Gangmaker van feesten en debatten

Stijn Verbeeck 1931-2014

Toen er een brief van de deurwaarder kwam, stond zijn huwelijk op losse schroeven. Maar zijn temperament bleef ongeschonden.

Je kon hem niet over het hoofd zien. Hij was altijd luid en duidelijk aanwezig, verzot op discussie waarin hij felheid afwisselde met een schallende lach. Ook was hij licht explosief, vooral als hij iets oneerlijk of achterbaks vond. Maar na zo'n ontploffing keerde zijn charme snel terug. De woesteling was dol op mensen.

Zijn speelse geest warrelde alle kanten op. Zijn werkkamer was daar het toonbeeld van: alles was tot de laatste centimeter volgestouwd met boeken, foto's, stapels krantenknipsels, ouwe troep en knutsels van kinderen.

Stijn Verbeeck was een echt stadsmens, ook al was hij afkomstig uit een dorp, Sint Anthonis in De Peel. Daar was zijn vader Jos neergestreken toen hij bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog uit Vlaanderen vluchtte om te ontkomen aan de militaire dienstplicht. Jos studeerde medicijnen en werd de dokter van Sint Anthonis, waar hij een groot en gelukkig gezin stichtte. Stijn was de zevende van twaalf kinderen.

Hij ontpopte zich al jong als grapjas en gangmaker. Dat bracht hem ook in moeilijkheden. Hij versleet verscheidene middelbare scholen. Eerst in Venray waar de franciscaanse paters dagelijks op het schoolbord schreven voor wie er werd gebeden. Op een dag stond er 'Vandaag bidden wij voor de zondaars'. Daaronder had een onbekende 'Dank u wel' geschreven. Stijn werd van school gestuurd, en dat overkwam hem nog eens bij de paters in Heerlen.

Ten einde raad stuurde zijn vader hem naar Vlaanderen, naar de jezuïetenschool in Aalst, waar hij zelf dertig jaar eerder eindexamen had gedaan. Daar bloeide Stijn op. Hij trof er een leraar die zijn creativiteit en talent voor taal uitdaagde. Dat is hem zijn leven lang bijgebleven. Hij hield contact met zijn Vlaamse kameraden. En op z'n oude dag, in 2002 en 2012, keerde hij er terug om toespraken te houden tijdens reünies.

In Nijmegen ging hij verder studeren. Hij koos voor geschiedenis omdat hij dan een cursus journalistiek erbij zou kunnen krijgen. Daar ontmoette hij in 1954 de mooie, serieuze studente Lieke Bronzwaer uit Heerlen. Ze leek het tegendeel van de wilde Stijn bij wie het altijd feest moest zijn. Met zijn studie liep het niet goed af. Maar hij wist Lieke te behouden en ze trouwden in 1958.

Stijn werd bedrijfsleider van een handel in bouwmaterialen, maar werd ontslagen. Vervolgens werkte hij op de advertentieafdeling van een groep regionale dagbladen. Dat was de opmaat voor een baan als tekstschrijver bij een reclamebureau en daarna als redacteur van uitgeverij Paul Brand in Hilversum.

Met hun eerste kind, Dick, verhuisden ze in 1960 naar Utrecht, waar Marije en Joen werden geboren. Met hun buren aan weerszijden op de Tolsteegsingel, onder wie de latere politicus Jan Terlouw, hadden ze het getroffen. Ze raakten dik bevriend en hun kinderen, die altijd met elkaar speelden, gingen naar dezelfde Daltonschool.

Op zondagen trokken ze met z'n allen naar het bos, en de ouders vierden hun Merelfeesten, zo genoemd omdat ze doorgingen tot de vogels begonnen te zingen. Met buurman Terlouw zat Stijn vaak te mopperen op de achterhaalde politiek. Pas toen D66 werd opgericht, wisten ze allebei dat ze een politiek tehuis hadden gevonden. Ze werden meteen lid.

Ondertussen kwamen er scheurtjes in de huwelijksband tussen Stijn en Lieke. Hij kon niet met geld omgaan, want het interesseerde hem niets. Toen er een brief van de deurwaarder kwam dat ze over een maand het huis uit moesten, was dat voor Lieke, die de financiënaan hem had overgelaten, aanleiding om weer te gaan studeren voor een baan. De geboorte van een nakomertje, Giel in 1971, hield het paar nog even bij elkaar. Drie jaar later trok zij met drie kinderen naar Zeist, hij bleef in Utrecht met de oudste zoon die daar op het gymnasium zat. Vader en zoon gingen nog jarenlang elke zondagavond naar Zeist om te eten en Lieke bleef de was voor hen doen.

Tekstschrijver
Het was een tijd vol veranderingen. Stijn kon maar moeilijk onder een baas werken en hij schroefde een groot bord naast de voordeur: Stijn Verbeeck tekstschrijver. Hij liet zich uitschrijven als rooms-katholiek, uit onvrede over de benoeming van conservatieve bisschoppen. Wel bleef hij zich verbonden voelen met het geloof als medewerker van het vooruitstrevende blad De Bazuin, dat gelieerd was aan de Acht-Meibeweging. D66 kon ook altijd een beroep op hem doen, voor een wervende tekst of een cabaret. Met commerciële opdrachten, van surfplanken tot het personeelsblad van het agro-industriële concern Cargill, deed hij goede zaken. Zijn belangstelling voor geschiedenis leefde hij uit als schrijver van het boek 'Kijk op de stad Utrecht'. Later zou hij de succesvolle serie 'Ach lieve tijd' schrijven over steden in Nederland en Vlaanderen, waarvoor hij stad en land bereisde.

Bij D66 leerde hij omstreeks 1979 Marjoleyn Engwirda kennen. Qua temperament waren ze aan elkaar gewaagd en ze waren dol op debatteren, vooral met elkaar. Hij noemde haar een 'regelnimf', vanwege haar organisatorische werk op advocatenkantoren en voor Sail Amsterdam. Ze hadden een stormachtige relatie die als een knipperlicht aan- en uitging. Ze bleven apart wonen, hij in Utrecht op een zolder aan de Nieuwegracht, zij in Amsterdam. Toen ze na een jaar of zes besloten het toch samen te wagen, moest dat op voor beiden nieuw terrein: Den Haag, en ze kozen een buurt dicht bij hun favoriete café Banka. Aan de Laan Copes van Cattenburgh kochten ze een kast van een huis. Daar begon zij eind jaren tachtig een bedrijf volgens de formule van het Amerikaanse 'Slender You': ontspannen vermageren door je spieren te laten opschudden op gemotoriseerde apparaten. Stijn deed de reclame en voerde zichzelf op als ervaringsdeskundige: al trillend was hij tien kilo afgevallen.

Toen hij AOW kreeg, kwam er tijd om meer onbetaald werk te doen. Dat hebben ze geweten in de gemeentepolitiek van Den Haag. Hij debatteerde over alles mee, vooral over het verkeerscirculatieplan dat zijn laan veel drukker zou maken.

Nieuwjaarsgedicht
Zijn kinderen zwermden uit over de wereld en begonnen zelf aan gezinnen. De deur aan de Laan Copes stond altijd open voor zijn uitdijende nageslacht, met tien kleinkinderen en drie achterkleinkinderen, voor een glas of een overnachting. Elk jaar schreef hij een nieuwjaarsgedicht voor familie en vrienden, een traditie die hij tot zijn laatste jaarwisseling heeft volgehouden.

Bij Stijn deed zijn dorpse inborst van weleer zich gelden en met Marjoleyn ging hij op zoek naar een rustiger plaats om te wonen. Zover is het niet gekomen, want er werd kanker bij haar gevonden. Tot het einde verzorgde hij haar thuis, waar ze in april vorig jaar overleed. Er viel een groot gat in zijn leven.

Van de ene dag op de andere zagen zijn kinderen dat hij oud was geworden. In de zomer kreeg hij problemen met zijn hart en een herseninfarct. Hij was een dag of tien half verlamd en kon alleen nog maar stamelen. Ondanks zijn ogenschijnlijke gebrek aan levenslust, kreeg hij zijn spraak terug. De laatste zeven maanden bracht hij door in revalidatiecentrum Mechropa. Af en toe barstte hij weer als vanouds uit, als andere patiënten aan het zeurpieten waren. Toch maakte hij er ook vele nieuwe vrienden (en vriendinnen), deelde zijn nieuwjaarsgedichten uit, speelde nog één keer Sinterklaas, ging naar zijn laatste congres van D66, werd gefêteerd in café Banka en kreeg ongehoord veel post en bezoek. Ook zijn gewezen vrouw Lieke kwam afscheid nemen.

In Nijmegen studeerde Stijn Verbeeck geschiedenis.

Toen hij AOW kreeg, kwam er meer tijd voor onbetaald werk. Dat hebben ze geweten in de gemeentepolitiek van Den Haag.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden