt. Ze hebben voor miljarden aan achterstallig onderhoud. Als Galbraith zijn boek uit de jaren vijftig opnieuw wil uitgeven hoeft hij geen letter te veranderen.

De overheidssector was te mager in de jaren vijftig, werd te dik in de jaren zestig en te vet in de jaren zeventig, staat op streng dieet sinds de jaren tachtig en kan in de jaren negentig zijn broek niet meer ophouden. Het is verbazend hoe de samenleving alsmaar doorschiet in de omvang van de overheidssector. Er is altijd teveel of te weinig overheid, nooit net genoeg.

Er zijn goede redenen waarom dat zo schommelt. De omvang van de overheid hangt af van de politieke kleur van de regering en de regeringskleuren schommelen over de verkiezingen. Politieke processen werken als een spiraal. Als de boeren in Groningen wat krijgen, moeten die van Brabant ook wat hebben. Als de boeren wat krijgen, moeten de stadslui ook wat hebben. Voorzieningen voor de ene lokken voorzieningen voor de anderen uit. Als de ene wat wordt afgepakt, dan moeten ook de andere inleveren en glijden we steeds harde naar beneden. Tenslotte weten we eigenlijk niet goed wat de optimale grootte van de overheid is. Alleen wanneer de gaten in het wegdek zo groot zijn dat we erin verongelukken weten we dat de overheid te klein is geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden