Gast aan tafel (1)

Op koude, donkere winteravonden mag ik graag langs de Amsterdamse grachten wandelen. Alleen, natuurlijk. Ik hou van het licht dat uit de solitaire straatlantaarns valt. Het doet me aan het begin van 'Le doulos' denken, een Franse misdaadfilm uit 1963, waarin Serge Reggiani buitgemaakte juwelen en een revolver aan de voet van net zo'n straatlantaarn begraaft. Als kind gezien en nooit meer vergeten.

Recentelijk trof ik een vergelijkbare scène in 'Misdaad en straf' aan. Toch goed dat ik even door Dostojevski's klassieke stoeptegel heb gebladerd. Niet gekocht, overigens. Niet goed genoeg.

De winterkou, het contrast tussen licht en donker en de eenzaamheid, maken dat het op de grachten nog steeds een beetje negentiende-eeuws aanvoelt. Dickensiaans. Als je omhoogkijkt zie je de plafonds van de bel-etages. Er zitten prachtige exemplaren tussen. Je vraagt je af hoe ze dat deden, die stukadoors. Lijkt me frustrerend, werken tegen de zwaartekracht.

Er staan ook altijd boekenkasten, die vaak tot aan het plafond reiken. Ongetwijfeld staat Dostojewski erin. Hier wonen hoogopgeleide mensen. En ze zijn niet alleen hoogopgeleid, maar ook lang, anders zouden ze niet bij de hoogste boeken kunnen komen. Ze hebben goed gegeten als kind. Je moet goed eten om hoogopgeleid en lang te worden.

Bij de kou, het donker en de eenzaamheid komt nog de honger. Op avonden dat ik langs de grachten ga wandelen, zorg ik dat ik een lege maag heb. Dat versterkt het negentiende-eeuwse gevoel. Ik ben niet geïnteresseerd in de bel-etages en wat daarboven zit. Dat is te hoog voor mij. Ik kijk in de souterrains.

De souterrains zijn de voormalige kelders van de grachtenpanden, die voor veel geld verbouwd zijn tot prachtige woningen. Dat willen de bewoners weten en daarom mag iedereen naar binnen kijken. Ik zorg dat ik er rond etenstijd ben, de etenstijd van de elite. De bewoners zitten in de langgerekte voorkamers aan de eettafel of zijn bezig rond een kookeiland. Toen ik het woord kookeiland voor het eerst hoorde, dacht ik aan een Caribisch smokkelaarsnest, maar het is een keukenblok dat midden in de kamer staat. Eten staat hier centraal. De kinderen moeten lang en hoogopgeleid worden.

Ik blijf voor de onder straatniveau liggende ramen staan en kijk naar binnen. Soms kijkt iemand geïrriteerd op en dan loop ik door. Maar soms kijkt iemand even op en negeert me verder. Dan blijf ik gewoon staan. Als ik uitgekeken ben, ga ik bij Manneken Pis op het Damrak een zak friet eten.

Ik ben niet jaloers. Ik gun iedereen het beste en kan genieten van andermans geluk. Ik reken mezelf tot de werkende armen, maar deze blanke man krijg je niet boos. Je moet spelen met de kaarten die je hebt. Wel zou ik graag willen weten 'How the other half lives', om de titel van Jacob Riis' beroemde fotoboek aan te halen. Hoe zou het zijn om met die mensen in zo'n souterrain te eten? Wat komt er op tafel? Waarover zouden ze het hebben?

Ik heb iemand wel eens horen zeggen dat we in een 'joost-christelijke samenleving' wonen. Wat zou er gebeuren als ik zou aanbellen met: "Goedenavond, ik ben een laagopgeleide schrijver, die een beroep komt doen op uw joost-christelijke barmhartigheid?" Dat ik dat nog niet gedaan heb, heeft niets met schaamte mijnerzijds te maken. Ik schaam me nergens voor, maar ik wil die bewoners niet in verlegenheid brengen. Nu heb ik mij echter voorgenomen aan te bellen.

Over enkele weken zal ik hier verslag doen van mijn bevindingen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden