Gast aan tafel (2)

Hahaha, je ziet er veel te welvarend uit", mailde mijn neef Menno me toen ik hier twee weken geleden had geschreven dat ik in de Amsterdamse grachtengordel een beroep zou gaan doen op de 'joost-christelijke barmhartigheid'.

Ik zou bij de voor veel geld verbouwde souterrains van de grachtenpanden naar binnen kijken of de bewoners aan de eettafel of rond het kookeiland vergaderd waren en aanbellen of tegen het raam tikken om te vragen of ik mocht meeëten. Zo wilde ik de veelbesproken elite beter leren kennen en tegelijk mijn maag vullen.

Ik heb op dit gebied wel iets te bewijzen. In de jaren '50 voorzag mijn vader in zijn voeding door op willekeurige adressen aan te bellen en met een overrompelend verhaal een plaats aan de eettafel te bemachtigen. Zo deed hij zich enige tijd voor als een Hongaarse vluchteling met de naam Joszef Katus. Hij ging er prat op dat hij wist te bepalen welk nagerecht er op tafel kwam. Een groot voorbeeld.

Op een waterkoude avond volgde ik het licht van de straatlantaarns langs de Amsterdamse grachten. Op de Leidsegracht zag ik een warme gloed uit een souterrain op het beijzelde plaveisel vallen. Aan een helderhouten eettafel zaten een man en een vrouw, veertigers, en een jongetje van een jaar of tien aan het avondeten. Gezonde kost, veel groenten. Ik tikte tegen het raam. Verbaasd en ook wat onzeker werd er opgekeken naar deze onbekende. Met gebaren maakte ik duidelijk dat ik iets wilde zeggen. De man, groot en gebruind, stond op en kwam naar de deur. "Ja?"

"Goedenavond", zei ik, "ik ben een arme laagopgeleide en ik kom een beroep doen op uw joost-christelijke barmhartigheid. Zou ik misschien mogen meeëten?"

Het gezicht van de man ontspande; hij begon te lachen. "Sorry dat ik het zeg, maar u ziet er niet armlastig uit."

"Ik weet het", zei ik, "dat is mijn probleem." De man liet mij niet binnen, maar ik kon wel een banaan uit de fruitschaal meekrijgen. Zo verging het mij aan meerdere adressen; ik kwam er niet in, maar na verloop van tijd sjouwde ik een plastic boodschappentas vol aalmoezen met mij mee, waaronder een half afgebroken stokbrood, een blikje kikkererwten, een flesje water, een mueslireep, een blikje Heineken, een plastic zakje met het restant van een bamischotel en vooral veel fruit. Dit was niet de bedoeling; ik wilde de elite leren kennen.

Op de Looiersgracht dacht ik eindelijk beet te hebben. In een souterrain wachtte een feestelijk gedekte tafel op een gezelschap dat met witte wijn in de hand stond te praten tussen kasten vol boeken, cd's en grammofoonplaten. Ik herinner me vooral een vrouw van ongeveer vijftig, die elegant op de zijleuning van een bank zat. Met tikken tegen het raam trok ik de aandacht van de heer des huizes, een zestiger in huiselijke trui en ribfluwelen broek. Ik draaide mijn openingszin af. Bij 'arme laagopgeleide' trok hij zijn mondhoeken omlaag en na 'joost-christelijke barmhartigheid' zei hij: "Nee, nee, dank u wel."

"U bent joost noch christelijk?" vroeg ik.

"Nee, en ik ga de deur nu dichtdoen. Goedenavond."

Mijn conclusie na een avond onderzoek in de grachtengordel is dat de elite eerder vrijgevig dan gastvrij is. Helaas heb ik mijn vader nog niet kunnen evenaren door een plek aan tafel te veroveren, maar ik kan behoeftigen alleen maar aanbevelen om naar de grachtengordel te komen en op de ramen der souterrains te tikken.

Er valt het nodige te halen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden