GAS, KRATERGOD OF KERNBOM - 'T BLIJFT SPOKEN IN HET

Na bijna zes jaar en 27 wetenschappelijke expedities is er nog geen afdoende verklaring voor de mysterieuze dood van 1 788 mensen bij het Nyosmeer in Kameroen. 'Waanzinnige vulkanologen' en andere wetenschappers bestoken elkaar met vijandige theorieen. De dorpelingen denken het hunne ervan: het was een neutronenbom. Hoe het ook zij, in de diepte borrelt het nog altijd dreigend.

ASTRID SMIT; FRANK WESTERMAN

De bovenloop van de rivier Katsina in het noordwesten van Kameroen komt in de doorgaans betrouwbare Smithsonian vulkaangids niet voor als een streek met werkende vulkanen. Dat is vreemd, want de bergrug ligt pal op een breuklijn die zich uitstrekt van de Golf van Biafra tot aan de Sahara. Vreemd ook omdat het savanne-hoogland bezaaid is met vulkaankraters, sommige niet groter dan een duinpan, andere, zoals het Nyosmeer, gevuld met een watermassa van 208 meter diep. De streek is zo onherbergzaam dat de zendelingen van de Amerikaanse Helimission zich per helikopter verplaatsen. Wanneer in de maand augustus de regentijd ten einde loopt, is het gebied over land nauwelijks nog te bereiken. Dat was ook het geval toen er op donderdag 21 augustus 1986, tussen negen en tien uur 's avonds, een gaswolk van negen voetbalvelden hoog, breed en diep, uit het Nyosmeer ontsnapte. De wolk suisde over de kraterwand heen de vallei binnen. Door een rukwind knapten de bananebomen op de vulkaanhelling, het gas vulde het stroomdal, verstikte het leven in de dorpjes Nyos, Cha, Su-bum en het dertig kilometer benedenstrooms gelegen Fang. Het kraakheldere meer was veranderd in een modderpoel met rode slierten. De tragedie was het grootst in het dorpje Nyos, waar die dag markt was geweest. De rondtrekkende veedrijvers, de Fulani, en de akkerbouwers, de Bantu, waren naar Nyos gekomen voor hun ruilhandel. 's Avonds waren veel mensen in de dorpskroegen blijven hangen.

Toch is er slechts een ooggetuigeverslag opgetekend, dat van Kalus Ketu. In de wijde omtrek stond deze Fulani-veedrijver bekend als eigenzinnig, omdat hij alleen woonde in zijn kleihut boven op de steile kraterwand. Achteraf bleek de ligging van zijn onderkomen zijn redding, doordat de verstikkende damp niet zo hoog is gekomen. Juist had Ketu de kookpot op het vuur gezet, toen hij in de verte gerommel hoorde. "Alsof er een sterke wind opstak', vertelde hij. "Daarna kwam de knal, ik dacht aan een donderslag. Ik liep mijn huis uit en zag een kolom van rook en vuur. Ik dacht dat het meer zich aan het verplaatsen was. Er steeg een dikke wolk op die naar rotte eieren rook. Ik werd duizelig en moest braken, ben buiten op een stoel gaan zitten. De wolk zakte het dal in. Ik hoorde het geloei van koeien en daarna was het stil."

Precies twee jaar en vijf dagen eerder was het nabijgelegen kratermeer Monoun ontploft - waarbij 37 landarbeiders door verstikking stierven. Het Nyosmeer eiste 1788 levens.

Op basis van een paar ruwe, fragmentarische gegevens begonnen onderzoekers uit de hele wereld aan een academische wedloop: wie zou als eerste het raadsel van het Nyosmeer oplossen? De beta-wetenschappers waren vooral geinteresseerd in de eigenschappen van de aardkorst ter plekke, terwijl de alfa's, aangevoerd door de antropologen, op zoek gingen naar plaatselijke volksvertellingen. Wellicht gingen er in de mythen verwijzingen naar soortgelijke rampen in het verleden schuil. En wie weet hoort het exploderende kratermeer wel evenzeer bij Kameroen als de geiser bij IJsland.

" Ze zeggen dat het een natuurramp was. Een gasexplosie of zoiets." De Fon, de koning van Bafmeng, staat sceptisch tegenover de officiele lezing over het Nyosmeer, dat aan de rand van zijn koninkrijk ligt. De monarch is nauwelijks te onderscheiden in zijn audientiezaal. Hij zit op zijn troon tegen de achterwand van het duistere vertrek, een opgezet luipaard aan zijn voeten. Aan het plafond hangen twee tl-buizen, maar die doen het niet. De koning weigert de theorie over een natuurramp te aanvaarden, zolang geen van de wetenschappers hem na zes jaar precies kan vertellen wat voor gril van de natuur zijn volk heeft gedecimeerd. Hij heeft ze zien komen en gaan met hun helikopters waarin ze zware kisten met metaalbeslag naar het kratermeer vervoerden. Woedend is hij: "Het kan best zijn dat ze toestemming hebben van de hoofdstad Yaounde, but I'm the ruler of the place" , buldert de Fon die zich laat zich aanspreken met Koninklijke Hoogheid. Hoewel hij formeel onderworpen is aan het provinciebestuur, deelt hij de feitelijke macht in het koninkrijk van Bafmeng met de priester-filosoof Jaap Nielen uit Wormerveer. De schaarse gebouwen van steen die ook nog over een stroomgenerator beschikken, zijn het missiehuis en het paleis. De Fon is opgevoed in de christelijke traditie, daarvan getuigt het kruis boven z'n troon, maar hij verkoos de veelwijverij boven het celibaat van de pater.

De koning gelooft in de kratergod van Nyos. Hij en zijn raad van oudsten weten met welke rituelen de God van het Meer mild kan worden gestemd. Op de bodem van het Nyosmeer, legt de koning uit, wonen de geesten van de gestorven voorouders. Sommige jagers zien af en toe jonge meisjes uit het water opstijgen, die verleidingsdansen opvoeren, maar zodra je bij ze in de buurt komt, verdwijnen ze onder de waterspiegel. De Fon vertelt dat de geesten van de voorouders hem in zijn dromen bezoeken. "We no sleep fine', zegt hij in het pidgin-Engels dat hier wordt gesproken. "Als de geleerden niet het fatsoen hebben mij te vertellen wat voor experimenten ze gaan doen, dan zal ik ze tegenhouden."

De achterdocht jegens blanken die hun sondes in het meer neerlaten, wordt almaar groter. De Franse geofysicus Olivier Leenhardt is begin dit jaar door de dorpelingen omsingeld en aan een kruisverhoor onderworpen over de diepere bedoeling van het elektro-magnetisch onderzoek naar magma-kamers onder het Nyosmeer. Ieder experiment is een extra bewijs dat een vreemde mogendheid opnieuw een kernproef aan het voorbereiden is. Met een neutronenbom, net als op die rampzalige dag in 1986. Want toen, heet het in de volksmond, heeft iemand het effect van dit nucleaire wapen op de bevolking van Kameroen uitgetest. Hoe anders is de aanblik van de vallei te verklaren, daags na de ramp? Al het leven was uitgeroeid, zelfs insekten waren verdwenen, terwijl de huizen, de kraampjes op de markt en de raffiapalmen bij de rivier intact waren gebleven. Sterker nog, vertellen de dorpelingen, in hetzelfde jaar dat het meertje Njupi, op een steenworp afstand van het Nyosmeer, zich met veel misbaar heeft verplaatst, hebben een stel jagers een bulldozer in de krater gezien. De graafmachine was bezig grote keien opzij te schuiven, zonder dat er iemand in zat.

Met grote hardnekkigheid duikt het verhaal van de neutronenbom telkens weer op. Tot in de hoogste echelons in de hoofdstad Yaounde heeft deze komplottheorie fanatieke aanhangers. Maar of de Amerikanen, de Fransen, of de Israeliers erachter zitten, daarover bestaan verschillen de meningen.

Ook de koning wil de mogelijkheid van een nucleaire wapentest niet uitvlakken. Hij heeft zijn juju's - gemaskerde geesten die zich kunnen uitdossen als takkenbossen - in staat van waakzaamheid gebracht. Juju's voeren als gezanten van de koning geheime opdrachten uit, van intimidatie tot vergiftiging. Laatst nog hebben ze een Amerikaans gezinnetje van het Summer Institute of Linguistics ontvoerd. De pas aangekomen evangelisten (het instituut met de neutrale naam vertaalt de bijbel in exotische talen) waren aan het picknicken bij een kratermeertje. De dochtertjes waren juist bezig een hengel van riet te maken om te vissen, toen de juju's hen overvielen. De Amerikanen hadden een verdacht pakketje in het meer gestopt, luidde de aanklacht toen ze aan de koning werden voorgeleid. De bijbelvertalers kwamen op borgsom vrij.

In decreet 86/1144 van 22 september 1986 bepaalde president Paul Biya dat de oorzaak van de catastrofe tot op de bodem moet worden uitgezocht. Een van de mensen die zitting krijgt in de onderzoekscommissie is Paul Nkwi, een antropoloog uit het dorpje Wombong dat op veertig kilometer van het meer ligt. Nkwi heeft zijn doctorsgraad in het Beierse Zwarte Woud gehaald en was eens gasthoogleraar aan Harvard. "Wij hebben de regering voorgesteld om het Nyosmeer leeg te pompen" , vertelt hij in de terreinwagen op weg naar zijn geboortedorp. Een kratermeer van tweehonderd meter diep leegpompen? "Ja, als het werkelijk een neutronenbom is geweest, dan zouden we vanzelf op de restanten stuiten." Als er een wegversperring opdoemt en een zwaar bewapende soldaat naar de papieren vraagt, imponeert Nkwi hem met een knikje van zijn kin: Wat mot je? "Controle" , zegt de rode baret afgemeten. "Misschien rijdt u in een gestolen auto." De antropoloog moet zijn buik vasthouden van het lachen. "He, come on man, iemand met mijn positie" , bluft hij, "natuurlijk rijdt-ie in een gestolen auto."

Professor Nkwi legt uit dat Kameroen een kritieke fase heeft beleefd waarin veel 'toevallige' gebeurtenissen zich opstapelden. Het begon met de mislukte staatsgreep in de zomer van 1984, toen 'huurlingen' het bewind van Paul Biyaaan het wankelen brachten. Niet lang daarna ontplofte het Monoun-meer. Was dit een aanslag van opstandelingen die vanuit Nigeria op Kameroenees grondgebied waren doorgedrongen? Nkwi leidde het onderzoek naar de raadselachtige explosie van het kratermeer. "Van de 37 slachtoffers konden we er 36 identificeren" , zegt hij gedecideerd. "Wij vonden dat zeer verdacht. Die ene onbekende - had die een bom gelegd?"

"Twee Franse ontwikkelingswerkers, die op een nabij gelegen koffieplantage werkten, hadden het land twee dagen voor de ramp verlaten. Zat de voormalige kolonisator Frankrijk erachter?"

Het onderzoek was nog maar net begonnen, of er stortte een vliegtuigje van een belangrijke Kameroenese zakenman neer bij een ander kratermeer, het Oku-meer. "Het toestel kwam uit Gabon, week af van de opgegeven koers en boorde zich in de kraterwand van het Okumeer. We vroegen ons af: was het soms de bedoeling een bom in het meer te droppen?" Toen in 1986 het Nyosmeer ontplofte was hij nauwelijks verbaasd. "Het was een kettingreactie van onverklaarbare gebeurtenissen."

De 50-jarige hoogleraar ('zeg, vertel eens een mop over Surinamers') geniet zichtbaar van de tocht door de Grassfields, zoals de vruchtbare streek heet. Hij is hier geboren en getogen, en ook heeft hij hier veldonderzoek gedaan. Nkwi is een van de antropologen die de mythologische verhalen van de bevolking heeft uitgeplozen op eventuele eerdere explosies van kratermeren. Zo hoopte hij een brug te slaan tussen de wereld van de volksverhalen en die van de vulkanologen, voor wie slechts harde, onweerlegbare feiten tellen. Terwijl de terreinwagen door de rode blubber maalt, vertelt hij de legenden die kunnen duiden op vroegere explosies van kratermeren. Het Okumeer bijvoorbeeld, wordt een vernietigende werking toegedicht. Het verhaal gaat als volgt: twee rivaliserende Fons dalen af in het meer - de een keert terug, de ander niet. In het heldere water zijn rode slierten te zien: het bloed van een vermoorde koning. Dat blijkt een voorbode te zijn van een explosie waarmee het slachtoffer zich wreekt. "Het water van het Okumeer rees op uit de krater en vaagde het volk van de moordenaar van de aardbodem" , vertelt de antropoloog, wijzend op de in nevelen gehulde vulkaan Oku in de verte.

De Komdynastie kent een soortgelijke legende over een slepende vete tussen twee koningen: de Kommonarch versus zijn rivaal van het Bamessivolk. De Fon van de Kom verhangt zich aan een boom, en zijn lichaamssappen vormen een meer - de maden die zijn lijk opvreten vallen in het water en worden vissen. Op een dag roept de Fon van de Bamessi zijn volk bijeen om te gaan vissen en juist op dat moment zakt het meer in de aardbodem en neemt de Bamessimensen mee de diepte in. Niet lang daarna verschijnt er een python die het Komvolk leidt naar het gebied waar ze nu wonen. Van alle meren is bekend dat ze zich zomaar kunnen verplaatsen. Het Nyosmeer bijvoorbeeld lag vroeger beneden in het dal (er is nog een modderpoel te zien), voordat het de bergen introk.

Paul Nkwi heeft ook de Fon van Nyos gesproken, die de ramp heeft overleefd. Zijn koninkrijkje strekte zich uit over een paar dorpen, waarvan na de ramp alleen nog een gehucht van elf boerderijen op een heuveltop is overgebleven. Boze tongen beweren dat hij de toorn van de kratergod van Nyos over z'n volk heeft afgeroepen, door bij zijn kroning een stel magere koeien te offeren, en niet de vetsten, zoals zijn overleden vader had bepaald. Nkwi zegt dat de koning iedere suggestie in die richting terzijde wuift. De Fon van Nyos - die nu wordt overvleugeld door die van Bafmeng - denkt dat een pyhtonei in het meer is ontploft. Een gigantisch groot ei. Hoe kan het anders dat de overlevenden de geur van rotte eieren hebben geroken?

Met legenden konden de wetenschappers niet uit de voeten, en wat betreft de neutronenbom: dat was een eigentijdse mythe. Geen van de onderzoekers heeft zich ooit de moeite getroost een Geigerteller mee te nemen om de eventuele straling te meten. De universiteit van Edinburgh heeft seismische apparatuur opgesteld en in de Franse Alpen houdt professor Halbwachs per satelliet het verloop van de temperatuur in het meer bij. Begint het warme water uit de diepte omhoog te komen, dan is - althans volgens zijn theorie - een nieuwe uitbarsting niet meer tegen te houden. In dat geval zal hij de autoriteiten in Kameroen op de hoogte stellen.

Een half jaar na de ramp konden twee Kameroenese en elf buitenlandse teams het op een conferentie maar over een ding eens worden: verstikking moet de doodsoorzaak zijn geweest. Het reuk en kleurloze koolzuurgas had de zuurstof in de vallei verdreven. Voor de rest liepen de meningen totaal uiteen. De conferentie liep uit op een wetenschappelijke stammenoorlog, herinnert Nkwi zich. De Fransman Haroun Tazieff en zijn adepten, met name Italianen en Zwitsers, stonden met hun versie van de vulkaanuitbarsting lijnrecht tegenover een meerderheid van Amerikanen en IJslanders, die een theorie hadden opgesteld over de geleidelijke ophoping van grote concentraties koolzuurgas in de diepte van het Nyosmeer. Volgens die laatste school was op de bewuste zomeravond de watermassa door nog onbekende oorzaak (een aardbeving, of een rotsblok dat in het meer viel) in beroering zijn gebracht. Zij vergelijken het kratermeer met een knallende champagnefles ter hoogte van de Euromast: door het schudden schoot de kurk (de druk van de stabiele bovenste waterlagen) eraf.

De vulkanologen van de Franse school bleven bij hun stoomexplosietheorie: in de dood gewaande vulkaanpijp was heet magma omhoog gekomen, dat in aanraking met het water een explosie van stoom had veroorzaakt, waarbij vulkanisch gas als kooldioxide en het onwelriekende waterstofsulfide was vrijgekomen. Rotte eieren - de geur die de overlevenden hadden geroken, dat was de kern van het bewijs van Tazieff cum suis. Maar de Amerikanen zeiden dat de bevolking zich alleen maar had ingebeeld zwavel te ruiken. Hier was sprake van hallucinatie van de reukzin. Of hadden de Franse onderzoekers zo suggestief naar die geur gevraagd dat de bevolking op het laatst collectief rotte eieren ging ruiken?

Toen op de conferentie het pleit in het voordeel van de IJslandsAmerikaanse lezing werd beslecht, riep Tazieff zijn getrouwen op om in een apart zaaltje een schaduwcongres te houden. Toen greep Paul Nkwi in. Hij dreigde de stoppen eruit te draaien zodat ze in het donker zouden komen te zitten, als Tazieff het waagde zich terug te trekken met zijn volgelingen. Nkwi beschrijft Tazieff als een driftkop. "Hij is zelf een wandelende vulkaan die ieder moment tot uitbarsting kan komen." Bovendien, dacht de antropoloog, waarom maakt die Tazieff zo'n stampei over een vulkaaneruptie? Is hij wellicht ingezet door de Franse regering (Tazieff was toen Mitterrands minister van rampenbestrijding) om de aandacht van een geheime destabilisatiecampagne tegen het regime van Paul Biya af te leiden?

Na bijna zes jaar en zevenentwintig wetenschappelijke expedities, hebben de onderzoekers zich diep verschanst in hun loopgraven. Ondertussen hoopt het kooldioxide in het Nyosmeer zich langzaam op tot zulke concentraties dat het meer elk moment weer kan ontploffen. Toen een van de onderzoekers een monster wilde nemen van het water op 200 meter diepte, spatte het reageerbuisje aan het oppervlak spontaan uiteen.

Op een brandbrief van een van de onderzoekers, professor Sam Freeth uit Wales (die is overgelopen naar het kamp van de Amerikanen) fourneerde de Europese Gemeenschap die prompt drie miljoen gulden voor de bouw van een soort panfluitconstructie van lange buizen om het gas uit de diepte op te pompen. Het gevaarte heet het Orgel van het Nyosmeer. "Het is een altaar voor de kratergod van het Nyosmeer" , schampert de Franse professor Olivier Leenhardt op z'n werkkamer in Yaounde. Als loyaal aanhanger van Tazieff gelooft deze geofysicus in de vuurspuwende berg waarvan de volgende eruptie domweg niet te voorspellen is. Ontgassen is dus zinloos.

Op de missiepost van pater Jaap Nielen komen aardkorstkundigen uit de halve wereld douchen en bier drinken. "Ze weten niet erg veel" , zegt de pater met een diepe zucht die de vermoeidheid verraadt van veertig jaar priesterschap, waarvan dertig in Kameroen. "Knutselaars zijn het, met hun dure speelgoed."

Samen met Fred ten Horn, een Groninger die de missie in het districtshoofdstadje Wum bestiert, was Nielen de eerste buitenlander die het getroffen dal betrad. Op zaterdagmorgen, ongeveer 36 uur nadat de gasdamp was opgetrokken, kwamen ze elkaar tegen in het dorpje Nyos, waar vier van de 1200 dorpelingen de ramp hadden overleefd. Father Fred was met de districtscommandant over de enige, bijna onbegaanbare weg het gebied ingetrokken. Voorbij het dorp Kumfutu stuitte ze op de eerste lijken. De Senior District Officer stapte uit en zei tegen de priester: "Ga maar alleen verder, je bent een man van God, en bovendien: jij rookt . . . jij kunt wel tegen die gassen."

Toen de pater terugkeerde uit de 'dodenvallei' heeft hij tegen verslaggers gezegd dat het leek alsof er een neutronenbom ontploft was. Newsweek en de Voice of America namen dat citaat grif over en ook Trouw kopte op woensdag: 'alsof er een neutronenbom was gevallen'. Terugkijkend zegt de nuchtere Veendammer dat hij een volgende keer wat voorzichtiger met z'n omschrijving zal omspringen. "Want vandaag de dag gelooft bijna iedereen dat een of andere grote mogendheid hier een atoombom heeft getest."

Father Jaap was die ochtend te voet afgedaald naar de getroffen dorpen, die tot zijn parochie behoorden. Hij kan het zich wel indenken dat de dorpelingen menen dat er een kernproef op hen is uitgevoerd. "Zo'n kolossale ramp gaat het bevattingsvermogen van de bevolking ver te boven. Daarom geven ze de schuld aan iets wat buiten hen staat, het gouvernement bijvoorbeeld, waar niets van deugt, en de rijken in de eerste wereld, want dat zijn ook allemaal maar schoften."

De missiepost van pater Nielen veranderde na de catastrofe op slag in een vluchtelingenkamp. Toen de internationale noodhulp op gang begon te komen, heeft hij een nieuw dorp voor de ontheemden doen verrijzen. Om gasmaskers en zuurstofflessen uit Israel tussen de hulpgoederen aan te treffen was nog tot daaraantoe, maar echt cynisch was de donatie van Griekenland, dat zeven ton koolzuurrijk mineraalwater op het vliegveldje van de districtshoofdstad Wum afleverde.

De 64jarige pater uit de Zaanstreek heeft zich ook over de zielerust van de slachtoffers ontfermd. Drie maanden na de ramp heeft hij samen met de koning een 'universal death celebration' georganiseerd. Drieduizend mensen kwamen daar op af. "Dear God, our Papa, wij bidden voor de mensen van Nyos, die bij de ramp zijn omgekomen" , klonk het gebed. "Why this bad thing be? Waarom op de marktdag? Waarom in het regenseizoen wanneer de wegen slecht zijn? The answer . . . that so God he wants.'

Over het laatste stukje van dertien kilometer van de missiepost te Bafmeng naar het dorp Ise, vanwaar je in de krater van Nyos kunt kijken, doet de Suzuki van Nielen twee uur. De oude koffer met daarin de habijt danst op de achterbank. Vanuit Ise, dat gespaard is bij de ramp, kun je te voet in de krater afdalen.

Tussen de mangobomen door is af en toe, honderden meters in de diepte, een schijfje van een groen meer te zien: het Nyosmeer. De zon heeft moeite met het gordijn van mist, dat zijzelf uit de velden laat opstijgen. Het vergezicht beperkt zich tot de eerste bergketen aan de overzijde van de dodenvallei. Op een plaats is de kraterwand zo laag dat je bij het water kunt komen. Het is exact deze plaats die professor Leenhardt op het schoolbord in Yaounde had uitgetekend. "Over een lengte en hoogte van veertig meter vormt de wand een natuurlijke dijk" , had hij gedoceerd "en die dijk kan elk moment bezwijken." Verscheidene wetenschappers hadden bij hun eerste bezoek in 1986 al gewezen op de zwakke kraterwand. Jack Lockwood, van het Vulkanologisch Observatorium op Hawaii, had op de computer een dergelijke dijkdoorbraak nagebootst en zag dat een vloedgolf van water en modder - en vrijkomend gas - tot aan de stad Katsina Ala 200 kilometer verderop in Nigeria een spoor van verwoestingen na zou laten. Leenhardt voegde daar een eigen prognose van het dodental aan toe en kwam op 30 000.

Op diens voorstel om een laag van vijftien meter water uit het meer te pompen, luidde professor Michel Halbwachs de noodklok: als hij dat waagt, daalt de druk zo ver dat de kurk opnieuw van de champagnefles knalt, zodat er opnieuw een kubieke kilometer koolzuurgas explosief kan vrijkomen. Maar Leenhardt, zoals gezegd, gelooft niet in de gastheorie. Hij betwijfelt of de wetenschappers het op tijd, dat wil zeggen voor de volgende catastrofe, eens kunnen worden. "Onze hersenen zijn geblokkeerd. Het is een psychologisch spel geworden: wie knippert het eerst met de ogen.'

Op wat voor manier dan ook, het Nyosmeer is een tijdbom. Of er valt een stuk rots naar beneden zodat het koolzuurgas spontaan uit het meer ontsnapt, of een al dan niet uitgedoofde vulkaan stuwt nog wat hete magma omhoog, of de wand van de krater bezwijkt, of Frankrijk heeft zijn atoomproeven in het geheim van een onbewoond atol in de Stille Oceaan naar de dichtbevolkte Grassfields van Kameroen verplaatst.

Op een paar seminomadische herders na, die iedere woensdag op de restanten van het vroegere dorpje Nyos een veemarkt houden, zijn de boeren in de omgeving van het meer gewoon bang. In de dodenvallei staat geen huis meer overeind. Van de kleihutten is nauwelijks nog een spoor te vinden. Er staat nog een stenen muur om wat eens een schoolpleintje moet zijn geweest, maar die is helemaal overwoekerd door het struikgewas. Sommige massagraven zijn door de tropische regens aan het verzakken, zodat er binnenkort menselijke knoken uit de zwarte lavagrond zullen steken. Behalve de Fulaniherders, wagen ook de jagers met hun speren zich op de bodem van het dal, aangetrokken door de vele bavianen en antilopen die er hun toevlucht hebben gezocht. Maar voorlopig durft nog niemand de vruchtbare akkers langs de rivier te bewerken. Van tijd tot tijd breekt er paniek uit. Zo sloeg de bevolking van Ise begin april op de vlucht omdat het leger was begonnen de vallei af te zetten voor een op handen zijnd experiment met Nyosmeer.

Professor Michel Halbwachs van de universiteit van Chambery, aan de voet van de Franse Alpen, was op weg naar Nyos met een buis van negentig meter lang een proefpijp van het door hem ontwikkelde 'orgel'. Halbwachs - 'een waanzinnige vulkanoloog' - had eind maart zijn buis beproefd in het Monounmeer, waarin zich ook weer een explosieve lading van koolzuurgas ophoopt. Vanaf een vlot had hij het gevaarte met een gewicht aan het uiteinde laten zakken. Plotseling kwam de flexibele pijp als een slang omhoog gekronkeld - waarna de professor het nog eens heeft geprobeerd met een zwaarder ballast. Toen alles gereed was klom hij op de kraterwand waar hij met zijn afstandsbediening een aantal kleppen in de buis opende. "Halbwachs is zich rot geschrokken" , vertelt Vincent 't Sas, correspondent van het Britse persagentschap Reuter in Yaounde. "Het water spoot acht meter de lucht in." De wetenschapper stond versteld van het enorme geweld waarmee het koolzuurrijke water vrijkwam. Toen al wist Halbwachs dat de druk in het Nyosmeer nog dertig keer groter was, en ook al was hij regelmatig gewaarschuwd dat hij met zijn pijp een explosie zou kunnen opwekken, hij moest en zou met zijn expeditie naar het Nyosmeer. "De Fransen komen nu ook met een neutronenbom" , zeiden de dorpelingen van Ise en sloegen op de vlucht.

Of de bevolking Halbwachs' experiment moedwillig heeft gesaboteerd valt niet te achterhalen. Feit is dat hij met zijn konvooi het meer niet heeft kunnen bereiken. Er stond een kapotte bulldozer midden op de weg.

De 50-jarige hoogleraar ('zeg, vertel eens een mop over Surinamers') geniet zichtbaar van de tocht door de Grassfields, zoals de vruchtbare streek heet. Hij is hier geboren en getogen, en ook heeft hij hier veldonderzoek gedaan. Nkwi is een van de antropologen die de mythologische verhalen van de bevolking heeft uitgeplozen op eventuele eerdere explosies van kratermeren. Zo hoopte hij een brug te slaan tussen de wereld van de volksverhalen en die van de vulkanologen, voor wie slechts harde, onweerlegbare feiten tellen.

Terwijl de terreinwagen door de rode blubber maalt, vertelt hij de legenden die kunnen duiden op vroegere explosies van kratermeren. Het Okumeer bijvoorbeeld, wordt een vernietigende werking toegedicht. Het verhaal gaat als volgt: twee rivaliserende Fons dalen af in het meer - de een keert terug, de ander niet. In het heldere water zijn rode slierten te zien: het bloed van een vermoorde koning. Dat blijkt een voorbode te zijn van een explosie waarmee het slachtoffer zich wreekt. "Het water van het Okumeer rees op uit de krater en vaagde het volk van de moordenaar van de aardbodem" , vertelt de antropoloog, wijzend op de in nevelen gehulde vulkaan Oku in de verte.

De Kom-dynastie kent een soortgelijke legende over een slepende vete tussen twee koningen: de Kom-monarch versus zijn rivaal van het Bamessi-volk. De Fon van de Kom verhangt zich aan een boom, en zijn lichaamssappen vormen een meer - de maden die zijn lijk opvreten vallen in het water en worden vissen. Op een dag roept de Fon van de Bamessi zijn volk bijeen om te gaan vissen en juist op dat moment zakt het meer in de aardbodem en neemt de Bamessi-mensen mee de diepte in. Niet lang daarna verschijnt er een python die het Kom-volk leidt naar het gebied waar ze nu wonen. Van alle meren is bekend dat ze zich zomaar kunnen verplaatsen. Het Nyosmeer bijvoorbeeld lag vroeger beneden in het dal (er is nog een modderpoel te zien), voordat het de bergen introk.

Paul Nkwi heeft ook de Fon van Nyos gesproken, die de ramp heeft overleefd. Zijn koninkrijkje strekte zich uit over een paar dorpen, waarvan na de ramp alleen nog een gehucht van elf boerderijen op een heuveltop is overgebleven. Boze tongen beweren dat hij de toorn van de kratergod van Nyos over z'n volk heeft afgeroepen, door bij zijn kroning een stel magere koeien te offeren, en niet de vetsten, zoals zijn overleden vader had bepaald. Nkwi zegt dat de koning iedere suggestie in die richting terzijde wuift. De Fon van Nyos - die nu wordt overvleugeld door die van Bafmeng - denkt dat een pyhton-ei in het meer is ontploft. Een gigantisch groot ei. Hoe kan het anders dat de overlevenden de geur van rotte eieren hebben geroken?

Met legenden konden de wetenschappers niet uit de voeten, en wat betreft de neutronenbom: dat was een eigentijdse mythe. Geen van de onderzoekers heeft zich ooit de moeite getroost een Geiger-teller mee te nemen om de eventuele straling te meten. De universiteit van Edinburgh heeft seismische apparatuur opgesteld en in de Franse Alpen houdt professor Halbwachs per satelliet het verloop van de temperatuur in het meer bij. Begint het warme water uit de diepte omhoog te komen, dan is - althans volgens zijn theorie - een nieuwe uitbarsting niet meer tegen te houden.

Een half jaar na de ramp konden twee Kameroenese en elf buitenlandse teams het op een conferentie maar over een ding eens worden: verstikking moet de doodsoorzaak zijn geweest. Het reuk- en kleurloze koolzuurgas had de zuurstof in de vallei verdreven. Voor de rest liepen de meningen totaal uiteen. De conferentie liep uit op een wetenschappelijke stammenoorlog, herinnert Nkwi zich. De Fransman Haroun Tazieff en zijn adepten, met name Italianen en Zwitsers, stonden met hun versie van de vulkaanuitbarsting lijnrecht tegenover een meerderheid van Amerikanen en IJslanders, die een theorie hadden opgesteld over de geleidelijke ophoping van grote concentraties koolzuurgas in de diepte van het Nyosmeer. Volgens die laatste school was op de bewuste zomeravond de watermassa door nog onbekende oorzaak (een aardbeving, of een rotsblok dat in het meer viel) in beroering zijn gebracht. Zij vergelijken het kratermeer met een knallende champagnefles ter hoogte van de Euromast: door het schudden schoot de kurk (de druk van de stabiele bovenste waterlagen) eraf.

De vulkanologen van de Franse school bleven bij hun stoomexplosietheorie: in de dood gewaande vulkaanpijp was heet magma omhoog gekomen, dat in aanraking met het water een explosie van stoom had veroorzaakt, waarbij vulkanisch gas als kooldioxide en het onwelriekende waterstofsulfide was vrijgekomen. Rotte eieren - de geur die de overlevenden hadden geroken, dat was de kern van het bewijs van Tazieff cum suis. Maar de Amerikanen zeiden dat de bevolking zich alleen maar had ingebeeld zwavel te ruiken. Hier was sprake van hallucinatie van de reukzin. Of hadden de Franse onderzoekers zo suggestief naar die geur gevraagd dat de bevolking op het laatst collectief rotte eieren ging ruiken?

Toen op de conferentie het pleit in het voordeel van de IJslands-Amerikaanse lezing werd beslecht, riep Tazieff zijn getrouwen op om in een apart zaaltje een schaduwcongres te houden. Toen greep Paul Nkwi in. Hij dreigde de stoppen eruit te draaien zodat ze in het donker zouden komen te zitten, als Tazieff het waagde zich terug te trekken met zijn volgelingen. Nkwi beschrijft Tazieff als een driftkop. "Hij is zelf een wandelende vulkaan die ieder moment tot uitbarsting kan komen." Bovendien, dacht de antropoloog, waarom maakt die Tazieff zo'n stampei over een vulkaaneruptie? Is hij wellicht ingezet door de Franse regering (Tazieff was toen Mitterrands minister van rampenbestrijding) om de aandacht van een geheime destabilisatie-campagne tegen het regime van Paul Biya af te leiden?

Na bijna zes jaar en zevenentwintig wetenschappelijke expedities, hebben de onderzoekers zich diep verschanst in hun loopgraven. Ondertussen hoopt het kooldioxide in het Nyosmeer zich langzaam op tot zulke concentraties dat het meer elk moment weer kan ontploffen. Toen een van de onderzoekers een monster wilde nemen van het water op 200 meter diepte, spatte het reageerbuisje aaet oppervlak spontaan uiteen.

Op een brandbrief van een van de onderzoekers, professor Sam Freeth uit Wales (die is overgelopen naar het kamp van de Amerikanen) fourneerde de Europese Gemeenschap die prompt drie miljoen gulden voor de bouw van een soort panfluitconstructie van lange buizen om het gas uit de diepte op te pompen. Het gevaarte heet het Orgel van het Nyosmeer. "Het is een altaar voor de kratergod van het Nyosmeer" , schampert de Franse professor Olivier Leenhardt op z'n werkkamer in Yaounde. Als loyaal aanhanger van Tazieff gelooft deze geofysicus in de vuurspuwende berg waarvan de volgende eruptie domweg niet te voorspellen is. Ontgassen is dus zinloos.

Op de missiepost van pater Jaap Nielen komen aardkorstkundigen uit de halve wereld douchen en bier drinken. "Ze weten niet erg veel" , zegt de pater met een diepe zucht die de vermoeidheid verraadt van veertig jaar priesterschap, waarvan dertig in Kameroen. "Knutselaars zijn het, met hun dure speelgoed."

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden