Gary Lucas / Een verborgen Chinese schat

Gitarist Gary Lucas koesterde jarenlang de Chinese 'popsongs' uit de jaren 50 waar zijn Singaporese vriendin Ling-Ling hem in 1976 op attendeerde. De luisterervaring was voor Lucas even intens als de eerste keer dat hij Billie Holliday hoorde. De vergeten virtuoos uit New York zette de songs nu op zijn recent uitgebrachte album 'The edge of heaven', dat wereldwijd vol lof is onthaald. Een muzikale parel die de potentie heeft om een enorme markt te veroveren.

Gitarist Gary Lucas speelde in de legendarisch The Magic Band van Captain Beefheart, hielp Jeff Buckley op weg in het begin van diens carrière, maakte solo-albums die goed werden besproken en werkte samen met artiesten als Nick Cave, Lou Reed en Patti Smith. Maar verkoopsuccessen heeft hij nooit gekend. ,,Ik voel me vaak een eenzame soldaat in een muzikale guerilla-oorlog, die bij elke tegenslag zijn wapen steviger vastklemt.''

Maar nu heeft de vergeten virtuoos uit New York een parel met potentie in handen, zou een doorgewinterde marketingmanager verklaren. 'The edge of heaven', Lucas' recent uitgebrachte album met Chinese populaire songs uit het midden van de vorige eeuw, wordt wereldwijd vol lof onthaald. En verschijnt bovendien op een moment dat in China een opleving gaande is in de waardering van de beeldschone zangeressen en filmsterren Chow Hsuan en Bai Kwong, die de liedjes oorspronkelijk hebben gezongen. Zo was Hsuan te horen op de soundtrack van regisseur Wong Kar-Wai's speelfilm 'In the mood for love'. ,,Oudere Chinezen zijn opgegroeid met deze melodieën, die ze op de radio, in bioscopen en nachtclubs hoorden. En ook jongeren kennen de namen Hsuan en Kwong.''

En zo ligt er eindelijk een enorme markt aan de voeten van Lucas, die in oktober op tournee gaat in Japan (,,grote China-liefhebbers'') en vervolgens optredens in China hoopt te plannen. Maar ook al is het album een zoetere publieksverleider dan zijn oudere en soms donkerder werk, in verkoopcijfers is de principiële Lucas niet geïnteresseerd. ,,Ik ben geen marktstrateeg, maar een gitarist die vastberaden zijn muziek laat spreken.''

Lucas is één van de 'Jews who rock', zoals hij werd omschreven in een boek van Guy Oseary met die titel. Als jongen bezocht hij elke vrijdag de synagoge, tot hij op oudere leeftijd een avontuurlijker levensstijl verkoos.

Soms laat hij in zijn werk dat verleden meespreken. Zoals in zijn optredens rond de film 'The Golem' (1920), waarin zijn fascinaties voor religie en horror samenkwamen (als kind wilde Lucas 'rabbi of vampier' worden). Sinds 1989 speelt hij zelfgecomponeerde muziek bij die film, die gebaseerd is op de joodse legende van de uit klei gemaakte kunstmatige mens. ,,Het verhaal valt goed naar deze tijd te vertalen: het gevaar dat Israël, waarmee ik me zo identificeer, uitgroeit tot een buitenzinnige golem houdt me bezig.''

Ook op 'Street of lost brothers' (2001) speelt Lucas' achtergrond een rol, een album vol eigen interpretaties van muziek verbonden met de joodse identiteit, variërend van traditionele volksmuziek tot 'European Son' van de Velvet Underground. Maar verder reist Lucas muzikaal gezien heel wat af, naar eigen zeggen gestuurd door zijn Poolse bloed en romantische aard. ,,Ik ben humanist en wil niet alleen joodse luisteraars verlichten, maar ook Arabische, of welke dan ook.'' Die wijde blik had hij al toen hij tussen 1980 en 1984 lead-gitaar speelde bij Captain Beef heart en is sindsdien bij alle soloprojecten niet verloren geraakt.

Het huidige project 'Gary Lucas plays mid-century Chinese pop' komt voort uit lichte nostalgie naar de zomer van 1976, toen Lucas in Taiwan woonde en optrad met zijn band O-Bay-Gone. Zijn overrompelende Singaporese vriendin Ling-Ling, verhuisd naar Taipei om Peking Opera te studeren, liet hem 's avonds een cassette horen met muziek van Chow Hsuan en Bai Kwong. Die luisterervaring was voor Lucas even intens als de eerste keer dat hij Billie Holliday hoorde, of de soundtracks van oude Betty Boop-cartoons. In de jaren die volgden droeg hij de Chinese 'popsongs' met zich mee als een verborgen schat, die hij soms openbaarde. Bijvoorbeeld door Hsuans werk bij Beefheart-optredens als alternatief voorprogramma door de boxen af te spelen.

Toen Lucas in 1996 zelf enkele nummers speelde op de Chinese bruiloft van een vriend moedigden enthousiaste gasten hem aan enkele nummers op zijn cd 'Evangeline' te zetten, en later een afgerond eerbetoon te maken.

Het resultaat is een album met melancholieke nummers als 'Night in Shanghai', over de grote stad die het nachtleven met een glimlach verwelkomt maar ondertussen zijn bittergestemde hart verbergt. Waarom kom je niet terug, treurt een vrouw tot haar geliefde in 'I wait for your return'. De zwaluwen zijn teruggekeerd en in de binnentuin springen bloemen open, maar zonder hem kan ze het lentelicht niet verdragen.

Lucas speelt de liedjes van Hsuan en Kwong op akoestisch en elektrisch gitaar en voegt zo wat bluesklanken toe aan de oude structuren. De Singaporese soapster Celest Chong en Gisburg, een Oostenrijkse zangeres die Chinees studeerde, verzorgen de zangpartijen. Volgens Hsuan, die de muziek van vroeger kende, zijn Lucas' arrangementen getrouw maar fris.

,,Het gaat me niet om mijn herinneringen aan de jaren zeventig'', zegt de spiritueel ingestelde Lucas. ,,In mijn tijd bij Captain Beefheart wilde ik het geloof verspreiden in de schoonheid van zijn muziek. Zo wil ik nu deze muziek de wereld inbrengen vanwege zijn genezende, troostende kwaliteit. Muziek verspreiden die je geest optilt, dat is mijn taak als muzikant.''

Optillen en motiveren zijn begrippen die terugkeren in Lucas' betoog. Toen Don van Vliet besloot voortaan alleen nog te schilderen en zijn band Captain Beefheart in 1984 stopte, viel Lucas in een gat. Hij meende als solo-artiest geen boodschap te hebben voor het publiek. Dankzij een Koreaans meisje genaamd Grace dat hem uitdaagde weer te gaan optreden, verloor hij zijn onzekerheid. Enkele jaren later schreef Lucas voor Jeff Buckley het muzikale stuk 'Rise up to be', dat later de song 'Grace' werd. ,,Jeff was jong en durfde zich niet in de muziek te storten. Ik zei hem: 'Ga mee naar New York, kom bij mijn band en gebruik je talenten'.'' Buckley sloot zich aan bij Gods and Monsters, groeide als muzikant en werd later als solo-artiest een grootheid. ,,Iedereen heeft positieve energie nodig, maar tegenwoordig zie je vooral zoveel haat.''

Zachtaardige muziek helpt in een harde wereld, net als ironie. In de nasleep van de ramp op 11 september in New York plaatste het tijdschrift Forward een gedicht van Lucas, waarin hij schrijft dat een Jood zonder gevoel voor ironie een religieus fundamentalist is. Uit zijn joodse verleden heeft Lucas het gevoel voor ironie meegenomen. ,,Het vermogen om te lachen om de pijn om je heen en de bitterzoete smaak van zelfspot te proeven. Ironie helpt je de wereld tegemoet te zien. Het zuivert, net zoals muziek dat kan.''

Gary Lucas, 'The edge of heaven'. Verschenen bij Culture Records, Label Bleu.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden