GANDHI

Een tengere Indiase man met weinig haar en slechte tanden zit in z'n eentje op een kale vloer, met niets anders aan dan een lendendoek en een goedkoop brilletje. Hij bestudeert een bundeltje handgeschreven velletjes. De zwart-wit foto beslaat een hele krantenpagina. In de linkerbovenhoek van de pagina staat, full colour, een klein regenboogkleurig appeltje. Daaronder staat gebiedend: 'Think Different'.

Ziehier de macht die tegenwoordig aan het internationale grootkapitaal toebehoort. Zelfs de grootste helden uit de geschiedenis kunnen van het ene op het andere moment worden opgetrommeld voor diens publiciteits-campagnes. Ooit, een halve eeuw geleden, gaf dit magere mannetje gestalte aan de vrijheidsstrijd van een land. Maar dat is allemaal verleden tijd, zogezegd. Tegenwoordig poseert Gandhi voor Apple. Zijn gedachten zijn van weinig belang in deze nieuwe hoedanigheid. Waar het om gaat is dat hij geacht wordt 'op dezelfde golflengte te zitten' als de bedrijfsfilosofie van de Mac.

De advertentie is zo merkwaardig dat het de moeite waard is er enige deconstructie op toe te passen. Duidelijk is dat hij, onbedoeld, bijzonder komisch is. M.K. Gandhi was, zoals de foto zelf laat zien, een vurig tegenstander van nieuwigheid en technologie. Hij verkoos het potlood boven de tekstverwerker, de lendendoek boven het maatpak en de omgeploegde akker boven de walmende fabriek. Als de term 'processor' in zijn levensdagen gemunt was, zou hij er vrijwel zeker van gegruwd hebben. Zeker het begrip 'word processor', met zijn overduidelijke technologische bijklank, zou waarschijnlijk geen genade gevonden hebben.

'Think different'. Gandhi, in zijn jonge jaren een begaafde, westers georiënteerde advocaat, heeft inderdaad een koerswijziging in zijn denken gemaakt die ingrijpender was dan waar de meesten van ons toe in staat zijn. Ghanshyam Das Birla, een van de grote zakenlieden die solidair met hem waren, zei eens: “Gandhi was moderner dan ik. Maar hij maakte welbewust de beslissing om terug te keren naar de Middeleeuwen.” Het lijkt niet waarschijnlijk dat de brave borsten bij Apple dát bedoelen met de revolutionaire nieuwe denkrichting waartoe zij oproepen.

Dergelijk gezeur zou de makers van de advertentie ongetwijfeld koud laten. Zij zagen slechts een 'icoon', een man die zo beroemd was geweest dat zijn beeltenis, een halve eeuw nadat hij vermoord was, nog steeds door iedereen herkend werd. Dubbelklik op dit beeld en je opent een reeks 'waarden' waarmee Apple zichzelf duidelijk heeft willen associëren, in de hoop dat het dan ook Apple's 'waarden' zouden lijken: 'ethiek', 'leiderschap', 'heiligheid', 'succes' enzovoort. Zij zagen 'Mahatma' Gandhi, de 'grote geest', de belichaming van alles wat goed is, in één hokje te plaatsen met, oh, Moeder Teresa, de Dalai Lama, de Paus.

Misschien speelde ook de identificatie met de kleine man die een grote mogendheid versloeg een rol. Inderdaad zag Gandhi zelf de onafhankelijkheidsbeweging als een soort Indiase David, strijdend tegen de Filistijnen van het rijk-waar-de-zon-nooit-ondergaat. 'Een strijd van Recht tegen Macht', noemde hij het. Het strijdende Apple-concern, in gevecht met de cohorten van de almachtige Bill Gates, heeft zichzelf misschien moed in willen spreken met de gedachte dat als een 'halfnaakte gentleman' - zoals de Engelse onderkoning Lord Willingdon Gandhi eens aanduidde - de Britten op hun knieën wist te krijgen, dat dan heel misschien een welgemikte appel de Microsoft Goliath zou kunnen vellen.

Met andere woorden, Gandhi ligt voor het grijpen tegenwoordig. Hij is verworden tot iets abstracts, a-historisch, postmoderns; niet langer een man van en in zijn eigen tijd maar een ronddwarrelend concept, een onderdeel van de beschikbare voorraad culturele symbolen, een beeld dat kan worden geleend, gebruikt, vervormd, heruitgevonden, om allerlei verschillende doelen te dienen, en geen gedonder over historiciteit of waarheid.

Richard Attenborough's veelgeprezen film Gandhi trof mij direct bij verschijning als een voorbeeld van dit soort on-historische westerse heiligmakerij. Daar was Gandhi-de-goeroe met dat modieuze product: de Wijsheid van het Oosten; en Gandhi-de-Heiland, die stierf (en daarvóór veelvuldig in hongerstaking ging) opdat anderen konden leven. Zijn filosofie van geweldloosheid scheen de Engelsen met succes te hebben bewogen om weg te gaan. Vrijheid, zo leek de film te willen zeggen, kon gewonnen worden door je onderdrukker te confronteren met een hogere moraal dan de zijne, waarna zijn eigen ethiek hem zou dwingen zich terug te trekken.

Maar hoe doeltreffend was deze symbolische Gandhi wel niet, mét al z'n simplificaties en Hollywood-achtigheid, dat de film een sterke positieve invloed kon hebben op tal van vrijheidsbewegingen van dat moment. Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsstrijders en democratische krachten uit heel Zuid-Amerika hebben mij enthousiast verslag gedaan van de galvanische kracht van de film. Deze posthume, geëxalteerde Gandhi is een duidelijke totem geworden van werkelijk bestaande, bezielende kracht.

Het probleem met de geïdealiseerde Gandhi is dat hij zo onuitsprekelijk saai is, nauwelijks meer dan een verstrekker van zedenpreken en grote wijsheden ('oog om oog zal leiden tot wereldwijde blindheid'), met slechts de zwakke afspiegeling van gevatheid (op de vraag wat hij dacht van de westerse beschaving antwoordde hij eens: 'dat lijkt me een goed idee').

De echte persoon, als het nog mogelijk is daarover te spreken na de generaties van hagiografieën en herscheppingen, was oneindig veel interessanter. Gandhi was een van de meest complexe en contradictoire persoonlijkheden van deze eeuw. Zijn volledige naam is op gedenkwaardige - en tevens letterlijke - wijze in het Engels vertaald door G.V. Desani als: Action-Slave Fascination-Moon Grocer [Actie-Slaaf Fascinatie-Maan Kruidenier]. En zo rijk geschakeerd en divers als de naam was ook de man die hem droeg.

Zonder een spoor van angst tegenover de Engelsen, was hij niettemin bang in het donker en sliep hij altijd met een brandende lamp naast zijn bed. Hoewel hij vurig geloofde in de eenheid van alle Indiase volken, viel het land uiteen doordat hij er niet in slaagde de moslim-leider Jinnah in de gelederen van het Congres te houden. (De oppositie betwiste Jinnah het voorzitterschap van het Congres, een functie die Jinnah ervan had kunnen weerhouden het leiderschap te aanvaarden van de separatistische 'Muslim League'; dat Gandhi, onder druk van Nehru en Patel, een laatste aanbod aan Jinnah om premier te worden terugtrok, betekende het definitieve einde van alle kansen om het uiteenvallen te voorkomen.

En wat zijn beroemde onzelfzuchtigheid en bescheidenheid betreft, hij maakte geen bezwaar toen Jinnah in het Congres aangevallen werd omdat hij hem eenvoudig 'mister Gandhi' genoemd had, in plaats van het eerbiediger 'Mahatma'.)

Hij was vastberaden om het leven van een asceet te leiden, maar, zoals de dichter Sarojini Naidu eens spottend opmerkte, het kostte de gemeenschap een fortuin om Gandhi in armoede te kunnen laten leven. In zijn gehele filosofie droeg hij een voorkeur uit voor het dorpse boven de manieren van de grote stad, maar financieel was hij wel constant afhankelijk van grootindustriëlen als Birla. Zijn hongerstakingen konden rellen en bloedbaden voorkomen, maar hij ging ook een keer in hongerstaking om de werknemers van zijn kapitalistische beschermheer ertoe te bewegen hun verzet tegen hun slechte arbeidsomstandigheden op te geven.

Hij streefde naar verbetering van de levensomstandigheden van India's 'onaanraakbaren', maar in het huidige India hebben deze mensen, die zich tegenwoordig Dalits noemen en die een steeds beter georganiseerde en krachtdadiger politieke groep vormen, zich geschaard rond de herinnering aan hun eigen leider, Dr. Ambedkar, een oude rivaal van Gandhi. Hoe hoger Ambedkar's ster gerezen is voor de Dalits, des te lager kwam Gandhi's beeld bij de grond.

Hij was de grondlegger van de politieke filosofieën van lijdzaam verzet en constructieve geweldloosheid, maar veel van zijn tijd bracht hij door, ver verwijderd van de politieke arena, met het verfijnen van zijn meer excentrieke theorieën inzake vegetarisme, de stoelgang en de goede eigenschappen van menselijke ontlasting. Omdat hij gebukt ging onder de wetenschap dat hij, als zestienjarige, de liefde aan het bedrijven was met zijn vrouw Kasturba op het moment dat zijn vader overleed, zwoer Gandhi seksuele relaties af. Maar hij hield tot op hoge leeftijd vast aan wat hij noemde zijn 'brahmacharya experimenten', waarbij naakte jonge vrouwen, veelal de echtgenotes van vrienden of collega's, verzocht werd de nacht bij hem in bed door te brengen. Zo kon hij bewijzen dat hij zijn fysieke neigingen de baas was. (Hij was van mening dat het sparen van zijn 'levenssappen' zijn spirituele kennis zou verdiepen.)

Hij, en hij alleen, was er verantwoordelijk voor dat de roep om onafhankelijkheid gestalte kreeg in een landelijke massabeweging waarin alle klassen gemobiliseerd werden tegen de overheerser. En toch was het onafhankelijke India toen het eenmaal bestond, verdeeld en vastbesloten tot modernisering en industrialisatie, niet het India van zijn dromen. Jawaharlal Nehru, ooit een volgeling van Gandhi, was de gezworen voorvechter van modernisering, en het was zijn visioen, niet dat van Gandhi, dat uiteindelijk de voorkeur kreeg.

Oorspronkelijk was Gandhi van mening dat de politiek van lijdzaam verzet en geweldloosheid in iedere situatie en op ieder moment succesvol zou zijn, zelfs tegen zulke kwade krachten als Nazi-Duitsland. Later was hij genoodzaakt deze opvatting te herzien, en kwam hij tot de slotsom dat de Engelsen vanwege hun aard ontvankelijk waren voor deze technieken, en andere onderdrukkers misschien niet. Dit verschilt weinig van het standpunt van Attenborough's film en het is, uiteraard, onjuist.

Gandhi's geweldloosheid wordt alom beschouwd als de weg waarlangs India tot de onafhankelijkheid kwam. (Zowel in India als daarbuiten wordt deze opvatting onverdroten verdedigd.) De Indiase revolutie werd daarentegen wel degelijk gewelddadig, en dit geweld betekende zo'n teleurstelling voor Gandhi dat hij uit protest wegbleef van onafhankelijkheidsfeesten. Bovendien, het ruïnerende effect van de Tweede Wereldoorlog op het Verenigd Koninkrijk en - zoals de Engelse schrijver Patrick French in een nieuw boek beweert - de geleidelijke ondergang van de Raj-bureaucratie die sinds de jaren dertig voortzette, betekenden evenveel voor het tot stand komen van de onafhankelijkheid als welke actie van Gandhi, of zelfs van de hele nationalistische beweging dan ook.

Het is dus onwaarschijnlijk dat Gandhi's methodes de sleutel waren tot India's bevrijding. Zij gaven de onafhankelijkheid haar karakter tegenover de buitenwereld en waren er de ogenschijnlijke oorzaak van, maar duisterder en sterkere krachten brachten het gewenste effect teweeg.

Slechts weinigen staan tegenwoordig nog stil bij het complexe karakter van Gandhi's persoonlijkheid, de tweeslachtigheid van zijn successen en zijn nalatenschap, of zelfs bij de ware oorsprong van India's onafhankelijkheid. Dit zijn haastige tijden, vol van slogans, en we hebben geen tijd, of erger nog, geen behoefte, om ons vertrouwd te maken met veelzijdige waarheden.

De bitterste waarheid van alle is dat Gandhi steeds minder van belang wordt voor het land waarvan hij eens de 'kleine vader' - Bapu - was. Zoals de wetenschapper Sunil Khilnani heeft uiteengezet, kwam India tot stand als een geseculariseerde staat, maar Gandhi's voorstelling was in zijn essentie religieus. In ieder geval schrok hij terug voor Hindoe-nationalisme. Zijn oplossing was om uit het gemeenschappelijke corpus oude vertellingen een Indiase identiteit te smeden. “Hij nam zijn toevlucht tot legenden en verhalen uit de religieuze tradities van de Indiase volkeren, en gaf de voorkeur aan hun lessen boven de zogenaamde lessen van de geschiedenis.”

Het hielp niet. De laatste Gandhiaan die politieke invloed heeft gehad was J.P. Narayan, die aan het hoofd stond van de beweging die Indira Gandhi afzette aan het einde van haar periode van noodbestuur (1974-'77). In het India van vandaag is Hindoe-nationalisme overal aanwezig, in de vorm van de Bharatiya Janata Party (BJB) en zijn gewelddadige filiaal de Shiv Sena. Tijdens de jongste verkiezingen zijn Gandhi en zijn ideeën nauwelijks genoemd. Diegenen die niet bezweken zijn voor de sectarische politiek, zijn voor het merendeel in handen gevallen van een even machtige, even anti-Gandhiaanse kracht: het geld. De georganiseerde misdaad heeft eveneens zijn intree gemaakt in het publieke domein. In het door Gandhi zo geliefde landelijke centrum van India worden nu gangsters met staatsmacht bekleed.

Eenentwintig jaar geleden richtte de schrijver Ved Mehta het woord tot een van Gandhi's voornaamste politieke medewerkers, de voormalige gouverneur-generaal van het onafhankelijke India, C. Rajagopalachari. Zijn oordeel over Gandhi's nalatenschap is ontluisterend, maar in het huidige India, met hoge snelheid onderweg naar het kapitalisme van de vrije markt, klinkt het nog steeds oprecht: “De schittering van moderne technologie, geld en macht is zo verleidelijk dat niemand - en ik bedoel: niemand - die kan weerstaan. De paar Gandhianen die blijven geloven in zijn filosofie van het eenvoudige leven in een eenvoudige maatschappij, zijn voornamelijk zonderlingen.”

Wat is toch grootheid? Waar schuilt het in? Als iemands project mislukt, of slechts in onherstelbaar bezoedelde staat voortleeft, verdient de kracht van het voorbeeld dat hij gaf dan nog steeds de grootste lof? Voor Jawaharlal Nehru was het bepalende beeld van Gandhi “toen ik hem, met zijn staf in de hand, naar Dandi zag lopen in de Salt March van 1930. Daar was de pelgrim op zijn zoektocht naar Waarheid, kalm, vredig, vastberaden en zonder angst. Hij zou die zoektocht voortzetten, wat de gevolgen ook mochten zijn.” Nehru's dochter, Indira Gandhi, zei later: “Meer dan in zijn woorden zat zijn boodschap in zijn leven.” De laatste tijd wordt die boodschap vooral buiten India begrepen.

Albert Einstein was een van de velen die Gandhi's werken heeft geprezen; Martin Luther King, de Dalai Lama en alle vredesbewegingen ter wereld zijn in zijn voetsporen getreden. Gandhi, die het kosmopolitische verzaakte om zich in te zetten voor een land, is in zijn vreemde leven-na-de-dood een wereldburger geworden. Misschien dat zijn geest nog altijd veerkrachtig genoeg zal blijken, slim, taai, handig en, ja, ethisch genoeg om assimilatie met de wereldwijde McCulture (en Mac Culture) te voorkomen. Tegen deze nieuwe overheerser is Gandhiaanse intelligentie een beter wapen dan Gandhiaanse piëteit. En wat betreft het lijdzaam verzet? We zullen zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden